Burgerlijk Wetboek Art. 2:175 BW – boek 7:4

netherlands-coat-arms
previous companies act
next companies act

Titel
7. Opdracht

Afdeling
1. Opdracht in het algemeen

Artikel 7:400

1. De
overeenkomst van opdracht is de overeenkomst waarbij de ene partij,
de opdrachtnemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever,
verbindt anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst
werkzaamheden te verrichten die in iets anders bestaan dan het tot
stand brