Burgerlijk Wetboek Art. 2:175 BW – boek 2:262

netherlands-coat-arms
previous companies act
next companies act

Afdeling 6. De raad van commissarissen bij de grote besloten vennootschap met
beperkte aansprakelijkheid

Artikel 2:262

In
deze afdeling wordt onder een afhankelijke maatschappij verstaan:

a.
een rechtspersoon waaraan de vennootschap of een of meer afhankelijke
maatschappijen alleen of samen voor eigen rekening ten minste de
helft van het geplaatste kapitaal verschaffen,

b.
een vennootschap waarvan een onderneming in het handelsregister is
ingeschreven en waarvoor de vennootschap of een afhankelijke
maatschappij als vennote jegens derden volledig aansprakelijk is voor
alle schulden.

Artikel 2:263

1.
Een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid moet, indien
het volgende lid op haar van toepassing is, binnen twee maanden na de
vaststelling van haar jaarrekening door de algemene vergadering van
aandeelhouders ten kantore van het handelsregister opgaaf doen, dat
zij aan de in dat lid gestelde voorwaarden voldoet. Totdat artikel
264 lid 3 van dit Boek toepassing heeft gevonden, vermeldt het
bestuur in elk volgend jaarverslag wanneer de opgaaf is gedaan; wordt
de opgaaf doorgehaald, dan wordt daarvan melding gemaakt in het
eerste jaarverslag dat na de datum van die doorhaling wordt
uitgebracht.

2. De
verplichting tot het doen van opgaaf geldt, indien:

a.
het geplaatste kapitaal der vennootschap te zamen met de reserves
volgens de balans met toelichting ten minste een bij koninklijk
besluit vastgesteld grensbedrag beloopt,

b. de
vennootschap of een afhankelijke maatschappij krachtens wettelijke
verplichting een ondernemingsraad heeft ingesteld, en

c.
bij de vennootschap en haar afhankelijke maatschappijen, tezamen in
de regel ten minste honderd werknemers in Nederland werkzaam zijn.

3. De
verplichting tot het doen van een opgaaf geldt niet voor:

a.
een vennootschap die afhankelijke maatschappij is van een
rechtspersoon waarop de artikelen 63f tot en met 63j, de artikelen
158 tot en met 161 en 164 of de artikelen 268 tot en met 271 en 274
van toepassing zijn,

b.
een vennootschap wier werkzaamheid zich uitsluitend of nagenoeg
uitsluitend beperkt tot het beheer en de financiering van
groepsmaatschappijen, en van haar en hun deelnemingen in andere
rechtspersonen, mits de werknemers in dienst van de vennootschap en
de groepsmaatschappijen in meerderheid buiten Nederland werkzaam
zijn,

c.
een vennootschap die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend aan een
vennootschap als bedoeld onder b of in artikel 153 lid 3 onder b, en
aan de in die bepalingen genoemde groepsmaatschappijen en
rechtspersonen diensten ten behoeve van het beheer en de financiering
verleent, en

d.
een vennootschap waarin voor ten minste de helft van het geplaatste
kapitaal volgens een onderlinge regeling tot samenwerking wordt
deelgenomen door twee of meer rechtspersonen waarop de artikelen 63f
tot en met 63j, de artikelen 158 tot en met 161 en 164 of de
artikelen 268 tot en met 271 en 274 van toepassing zijn of die
afhankelijke maatschappij zijn van zulk een rechtspersoon.

4.
Het in onderdeel a van lid 2 genoemde grensbedrag wordt ten hoogste
eenmaal in de twee jaren verhoogd of verlaagd, evenredig aan de
ontwikkeling van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen
prijsindexcijfer sedert een bij die maatregel te bepalen datum; het
wordt daarbij afgerond op het naaste veelvoud van een miljoen euro.
Het bedrag wordt niet opnieuw vastgesteld zo lang als het onafgeronde
bedrag minder dan een miljoen euro afwijkt van het laatst
vastgestelde bedrag.

5.
Onder het geplaatste kapitaal met de reserves wordt in lid 2 onder a
begrepen de gezamenlijke verrichte en nog te verrichten inbreng van
vennoten bij wijze van geldschieting in afhankelijke maatschappijen
die commanditaire vennootschap zijn, voor zover dit niet tot
dubbeltelling leidt.

Artikel 2:264

1. De
artikelen 268-274 van dit Boek zijn van toepassing op een
vennootschap waaromtrent een opgaaf als bedoeld in het vorige artikel
gedurende drie jaren onafgebroken is ingeschreven; deze termijn wordt
geacht niet te zijn onderbroken, indien een doorhaling van de opgaaf,
welke tijdens die termijn ten onrechte heeft plaatsgevonden, is
ongedaan gemaakt.

2.
De doorhaling van de inschrijving op grond van de omstandigheid dat
de vennootschap niet meer voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het
tweede lid van het vorige artikel, doet de toepasselijkheid van de
artikelen 268-274 van dit Boek slechts eindigen, indien drie jaren na
de doorhaling zijn verstreken en de vennootschap gedurende die
termijn niet opnieuw tot het doen van de opgaaf is verplicht geweest.

3. De
vennootschap brengt haar statuten in overeenstemming met de artikelen
268-274 welke voor haar gelden, uiterlijk met ingang van de dag
waarop die artikelen krachtens lid 1 op haar van toepassing worden.

4. In
de eerstvolgende vergadering nadat de vennootschap waarop de
artikelen 268 tot en met 274 of 268 tot en met 271 en 274 van
toepassing zijn gaat voldoen aan de voorwaarden bedoeld in de
artikelen 263 lid 3, 264 lid 2, 265 of 265a, doet het bestuur aan de
algemene vergadering het voorstel in de statuten de wijze van
benoeming en ontslag van commissarissen en de taak en bevoegdheden
van de raad van commissarissen te regelen zonder toepassing van de
artikelen 268 tot en met 274 respectievelijk de artikelen 268 tot en
met 271 en 274, dan wel het voorstel deze artikelen geheel of met
uitzondering van artikel 272 te blijven toepassen. Het besluit wordt
genomen met volstrekte meerderheid van stemmen. De bevoegdheid van de
algemene vergadering tot het nemen van een besluit ter uitvoering van
dit artikel kan niet worden beperkt.

5.
Uiterlijk twaalf maanden nadat het besluit bedoeld in lid 4 is
genomen, legt het bestuur aan de algemene vergadering een voorstel
tot wijziging van de statuten voor. Indien de algemene vergadering
geen besluit tot statutenwijziging neemt, stelt de ondernemingskamer
van het gerechtshof te Amsterdam op verzoek van degene die daartoe
krachtens het volgende lid bevoegd is, de statuten vast. De laatste
twee zinnen van lid 4 zijn van overeenkomstige toepassing.

6.
Een verzoek tot vaststelling van de statuten kan worden ingediend
door een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van het bestuur of van
de raad van commissarissen en door degene die gerechtigd is tot
agendering ingevolge artikel 224a.

7. De
ondernemingskamer regelt zo nodig de gevolgen van de door haar
genomen beslissing. De griffier van de ondernemingskamer doet ten
kantore van het handelsregister waar de vennootschap is ingeschreven
een afschrift van de beschikking van de ondernemingskamer neerleggen.

Artikel 2:265

1. In
afwijking van artikel 264 geldt artikel 272 niet voor een
vennootschap waarin een deelneming voor ten minste de helft van het
geplaatste kapitaal wordt gehouden:

a.
door een rechtspersoon waarvan de werknemers in meerderheid buiten
Nederland werkzaam zijn, of door afhankelijke maatschappijen daarvan

b.
volgens een onderlinge regeling tot samenwerking door een aantal van
zulke rechtspersonen of maatschappijen, of

c.
volgens een onderlinge regeling tot samenwerking door een of meer van
zulke rechtspersonen en een of meer rechtspersonen waarvoor artikel
153 lid 3 onder a of artikel 263 lid 3 onder a geldt of waarop de
artikelen 63f tot en met 63j , de artikelen 158 tot en met 161 en 164
of de artikelen 268 tot en met 271 en 274 van toepassing zijn.

2. De
uitzondering volgens het vorige lid geldt echter niet, indien de
werknemers in dienst van de vennootschap, tezamen met die in dienst
van de rechtspersoon of rechtspersonen, in meerderheid in Nederland
werkzaam zijn.

3.
Voor de toepassing van dit artikel worden onder werknemers, in dienst
van een rechtspersoon, begrepen de werknemers in dienst van
groepsmaatschappijen.

Artikel 2:265a

1. In
afwijking van artikel 264 geldt artikel 272 niet voor een
vennootschap waarin:

a.
een natuurlijk persoon het gehele geplaatste kapitaal verschaft of
doet verschaffen, of twee of meer natuurlijke personen volgens een
onderlinge regeling tot samenwerking het gehele geplaatste kapitaal
verschaffen of doen verschaffen;

b.
een stichting, een vereniging of een rechtspersoon als bedoeld in
artikel 1 het gehele geplaatste kapitaal voor eigen rekening
verschaft of doet verschaffen, of twee of meer van zulke
rechtspersonen volgens een onderlinge regeling tot samenwerking het
gehele geplaatste kapitaal voor eigen rekening verschaffen of doen
verschaffen.

2.
Met de natuurlijke persoon bedoeld in lid 1 worden gelijkgesteld de
echtgenoot of echtgenote en de geregistreerde partner. Eveneens
worden gelijkgesteld de bloedverwanten in rechte lijn, mits dezen
binnen zes maanden na het overlijden van de natuurlijke persoon een
onderlinge regeling tot samenwerking zijn aangegaan.

Artikel 2:266

Onze
Minister van Justitie kan, gehoord de Sociaal-Economische Raad, aan
een vennootschap op haar verzoek ontheffing verlenen van een of meer
der artikelen 268-274 van dit Boek; de ontheffing kan onder
beperkingen worden verleend en daaraan kunnen voorschriften worden
verbonden; zij kan voorts worden gewijzigd en ingetrokken.

Artikel 2:267

1.
Een vennootschap waarvoor artikel 264 van dit Boek niet geldt, kan
bij haar statuten de wijze van benoeming en ontslag van
commissarissen en de taak en bevoegdheden van de raad van
commissarissen regelen overeenkomstig de artikelen 268-274 van dit
Boek indien zij of een afhankelijke maatschappij een ondernemingsraad
heeft ingesteld waarop de bepalingen van de Wet op de
ondernemingsraden van toepassing zijn. Zij mag daarbij artikel 272
buiten toepassing laten. De in dit lid bedoelde regeling in de
statuten verliest haar gelding zodra de ondernemingsraad ophoudt te
bestaan of op de ondernemingsraad niet langer de bepalingen van de
Wet op de ondernemingsraden van toepassing zijn.

2.
Een vennootschap waarvoor artikel 265 of 265a geldt, kan de
bevoegdheid tot benoeming en ontslag van bestuurders regelen
overeenkomstig artikel 272.

Artikel 2:268

1. De
vennootschap heeft een raad van commissarissen.

2. De
raad van commissarissen bestaat uit ten minste drie leden. Is het
aantal commissarissen minder dan drie, dan neemt de raad onverwijld
maatregelen tot aanvulling van zijn ledental.

3. De
raad van commissarissen stelt een profielschets voor zijn omvang en
samenstelling vast, rekening houdend met de aard van de onderneming,
haar activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de
commissarissen. De raad bespreekt de profielschets voor het eerst bij
vaststelling en vervolgens bij iedere wijziging in de algemene
vergadering van aandeelhouders en met de ondernemingsraad.

4. De
commissarissen worden, behoudens het bepaalde in lid 9, op voordracht
van de raad van commissarissen benoemd door de algemene vergadering
van aandeelhouders, voor zover de benoeming niet reeds is geschied
bij de akte van oprichting of voordat dit artikel op de vennootschap
van toepassing is geworden. De voordracht is met redenen omkleed.
Onverminderd het bepaalde in artikel 270 kunnen de statuten de kring
van benoembare personen niet beperken.

5. De
algemene vergadering en de ondernemingsraad kunnen aan de raad van
commissarissen personen aanbevelen om als commissaris te worden
voorgedragen. De raad deelt hun daartoe tijdig mede wanneer, ten
gevolge waarvan en overeenkomstig welk profiel in zijn midden een
plaats moet worden vervuld. Indien voor de plaats het in lid 6
bedoelde versterkte recht van aanbeveling geldt, doet de raad van
commissarissen daarvan eveneens mededeling. De raad van
commissarissen maakt de voordracht gelijktijdig bekend aan de
algemene vergadering van aandeelhouders en aan de ondernemingsraad.
De voordracht wordt met redenen omkleed.

6.
Voor een derde van het aantal leden van de raad van commissarissen
geldt dat de raad van commissarissen een door de ondernemingsraad
aanbevolen persoon op de voordracht plaatst, tenzij de raad van
commissarissen bezwaar maakt tegen de aanbeveling op grond van de
verwachting dat de aanbevolen persoon ongeschikt zal zijn voor de
vervulling van de taak van commissaris of dat de raad van
commissarissen bij benoeming overeenkomstig de aanbeveling niet naar
behoren zal zijn samengesteld. Indien het getal der leden van de raad
van commissarissen niet door drie deelbaar is, wordt het naastgelegen
lagere getal dat wel door drie deelbaar is in aanmerking genomen voor
de vaststelling van het aantal leden waarvoor dit versterkte recht
van aanbeveling geldt.

7.
Indien de raad van commissarissen bezwaar maakt, deelt hij de
ondernemingsraad het bezwaar onder opgave van redenen mede. De raad
treedt onverwijld in overleg met de ondernemingsraad met het oog op
het bereiken van overeenstemming over de voordracht. Indien de raad
van commissarissen constateert dat geen overeenstemming kan worden
bereikt, verzoekt een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de
raad aan de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam het
bezwaar gegrond te verklaren. Het verzoek wordt niet eerder ingediend
dan nadat vier weken zijn verstreken na aanvang van het overleg met
de ondernemingsraad. De
raad van commissarissen plaatst de aanbevolen persoon op de
voordracht indien de ondernemingskamer het bezwaar ongegrond
verklaart. Verklaart de ondernemingskamer het bezwaar gegrond, dan
kan de ondernemingsraad een nieuwe aanbeveling doen overeenkomstig
het bepaalde in lid 6.

8. De
ondernemingskamer doet de ondernemingsraad oproepen. Tegen de
beslissing van de ondernemingskamer staat geen rechtsmiddel open. De
ondernemingskamer kan geen veroordeling in de proceskosten
uitspreken.

9. De
algemene vergadering kan bij volstrekte meerderheid van de
uitgebrachte stemmen, vertegenwoordigend ten minste een derde van het
geplaatste kapitaal, de voordracht afwijzen. Indien de aandeelhouders
bij volstrekte meerderheid van stemmen hun steun aan de kandidaat
onthouden, maar deze meerderheid niet ten minste een derde van het
geplaatste kapitaal vertegenwoordigde, kan een nieuwe vergadering
worden bijeengeroepen waarin de voordracht kan worden afgewezen met
volstrekte meerderheid van stemmen. Alsdan maakt de raad van
commissarissen een nieuwe voordracht op. De leden 5 tot en met 8 zijn
van toepassing. Indien de algemene vergadering de voorgedragen
persoon niet benoemt en niet besluit tot afwijzing van de voordracht,
benoemt de raad van commissarissen de voorgedragen persoon.

10.
De algemene vergadering van aandeelhouders kan de bevoegdheid die
haar volgens lid 5 toekomt voor een door haar te bepalen duur van
telkens ten hoogste twee achtereenvolgende jaren, overdragen aan een
commissie van aandeelhouders waarvan zij de leden aanwijst; in dat
geval geeft de raad van commissarissen aan de commissie de
kennisgeving van lid 5. De algemene vergadering kan te allen tijde de
overdracht ongedaan maken.

11.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de ondernemingsraad
verstaan de ondernemingsraad van de onderneming van de vennootschap
of van de onderneming van een afhankelijke maatschappij. Indien er
meer dan één ondernemingsraad is, worden de
bevoegdheden van dit artikel door deze raden afzonderlijk
uitgeoefend; als er sprake is van een voordracht als bedoeld in lid 6
worden de bevoegdheden van dit lid door deze raden gezamenlijk
uitgeoefend. Is voor de betrokken onderneming of ondernemingen een
centrale ondernemingsraad ingesteld, dan komen de bevoegdheden van de
ondernemingsraad volgens dit artikel toe aan de centrale
ondernemingsraad.

12.
In de statuten kan worden afgeweken van de leden 2, 4 tot en met 7 en
9, met dien verstande dat niet kan worden afgeweken van de eerste
twee zinnen van lid 9. Voor het besluit tot wijziging van de statuten
is de voorafgaande goedkeuring van de raad van commissarissen en de
toestemming van de ondernemingsraad vereist.

Artikel 2:269

1.
Ontbreken alle commissarissen, anders dan ingevolge het bepaalde in
artikel 271a, dan geschiedt de benoeming door de algemene vergadering
van aandeelhouders.

2. De
ondernemingsraad kan personen voor benoeming tot commissaris
aanbevelen. Degene die de algemene vergadering van aandeelhouders
bijeenroept, deelt de ondernemingsraad daartoe tijdig mede dat de
benoeming van commissarissen onderwerp van behandeling in de algemene
vergadering zal zijn, met vermelding of benoeming van een commissaris
plaatsvindt overeenkomstig het aanbevelingsrecht van de
ondernemingsraad op grond van artikel 268 lid 6.

3. De
leden 6, 7, 8, 10 en 11 van het vorig artikel zijn van
overeenkomstige toepassing.

Artikel 2:270

Commissaris
kunnen niet zijn:

a.
personen die in dienst zijn van de vennootschap;

b.
personen die in dienst zijn van een afhankelijke maatschappij;

c.
bestuurders en personen in dienst van een werknemersorganisatie welke
pleegt betrokken te zijn bij de vaststelling van de
arbeidsvoorwaarden van de onder a en b bedoelde personen.

Artikel 2:271

1.
Een commissaris treedt uiterlijk af, indien hij na zijn laatste
benoeming vier jaren commissaris is geweest. De termijn kan bij de
statuten worden verlengd tot de dag van de eerstvolgende algemene
vergadering van aandeelhouders na afloop van de vier jaren of na de
dag waarop dit artikel voor de rechtspersoon is gaan gelden.

2. De
ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam kan op een
desbetreffend verzoek een commissaris ontslaan wegens verwaarlozing
van zijn taak, wegens andere gewichtige redenen of wegens ingrijpende
wijziging der omstandigheden op grond waarvan handhaving als
commissaris redelijkerwijze niet van de vennootschap kan worden
verlangd. Het verzoek kan worden ingediend door de vennootschap, ten
deze vertegenwoordigd door de raad van commissarissen, alsmede door
een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de algemene vergadering
van aandeelhouders of van de ondernemingsraad, bedoeld in lid 11 van
artikel 268. De leden 10 en 11 van artikel 268 zijn van
overeenkomstige toepassing.

3.
Een commissaris kan worden geschorst door de raad van commissarissen;
de schorsing vervalt van rechtswege, indien de vennootschap niet
binnen een maand na de aanvang der schorsing een verzoek als bedoeld
in het vorige lid bij de ondernemingskamer heeft ingediend.

Artikel 2:271a

1. De
algemene vergadering kan bij volstrekte meerderheid van de
uitgebrachte stemmen, vertegenwoordigend ten minste een derde van het
geplaatste kapitaal, het vertrouwen in de raad van commissarissen
opzeggen. Het besluit is met redenen omkleed. Het besluit kan niet
worden genomen ten aanzien van commissarissen die zijn aangesteld
door de ondernemingskamer overeenkomstig lid 3.

2.
Een besluit als bedoeld in lid 1 wordt niet genomen dan nadat het
bestuur de ondernemingsraad van het voorstel voor het besluit en de
gronden daartoe in kennis heeft gesteld. De kennisgeving geschiedt
ten minste 30 dagen voor de algemene vergadering waarin het voorstel
wordt behandeld. Indien de ondernemingsraad een standpunt over het
voorstel bepaalt, stelt het bestuur de raad van commissarissen en de
algemene vergadering van dit standpunt op de hoogte. De
ondernemingsraad kan zijn standpunt in de algemene vergadering doen
toelichten.

3.
Het besluit bedoeld in lid 1 heeft het onmiddellijk ontslag van de
leden van de raad van commissarissen tot gevolg. Alsdan verzoekt het
bestuur onverwijld aan de ondernemingskamer van het gerechtshof te
Amsterdam tijdelijk een of meer commissarissen aan te stellen. De
ondernemingskamer regelt de gevolgen van de aanstelling.

4.
De raad van commissarissen bevordert dat binnen een door de
ondernemingskamer vastgestelde termijn een nieuwe raad wordt
samengesteld met inachtneming van artikel 268.

Artikel 2:272

De
raad van commissarissen benoemt de bestuurders der vennootschap; deze
bevoegdheid kan niet door enige bindende voordracht worden beperkt.
Hij geeft de algemene vergadering van aandeelhouders kennis van een
voorgenomen benoeming van een bestuurder der vennootschap; hij
ontslaat een bestuurder niet dan nadat de algemene vergadering over
het voorgenomen ontslag is gehoord. Het elfde lid van artikel 268 van
dit Boek is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2:273
Vervallen

Artikel 2:274

1.
Aan de goedkeuring van de raad van commissarissen zijn onderworpen de
besluiten van het bestuur omtrent:

a.
uitgifte en verkrijging van aandelen in en schuldbrieven ten laste
van de vennootschap of van schuldbrieven ten laste van een
commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma waarvan de
vennootschap volledig aansprakelijke vennote is;

b.
medewerking aan de uitgifte van certificaten op naam van aandelen;

c.
het aanvragen van toelating van de onder a en b bedoelde
schuldbrieven onderscheidenlijk certificaten tot de handel op een
markt in financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1:1 van
de Wet op het financieel toezicht dan wel het aanvragen van een
intrekking van zodanige toelating;

d.
het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking van de
vennootschap of een afhankelijke maatschappij met een andere
rechtspersoon of vennootschap dan wel als volledig aansprakelijke
vennote in een commanditaire vennootschap of vennootschap onder
firma, indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende
betekenis is voor de vennootschap;

e.
het nemen van een deelneming ter waarde van ten minste een vierde van
het bedrag van het geplaatste kapitaal met de reserves volgens de
balans met toelichting van de vennootschap, door haar of een
afhankelijke maatschappij in het kapitaal van een andere
vennootschap, alsmede het ingrijpend vergroten of verminderen van
zulk een deelneming;

f.
investeringen welke een bedrag gelijk aan ten minste een vierde
gedeelte van het geplaatste kapitaal met de reserves der vennootschap
volgens haar balans met toelichting vereisen;

g.
een voorstel tot wijziging van de statuten;

h.
een voorstel tot ontbinding van de vennootschap;

i.
aangifte van faillissement en aanvraag van surséance van
betaling;

j.
beëindiging van de arbeidsovereenkomst van een aanmerkelijk
aantal werknemers van de vennootschap of van een afhankelijke
maatschappij tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek;

k.
ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden van een
aanmerkelijk aantal werknemers van de vennootschap of van een
afhankelijke maatschappij;

l.
een voorstel tot vermindering van het geplaatste kapitaal.

2.
Het ontbreken van goedkeuring van de raad van commissarissen op een
besluit als bedoeld in lid 1 tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid
van het bestuur of bestuurders niet aan.

Artikel 2:275
Vervallen

Afdeling 7. De ontbinding van de vennootschap

Artikel 2:276
t/m artikel 2:284 vervallen

Afdeling 8. Het beroep

Artikel 2:284a

De
aanvrager kan beroep instellen bij het College van Beroep voor het
bedrijfsleven tegen:

a.
een weigering van het verzoek als bedoeld in artikel 175, lid 3,
tweede zin;

b.
een weigering van de verklaring als bedoeld in artikel 179, lid 2;

c.
een weigering van de verklaring als bedoeld in artikel 235, lid 2 en

d.
een beschikking tot weigering, wijziging of intrekking van de
ontheffing, alsmede een beschikking tot verlening van de ontheffing
voor zover daaraan voorschriften zijn verbonden dan wel daarbij
beperkingen zijn opgelegd in artikel 266.

Titel 6. Stichtingen

Artikel 2:285

1.
Een stichting is een door een rechtshandeling in het leven geroepen
rechtspersoon, welke geen leden kent en beoogt met behulp van een
daartoe bestemd vermogen een in de statuten vermeld doel te
verwezenlijken.

2.
Indien de statuten een of meer personen de bevoegdheid geven in de
vervulling van ledige plaatsen in organen van de stichting te
voorzien, wordt zij niet uit dien hoofde aangemerkt leden te kennen.

3.
Het doel van de stichting mag niet inhouden het doen van uitkeringen
aan oprichters of aan hen die deel uitmaken van haar organen noch ook
aan anderen, tenzij wat deze laatsten betreft de uitkeringen een
ideële of sociale strekking hebben.

Artikel 2:286

1.
Een stichting moet worden opgericht bij notariële akte.

2. De
akte moet worden verleden in de Nederlandse taal. Indien de stichting
haar zetel heeft in de provincie Fryslân kan de akte in de
Friese taal worden verleden. Een volmacht tot medewerking aan de akte
moet schriftelijk zijn verleend. De stichting kan worden opgericht
bij openbaar testament dat in een andere dan de Nederlandse of de
Friese taal is verleden; de statuten van de stichting moeten ook dan
in de Nederlandse of Friese taal luiden.

3. De
akte bevat de statuten van de stichting.

4. De
statuten moeten inhouden:

a. de
naam der stichting, met het woord stichting als deel van de naam;

b.
het doel der stichting;

c. de
wijze van benoeming en ontslag der bestuurders;

d. de
gemeente in Nederland waar zij haar zetel heeft;

e. de
bestemming van het overschot na vereffening van de stichting in geval
van ontbinding, of de wijze waarop de bestemming zal worden
vastgesteld.

5. De
notaris, ten overstaan van wie de akte is verleden, draagt zorg dat
de statuten bevatten hetgeen in de leden 2-4 is genoemd. Bij verzuim
is hij persoonlijk jegens hen die daardoor schade hebben geleden,
aansprakelijk.

Artikel 2:287

Bij
gebreke van een aanwijzing van een zetel in de statuten, heeft de
stichting haar zetel in de gemeente, waar de notaris voor wie de akte
is verleden, ten tijde van het passeren der akte zijn standplaats
had.

Artikel 2:288
Vervallen

Artikel 2:289

1. De
bestuurders zijn verplicht de stichting benevens de naam, de
voornamen en de woonplaats of laatste woonplaats van de oprichter of
oprichters te doen inschrijven in het handelsregister en een
authentiek afschrift dan wel een authentiek uittreksel van de akte
van oprichting bevattende de statuten, ten kantore van dat register
neer te leggen.

2.
Zolang de opgave ter eerste inschrijving en nederlegging niet zijn
geschied, is iedere bestuurder voor een rechtshandeling, waardoor hij
de stichting verbindt, naast de stichting hoofdelijk aansprakelijk.

Artikel 2:290
Vervallen

Artikel 2:291

1.
Behoudens beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met
het besturen van de stichting.

2.
Slechts indien dit uit de statuten voortvloeit, is het bestuur
bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot
verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot
het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of
hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt
of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
De statuten kunnen deze bevoegdheid aan beperkingen en voorwaarden
binden. De uitsluiting, beperkingen en voorwaarden gelden mede voor
de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van de stichting ter zake van
deze handelingen, tenzij de statuten anders bepalen.

Artikel 2:292

1.
Het bestuur vertegenwoordigt de stichting, voor zover uit de wet niet
anders voortvloeit.

2. De
statuten kunnen de bevoegdheid tot vertegenwoordiging bovendien
toekennen aan een of meer bestuurders. Zij kunnen bepalen dat een
bestuurder de stichting slechts met medewerking van een of meer
anderen mag vertegenwoordigen.

3.
Bevoegdheid tot vertegenwoordiging die aan het bestuur of aan een
bestuurder toekomt, is onbeperkt en onvoorwaardelijk, voor zover uit
de wet niet anders voortvloeit. Een wettelijk toegelaten of
voorgeschreven beperking van of voorwaarde voor de bevoegdheid tot
vertegenwoordiging kan slechts door de stichting worden ingeroepen.

4. De
statuten kunnen ook aan andere personen dan bestuurders bevoegdheid
tot vertegenwoordiging toekennen.

Artikel 2:293

De
statuten van de stichting kunnen door haar organen slechts worden
gewijzigd, indien de statuten daartoe de mogelijkheid openen. De
wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot
stand komen. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift
van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore
van het in artikel 289 van dit Boek bedoelde register.

Artikel 2:294

1.
Indien ongewijzigde handhaving van de statuten zou leiden tot
gevolgen, die bij de oprichting redelijkerwijze niet kunnen zijn
gewild, en de statuten de mogelijkheid van wijziging niet voorzien of
zij die tot wijziging de bevoegdheid hebben, zulks nalaten, kan de
rechtbank op verzoek van een oprichter, het bestuur of het openbaar
ministerie de statuten wijzigen.

2.
De rechtbank wijkt daarbij zo min mogelijk van de bestaande statuten
af; indien wijziging van het doel noodzakelijk is, wijst zij een doel
aan dat aan het bestaande verwant is. Met inachtneming van het
vorenstaande is de rechtbank bevoegd, zo nodig, de statuten op andere
wijze te wijzigen dan is verzocht.

3.
Met overeenkomstige toepassing van de beide vorige leden kan de
rechtbank de statuten wijzigen om ontbinding van de stichting op een
grond als vermeld in artikel 21 of artikel 301 lid 1 onder a te
voorkomen.

Artikel 2:295

Een
besluit tot wijziging van de statuten kan te allen tijde op verzoek
van de stichting, van een belanghebbende of van het openbaar
ministerie door de rechtbank worden vernietigd, indien de wijziging
tot gevolg heeft dat de stichting kan worden ontbonden op een grond
als bedoeld in de artikelen 21 of 301 lid 1, en die wijziging niet
tot omzetting leidt. Overigens zijn artikel 15 leden 3 en 4 en
artikel 16 van toepassing.

Artikel 2:296

In
een geding, waarin ontbinding van een stichting op een grond als
vermeld in artikel 21 of 301 lid 1 onder a wordt verzocht, kan de
rechtbank de bevoegdheden in de beide voorgaande artikelen genoemd,
ambtshalve uitoefenen.

Artikel 2:297

1.
Het openbaar ministerie bij de rechtbank is, bij ernstige twijfel of
de wet of de statuten te goeder trouw worden nageleefd, dan wel het
bestuur naar behoren wordt gevoerd, bevoegd aan het bestuur
inlichtingen te verzoeken.

2.
Bij niet- of niet-behoorlijke voldoening aan het verzoek kan de
voorzieningenrechter van de rechtbank, desverzocht, bevelen dat aan
het openbaar ministerie de boeken, bescheiden en andere
gegevensdragers van de stichting voor raadpleging beschikbaar worden
gesteld en de waarden der stichting worden getoond. Tegen de
beschikking van de voorzieningenrechter staat geen hoger beroep of
cassatie open.

Artikel 2:298

1.
Een bestuurder die:

a.
iets doet of nalaat in strijd met de bepalingen van de wet of van de
statuten, dan wel zich schuldig maakt aan wanbeheer, of

b.
niet of niet behoorlijk voldoet aan een door de voorzieningenrechter
van de rechtbank, ingevolge het vorige artikel, gegeven bevel, kan
door de rechtbank worden ontslagen. Dit kan geschieden op verzoek van
het openbaar ministerie of iedere belanghebbende.

2. De
rechtbank kan, hangende het onderzoek, voorlopige voorzieningen in
het bestuur treffen en de bestuurder schorsen.

3.
Een door de rechtbank ontslagen bestuurder kan gedurende vijf jaar na
het ontslag geen bestuurder van een stichting worden.

Artikel 2:299

Telkens
wanneer het door de statuten voorgeschreven bestuur geheel of
gedeeltelijk ontbreekt en daarin niet overeenkomstig de statuten
wordt voorzien, kan de rechtbank, op verzoek van iedere
belanghebbende of het openbaar ministerie in de vervulling van de
ledige plaats voorzien. De rechtbank neemt daarbij zoveel mogelijk de
statuten in acht.

Artikel 2:299a

Een
stichting die een of meer ondernemingen in stand houdt welke
ingevolge de wet in het handelsregister moeten worden ingeschreven,
vermeldt bij de staat van baten en lasten de netto-omzet van deze
ondernemingen.

Artikel 2:300

1.
Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van een
stichting als bedoeld in artikel 360 lid 3, behoudens verlenging van
deze termijn met ten hoogste vijf maanden door het in lid 3 bedoelde
orgaan op grond van bijzondere omstandigheden,
maakt het bestuur een jaarrekening op en legt het deze voor hen die
deel uitmaken van het in lid 3 bedoelde orgaan ter inzage ten kantore
van de stichting. Binnen deze termijn legt het bestuur ook de
krachtens artikel 392 lid 1 toe te voegen gegevens ter inzage voor
hen die deel uitmaken van het in lid 3 bedoelde orgaan en het
jaarverslag, tenzij artikel 396 lid 6, eerste volzin, voor zover het
betreft het jaarverslag, of artikel 403 voor de stichting gelden. Zij
die deel uitmaken van het in lid 3 bedoelde orgaan kunnen kosteloos
een afschrift van deze stukken verkrijgen.

2. De
jaarrekening wordt ondertekend door de bestuurders en door hen die
deel uitmaken van het toezicht houdende orgaan; ontbreekt de
ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave
van reden melding gemaakt.

3. De
jaarrekening wordt uiterlijk een maand na afloop van de termijn
vastgesteld door het daartoe volgens de statuten bevoegde orgaan.
Indien de statuten deze bevoegdheid niet aan enig orgaan verlenen,
komt deze bevoegdheid toe aan het toezicht houdende orgaan en bij
gebreke daarvan aan het bestuur.

4.
Een stichting als bedoeld in artikel 360 lid 3 mag ten laste van de
door de wet voorgeschreven reserves een tekort slechts delgen voor
zover de wet dat toestaat.

5.
Onze Minister van Economische Zaken kan desverzocht om gewichtige
redenen ontheffing verlenen van de verplichting tot het opmaken, het
overleggen en het vaststellen van de jaarrekening.

Artikel 2:300a

De
artikelen 131, 138, 139, 149 en 150 zijn van overeenkomstige
toepassing in geval van faillissement van een stichting die aan de
heffing van vennootschapsbelasting is onderworpen.

Artikel 2:301

1. De
rechtbank ontbindt de stichting op verzoek van een belanghebbende of
het openbaar ministerie, indien:

a.
het vermogen van de stichting ten enenmale onvoldoende is voor de
verwezenlijking van haar doel, en de mogelijkheid dat een voldoend
vermogen door bijdragen of op andere wijze in afzienbare tijd zal
worden verkregen, in hoge mate onwaarschijnlijk is;

b.
het doel der stichting is bereikt of niet meer kan worden bereikt, en
wijziging van het doel niet in aanmerking komt.

2. De
rechtbank kan ook ambtshalve de stichting ontbinden tegelijk met de
afwijzing van een verzoek als bedoeld in artikel 294.

Artikel 2:302

In
kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraken, inhoudende:

doorhaling,
aanvulling of wijziging van het in het register ingeschrevene,

wijziging
van de statuten van de stichting,

wijziging
van of voorziening in het bestuur, of

vernietiging
van een besluit tot wijziging van de statuten,

worden
door de zorg van de griffier van het college waarvoor de zaak
laatstelijk aanhangig was ingeschreven in het in artikel 289 van dit
Boek genoemde register.

Artikel 2:303

In
geval van faillissement of surséance van betaling van een
stichting worden de aankondigingen welke krachtens de
Faillissementswet in de Nederlandse Staatscourant worden opgenomen,
door hem die met de openbaarmaking is belast, mede ter inschrijving
in het register, bedoeld in artikel 289 van dit Boek, opgegeven.

Artikel 2:304

1.
De deelnemers aan een pensioenfonds of aan een fonds als bedoeld in
artikel
631, lid 3, onder c, van Boek 7, worden voor de toepassing van
artikel 285 van dit Boek niet beschouwd als leden van een stichting
die als een zodanig fonds werkzaam is.

2.
Voor de toepassing van artikel 285 lid 3 van dit Boek gelden als
uitkeringen aan oprichters van zulk een stichting of aan hen die deel
uitmaken van haar organen, niet de uitkeringen die voortvloeien uit
een recht op pensioen of uit een aanspraak krachtens een
arbeidsovereenkomst waarin een beding als bedoeld in artikel 631, lid
3, onder c, van Boek 7, is opgenomen.

Artikel 2:305
Vervallen

Artikel 2:306
Vervallen

Artikel 2:307
Vervallen

Titel 7. Fusie en splitsing

Afdeling 1. ALGEMENE BEPALING

Artikel 2:308

1. De
bepalingen van deze titel zijn van toepassing op de vereniging, de
coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij, de stichting, de
naamloze vennootschap en de besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid.

2.
Zij zijn niet van toepassing op verenigingen zonder volledige
rechtsbevoegdheid en op verenigingen van appartementseigenaars.

Afdeling 2. Algemene bepalingen omtrent fusies

Artikel 2:309

Fusie
is de rechtshandeling van twee of meer rechtspersonen waarbij een van
deze het vermogen van de andere onder algemene titel verkrijgt of
waarbij een nieuwe rechtspersoon die bij deze rechtshandeling door
hen samen wordt opgericht, hun vermogen onder algemene titel
verkrijgt.

Artikel 2:310

1.
Rechtspersonen kunnen fuseren met rechtspersonen die de zelfde
rechtsvorm hebben.

2.
Wordt de verkrijgende rechtspersoon nieuw opgericht, dan moet hij de
rechtsvorm hebben van de fuserende rechtspersonen.

3.
Voor de toepassing van dit artikel worden de naamloze en de besloten
vennootschap als rechtspersonen met de zelfde rechtsvorm aangemerkt.

4.
Een verkrijgende vereniging, coöperatie, onderlinge
waarborgmaatschappij of stichting kan ook fuseren met een naamloze of
besloten vennootschap waarvan zij alle aandelen houdt. Een
verkrijgende stichting, naamloze of besloten vennootschap kan ook
fuseren met een vereniging, coöperatie of onderlinge
waarborgmaatschappij waarvan zij het enige lid is.

5.
Een ontbonden rechtspersoon mag niet fuseren, indien reeds uit hoofde
van de vereffening een uitkering is gedaan.

6.
Een rechtspersoon mag niet fuseren gedurende faillissement of
surséance van betaling.

Artikel 2:311

1.
Met uitzondering van de verkrijgende rechtspersoon houden de
fuserende rechtspersonen door het van kracht worden van de fusie op
te bestaan.

2.
De leden of aandeelhouders van de verdwijnende rechtspersonen worden
door de fusie lid of aandeelhouder van de verkrijgende rechtspersoon,
uitgezonderd in de gevallen van de artikelen 310 lid 4, 333 of 334,
of wanneer krachtens de ruilverhouding van de aandelen zelfs geen
recht bestaat op een enkel aandeel.

Artikel 2:312

1. De
besturen van de te fuseren rechtspersonen stellen een voorstel tot
fusie op.

2.
Dit voorstel vermeldt ten minste:

a. de
rechtsvorm, naam en zetel van de te fuseren rechtspersonen;

b. de
statuten van de verkrijgende rechtspersoon zoals die luiden en zoals
zij na de fusie zullen luiden of, indien de verkrijgende
rechtspersoon nieuw wordt opgericht, het ontwerp van de akte van
oprichting;

c.
welke rechten of vergoedingen ingevolge artikel 320 ten laste van de
verkrijgende rechtspersoon worden toegekend aan degenen die anders
dan als lid of aandeelhouder bijzondere rechten hebben jegens de
verdwijnende rechtspersonen, zoals rechten op een uitkering van winst
of tot het nemen van aandelen, en met ingang van welk tijdstip;

d.
welke voordelen in verband met de fusie worden toegekend aan een
bestuurder of commissaris van een te fuseren rechtspersoon of aan een
ander die bij de fusie is betrokken;

e. de
voornemens over de samenstelling na de fusie van het bestuur en, als
er een raad van commissarissen zal zijn, van die raad;

f.
voor elk van de verdwijnende rechtspersonen het tijdstip met ingang
waarvan financiële gegevens zullen worden verantwoord in de
jaarrekening of andere financiële verantwoording van de
verkrijgende rechtspersoon;

g. de
voorgenomen maatregelen in verband met de overgang van het
lidmaatschap of aandeelhouderschap van de verdwijnende
rechtspersonen;

h. de
voornemens omtrent voortzetting of beëindiging van
werkzaamheden;

i.
wie in voorkomend geval het besluit tot fusie moeten goedkeuren.

3.
Het voorstel tot fusie wordt ondertekend door de bestuurders van elke
te fuseren rechtspersoon; ontbreekt de handtekening van een of meer
hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.

4.
Tenzij alle fuserende rechtspersonen verenigingen of stichtingen
zijn, moet het voorstel tot fusie zijn goedgekeurd door de raden van
commissarissen en wordt het door de commissarissen mede ondertekend;
ontbreekt de handtekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan
onder opgave van redenen melding gemaakt. Voorts
vermeldt het voorstel de invloed van de fusie op de grootte van de
goodwill en de uitkeerbare reserves van de verkrijgende
rechtspersoon.

Artikel 2:313

1. In
een schriftelijke toelichting geeft het bestuur van elke te fuseren
rechtspersoon de redenen voor de fusie met een uiteenzetting over de
verwachte gevolgen voor de werkzaamheden en een toelichting uit
juridisch, economisch en sociaal oogpunt.

2.
Indien het laatste boekjaar van de rechtspersoon, waarover een
jaarrekening of andere financiële verantwoording is vastgesteld,
meer dan zes maanden voor de nederlegging van het voorstel tot fusie
is verstreken, maakt het bestuur een jaarrekening of tussentijdse
vermogensopstelling op. Deze heeft betrekking op de stand van het
vermogen op ten vroegste de eerste dag van de derde maand voor de
maand waarin zij wordt neergelegd. De vermogensopstelling wordt
opgemaakt met inachtneming van de indeling en de waarderingsmethoden
die in de laatst vastgestelde jaarrekening of andere financiële
verantwoording zijn toegepast, tenzij daarvan gemotiveerd wordt
afgeweken op de grond dat de aktuele waarde belangrijk afwijkt van de
boekwaarde. In
de vermogensopstelling worden de krachtens de wet of de statuten te
reserveren bedragen opgenomen.

3. In
de gevallen van de artikelen 310 lid 4 en 333 is geen toelichting
vereist voor de verdwijnende rechtspersoon, tenzij anderen dan de
verkrijgende rechtspersoon een bijzonder recht jegens de verdwijnende
rechtspersoon hebben, zoals een recht op uitkering van winst of tot
het nemen van aandelen.

Artikel 2:313a
Vervallen

Artikel 2:314

1.
Elke te fuseren rechtspersoon legt ten kantore van het
handelsregister neer:

a.
het voorstel tot fusie,

b. de
laatste drie vastgestelde jaarrekeningen of andere financiële
verantwoordingen van de te fuseren rechtspersonen, met de
accountantsverklaring daarbij, voor zover deze stukken ter inzage
liggen of moeten liggen,

c. de
jaarverslagen van de te fuseren rechtspersonen over de laatste drie
afgesloten jaren, voor zover deze ter inzage liggen of moeten liggen,

d.
tussentijdse vermogensopstellingen of niet vastgestelde
jaarrekeningen, voor zover vereist ingevolge artikel 313 lid 2 en
voor zover de jaarrekening van de rechtspersoon ter inzage moet
liggen.

2.
Tegelijkertijd legt het bestuur de stukken, met inbegrip van
jaarrekeningen en jaarverslagen die niet ter openbare inzage behoeven
te liggen, samen met de toelichtingen van de besturen op het voorstel
neer ten kantore van de rechtspersoon of, bij gebreke van een
kantoor, aan de woonplaats van een bestuurder. De stukken liggen tot
het tijdstip van de fusie, en op het adres van de verkrijgende
rechtspersoon onderscheidenlijk van een bestuurder daarvan nog zes
maanden nadien, ter inzage voor de leden of aandeelhouders, en voor
hen die een bijzonder recht jegens de rechtspersoon hebben, zoals een
recht op een uitkering van winst of tot het nemen van aandelen. In
dit tijdvak kunnen zij kosteloos een afschrift daarvan krijgen.

3. De
te fuseren rechtspersonen kondigen in een landelijk verspreid dagblad
aan dat de stukken zijn neergelegd, met opgave van de openbare
registers waar zij liggen en van het adres waar zij krachtens lid 2
ter inzage liggen.

4.
Indien de ondernemingsraad of medezeggenschapsraad van een te fuseren
rechtspersoon of een vereniging van werknemers die werknemers van de
rechtspersoon of van een dochtermaatschappij onder haar leden telt,
schriftelijk een advies of opmerkingen indient, worden deze tegelijk
met het voorstel tot fusie of onmiddellijk na ontvangst, neergelegd
op het adres bedoeld in lid 2. De tweede en derde zin van lid 2 zijn
van overeenkomstige toepassing.

5.
Indien de besturen van de te fuseren rechtspersonen het voorstel tot
fusie wijzigen, zijn de leden 1-4 van overeenkomstige toepassing.

6. De
leden 2 en 4 gelden niet voor stichtingen.

Artikel 2:315

1.
Het bestuur van elke te fuseren rechtspersoon is verplicht de
algemene vergadering en de andere te fuseren rechtspersonen in te
lichten over na het voorstel tot fusie gebleken belangrijke
wijzigingen in de omstandigheden die de mededelingen in het voorstel
tot fusie of in de toelichting hebben beïnvloed.

2.
Voor een stichting geldt deze verplichting jegens degenen die
blijkens de statuten de fusie moeten goedkeuren.

Artikel 2:316

1.
Ten minste een van de te fuseren rechtspersonen moet, op straffe van
gegrondverklaring van een verzet als bedoeld in het volgende lid,
voor iedere schuldeiser van deze rechtspersonen die dit verlangt
zekerheid stellen of hem een andere waarborg geven voor de voldoening
van zijn vordering. Dit geldt niet, indien de schuldeiser voldoende
waarborgen heeft of de vermogenstoestand van de verkrijgende
rechtspersoon na de fusie niet minder waarborg zal bieden dat de
vordering zal worden voldaan, dan er voordien is.

2.
Tot een maand nadat alle te fuseren rechtspersonen de nederlegging
van het voorstel tot fusie hebben aangekondigd kan iedere schuldeiser
door een verzoekschrift aan de rechtbank tegen het voorstel tot fusie
in verzet komen met vermelding van de waarborg die wordt verlangd.

3.
Voordat de rechter beslist, kan hij de rechtspersonen in de
gelegenheid stellen binnen een door hem gestelde termijn een door hem
omschreven waarborg te geven.

4.
Indien tijdig verzet is gedaan, mag de akte van fusie eerst worden
verleden, zodra het verzet is ingetrokken of de opheffing van het
verzet uitvoerbaar is.

5.
Indien de akte van fusie al is verleden, kan de rechter op een
ingesteld rechtsmiddel het stellen van een door hem omschreven
waarborg bevelen en daaraan een dwangsom verbinden.

Artikel 2:317

1.
Het besluit tot fusie wordt genomen door de algemene vergadering; in
een stichting wordt het besluit genomen door degene die de statuten
mag wijzigen of, als geen ander dat mag, door het bestuur. Het
besluit mag niet afwijken van het voorstel tot fusie.

2.
Een besluit tot fusie kan eerst worden genomen na verloop van een
maand na de dag waarop alle fuserende rechtspersonen de nederlegging
van het voorstel tot fusie hebben aangekondigd.

3.
Een besluit tot fusie wordt genomen op dezelfde wijze als een besluit
tot wijziging van de statuten. Vereisen de statuten hiervoor
goedkeuring, dan geldt dit ook voor het besluit tot fusie. Vereisen
de statuten voor de wijziging van afzonderlijke bepalingen
verschillende meerderheden, dan is voor een besluit tot fusie de
grootste daarvan vereist, en sluiten de statuten wijziging van
bepalingen uit, dan zijn de stemmen van alle stemgerechtigde leden of
aandeelhouders vereist; een en ander tenzij die bepalingen na de
fusie onverminderd zullen gelden.

4.
Lid 3 geldt niet, voor zover de statuten een andere regeling voor
besluiten tot fusie geven.

5.
Een besluit tot fusie van een stichting behoeft de goedkeuring van de
rechtbank, tenzij de statuten het mogelijk maken alle bepalingen
daarvan te wijzigen. De
rechtbank wijst het verzoek af, indien er gegronde redenen zijn om
aan te nemen dat de fusie strijdig is met het belang van de
stichting.

Artikel 2:317a
Vervallen

Artikel 2:318

1. De
fusie geschiedt bij notariële akte en wordt van kracht met
ingang van de dag na die waarop de akte is verleden. De akte mag
slechts worden verleden binnen zes maanden na de aankondiging van de
nederlegging van het voorstel of, indien dit als gevolg van gedaan
verzet niet mag, binnen een maand na intrekking of nadat de opheffing
van het verzet uitvoerbaar is geworden.

2.
Aan de voet van de akte verklaart de notaris dat hem is gebleken dat
de vormvoorschriften in acht zijn genomen voor alle besluiten die
deze en de volgende afdeling en de statuten voor het totstandkomen
van de fusie vereisten en dat voor het overige de daarvoor in deze en
de volgende afdeling en in de statuten gegeven voorschriften zijn
nageleefd.

3.
De verkrijgende rechtspersoon doet de fusie binnen acht dagen na het
verlijden inschrijven in het handelsregister waar elke gefuseerde
rechtspersoon en hijzelf staan ingeschreven, naar gelang van elks
inschrijfplicht. Daarbij wordt een afschrift van de akte van fusie
met de notariële verklaring aan de voet daarvan ten kantore van
elk register neergelegd.

4. De
verkrijgende rechtspersoon doet binnen een maand opgave van de fusie
aan de beheerders van andere openbare registers waarin overgang van
rechten of de fusie kan worden ingeschreven. Gaat door de fusie een
registergoed op de verkrijgende rechtspersoon over, dan is deze
verplicht binnen deze termijn aan de bewaarder van de openbare
registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3, de voor de
inschrijving van de fusie vereiste stukken aan te bieden.

Artikel 2:319

1.
Pandrecht en vruchtgebruik op een recht van lidmaatschap
of op aandelen van de verdwijnende rechtspersonen gaan over op
hetgeen daarvoor in de plaats treedt.

2.
Rust het pandrecht of vruchtgebruik op een recht van lidmaatschap of
op aandelen waarvoor niets in de plaats treedt, dan moet de
verkrijgende rechtspersoon een gelijkwaardige vervanging geven.

Artikel 2:320

1.
Hij die, anders dan als lid of aandeelhouder, een bijzonder recht
jegens een verdwijnende rechtspersoon heeft, zoals een recht op een
uitkering van winst of tot het nemen van aandelen, moet een
gelijkwaardig recht in de verkrijgende rechtspersoon krijgen, of
schadeloosstelling.

2. De
schadeloosstelling wordt bij gebreke van overeenstemming bepaald door
een of meer onafhankelijke deskundigen, ten verzoeke van de meest
gerede partij te benoemen door de voorzieningenrechter van de
rechtbank van het arrondissement waarin de woonplaats van de
verkrijgende rechtspersoon is gelegen.

3.
Artikel 319 is van overeenkomstige toepassing op pandrecht of
vruchtgebruik dat op de bijzondere rechten was gevestigd.

Artikel 2:321

1. Op
het tijdstip met ingang waarvan de verkrijgende rechtspersoon de
financiële gegevens van een verdwijnende rechtspersoon zal
verantwoorden in de eigen jaarrekening of andere financiële
verantwoording, is het laatste boekjaar van die verdwijnende
rechtspersoon geëindigd.

2. De
verplichtingen omtrent de jaarrekening of andere financiële
verantwoording van de verdwijnende rechtspersonen rusten na de fusie
op de verkrijgende rechtspersoon.

3.
Waarderingsverschillen tussen de verantwoording van activa en passiva
in de laatste jaarrekening of andere financiële verantwoording
van de verdwijnende rechtspersonen en in de eerste jaarrekening of
andere financiële verantwoording waarin de verkrijgende
rechtspersoon deze activa en passiva verantwoordt, moeten worden
toegelicht.

4. De
verkrijgende rechtspersoon moet wettelijke reserves vormen op de
zelfde wijze als waarop de verdwijnende rechtspersonen wettelijke
reserves moesten aanhouden, tenzij de wettelijke grond voor het
aanhouden daarvan is vervallen.

Artikel 2:322

1.
Indien ten gevolge van de fusie een overeenkomst van een fuserende
rechtspersoon naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet
ongewijzigd in stand behoort te blijven, wijzigt of ontbindt de
rechter de overeenkomst op vordering van een der partijen. Aan de
wijziging of ontbinding kan terugwerkende kracht worden verleend.

2. De
bevoegdheid tot het instellen van de vordering vervalt door verloop
van zes maanden na de nederlegging van de akte van fusie ten kantore
van de openbare registers van de woonplaatsen van de gefuseerde
rechtspersonen.

3.
Indien uit de wijziging of ontbinding van de overeenkomst schade
ontstaat voor de wederpartij, is de rechtspersoon gehouden tot
vergoeding daarvan.

Artikel 2:323

1. De
rechter kan een fusie alleen vernietigen:

a.
indien de door een notaris ondertekende akte van fusie geen
authentiek geschrift is;

b.
wegens het niet naleven van artikel 310, leden 5 en 6, artikel 316,
lid 4 of 318 lid 2;

c.
wegens nietigheid, het niet van kracht zijn of een grond tot
vernietiging van een voor de fusie vereist besluit van de algemene
vergadering of, in een stichting, van het bestuur;

d.
wegens het niet naleven van artikel 317 lid 5.

2.
Vernietiging geschiedt door een uitspraak van de rechter van de
woonplaats van de verkrijgende rechtspersoon op vordering tegen de
rechtspersoon van een lid, aandeelhouder, bestuurder of andere
belanghebbende. Een niet door de rechter vernietigde fusie is geldig.

3. De
bevoegdheid tot het instellen van de vordering tot vernietiging
vervalt door herstel van het verzuim of door verloop van zes maanden
na de nederlegging van de akte van fusie ten kantore van de openbare
registers van de woonplaatsen van de gefuseerde rechtspersonen.

4. De
fusie wordt niet vernietigd:

a.
indien de rechtspersoon binnen een door de rechter te bepalen tijdvak
het verzuim heeft hersteld,

b.
indien de reeds ingetreden gevolgen van de fusie bezwaarlijk ongedaan
kunnen worden gemaakt.

5.
Heeft de eiser tot vernietiging van de fusie schade geleden door een
verzuim dat tot vernietiging had kunnen leiden, en vernietigt de
rechter de fusie niet, dan kan de rechter de rechtspersoon
veroordelen tot vergoeding van de schade. De rechtspersoon heeft
daarvoor verhaal op de schuldigen aan het verzuim en, tot ten hoogste
het genoten voordeel, op degenen die door het verzuim zijn
bevoordeeld.

6. De
vernietiging wordt, door de zorg van de griffier van het gerecht waar
de vordering laatstelijk aanhangig was, ingeschreven in het
handelsregister waarin de fusie ingevolge artikel 318 lid 3 moet zijn
ingeschreven.

7. De
rechtspersonen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor verbintenissen die,
ten laste van de rechtspersoon waarin zij gefuseerd zijn geweest,
zijn ontstaan na de fusie en voordat de vernietiging in de registers
is ingeschreven.

8. De
onherroepelijke uitspraak tot vernietiging van een fusie is voor
ieder bindend. Verzet door derden en herroeping zijn niet toegestaan.

Artikel 2:323a
Vervallen

Artikel 2:323b
Vervallen

Afdeling 3. Bijzondere bepalingen voor fusies van naamloze en besloten
vennootschappen

Artikel 2:324

Deze
afdeling is van toepassing, indien een naamloze of besloten
vennootschap fuseert.

Artikel 2:325

1.
Indien aandelen of certificaten van aandelen in het kapitaal van een
te fuseren vennootschap zijn toegelaten tot de handel op een markt in
financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op
het financieel toezicht, kan de ruilverhouding afhankelijk zijn van
de prijs van die aandelen onderscheidenlijk certificaten op die markt
op een of meer in het voorstel tot fusie te bepalen tijdstippen,
gelegen voor de dag waarop de fusie van kracht wordt.

2.
Indien krachtens de ruilverhouding van de aandelen recht bestaat op
geld of schuldvorderingen, mag het gezamenlijke bedrag daarvan een
tiende van het nominale bedrag van de toegekende aandelen niet te
boven gaan.

3.
Bij de akte van fusie kan de verkrijgende vennootschap aandelen in
haar kapitaal die zij zelf of een andere fuserende vennootschap
houdt, intrekken tot ten hoogste het bedrag van de aandelen die zij
toekent aan haar nieuwe aandeelhouders. De artikelen 99, 100, 208 en
209 gelden niet voor dit geval.

4.
Aandelen in het kapitaal van de verdwijnende vennootschappen die
worden gehouden door of voor rekening van de fuserende
vennootschappen, vervallen.

Artikel 2:326

Het
voorstel tot fusie vermeldt naast de in artikel 312 genoemde
gegevens:

a. de
ruilverhouding van de aandelen en eventueel de omvang van de
betalingen krachtens de ruilverhouding;

b.
met ingang van welk tijdstip en in welke mate de aandeelhouders van
de verdwijnende vennootschappen zullen delen in de winst van de
verkrijgende vennootschap;

c.
hoeveel aandelen eventueel zullen worden ingetrokken met toepassing
van artikel 325 lid 3.

Artikel 2:327

In de
toelichting op het voorstel tot fusie moet het bestuur mededelen:

a.
volgens welke methode of methoden de ruilverhouding van de aandelen
is vastgesteld;

b. of
deze methode of methoden in het gegeven geval passen;

c.
tot welke waardering elke gebruikte methode leidt;

d.
indien meer dan een methode is gebruikt, of het bij de waardering
aangenomen betrekkelijke gewicht van de methoden in het
maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar kan worden beschouwd; en

e.
welke bijzondere moeilijkheden er eventueel zijn geweest bij de
waardering en bij de bepaling van de ruilverhouding.

Artikel 2:328

1.
Een door het bestuur aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393
moet het voorstel tot fusie onderzoeken en moet verklaren of de
voorgestelde ruilverhouding van de aandelen, mede gelet op de
bijgevoegde stukken, naar zijn oordeel redelijk is. Hij moet tevens
verklaren dat de som van de eigen vermogens van de verdwijnende
vennootschappen, elk bepaald naar de dag waarop haar jaarrekening of
tussentijdse vermogensopstelling betrekking heeft, bij toepassing van
in het maatschappelijke verkeer als aanvaardbaar beschouwde
waarderingsmethoden ten minste overeen kwam met het nominaal gestorte
bedrag op de gezamenlijke aandelen die hun aandeelhouders ingevolge
de fusie verkrijgen, vermeerderd met betalingen waarop zij krachtens
de ruilverhouding recht hebben.

2. De
accountant moet tevens een verslag opstellen, waarin hij zijn oordeel
geeft over de mededelingen, bedoeld in artikel 327.

3.
Indien twee of meer van de fuserende vennootschappen naamloze
vennootschappen zijn, wordt slechts de zelfde persoon als accountant
aangewezen, indien de voorzitter van de ondernemingskamer van het
gerechtshof te Amsterdam de aanwijzing op hun eenparige verzoek heeft
goedgekeurd.

4. De
accountants zijn bij alle fuserende vennootschappen gelijkelijk tot
onderzoek bevoegd.

5. Op
de verklaring van de accountant is artikel 314 van overeenkomstige
toepassing en op zijn verslag de leden 2 en 3 van artikel 314.

Artikel 2:329

Artikel 2:314
lid 2 geldt ook ten behoeve van houders van met medewerking van de
vennootschap uitgegeven certificaten van haar aandelen.

Artikel 2:330

1.
Voor het besluit tot fusie van de algemene vergadering is in elk
geval een meerderheid van ten minste twee derden vereist, indien
minder dan de helft van het geplaatste kapitaal ter vergadering is
vertegenwoordigd.

2.
Zijn er verschillende soorten aandelen, dan is naast het besluit tot
fusie van de algemene vergadering vereist een voorafgaand of
gelijktijdig goedkeurend besluit van elke groep houders van aandelen
van een zelfde soort aan wier rechten de fusie afbreuk doet.
Goedkeuring kan eerst geschieden na verloop van een maand na de dag
waarop alle fuserende vennootschappen de nederlegging van het
voorstel tot fusie hebben aangekondigd.

3.
De algemene vergadering kan machtiging verlenen de veranderingen aan
te brengen die nodig mochten blijken om de ministeriële
verklaring van geen bezwaar te verkrijgen op de statutenwijziging van
de verkrijgende vennootschap, indien voorgenomen, of voor de
oprichting van de verkrijgende vennootschap.

4. De
notulen van de algemene vergaderingen waarin tot fusie wordt besloten
of waarin deze ingevolge lid 2 wordt goedgekeurd, worden opgemaakt
bij notariële akte.

Artikel 2:331

1.
Tenzij de statuten anders bepalen, kan een verkrijgende vennootschap
bij bestuursbesluit tot fusie besluiten.

2.
Dit besluit kan slechts worden genomen, indien de vennootschap het
voornemen hiertoe heeft vermeld in de aankondiging dat het voorstel
tot fusie is neergelegd.

3.
Het besluit kan niet worden genomen, indien een of meer
aandeelhouders die tezamen ten minste een twintigste van het
geplaatste kapitaal vertegenwoordigen, of een zoveel geringer bedrag
als in de statuten is bepaald, binnen een maand na de aankondiging
aan het bestuur hebben verzocht de algemene vergadering bijeen te
roepen om over de fusie te besluiten. De artikelen 317 en 330 zijn
dan van toepassing.

Artikel 2:332

De
ministeriële verklaring dat van geen bezwaren is gebleken tegen
de wijziging van de statuten van de verkrijgende vennootschap moet
zijn verleend voordat de akte van fusie wordt verleden.

Artikel 2:333

1.
Indien de verkrijgende vennootschap fuseert met een vennootschap
waarvan zij alle aandelen houdt of met een vereniging, coöperatie
of onderlinge waarborgmaatschappij waarvan zij het enige lid is, zijn

Close Menu
×
×

Basket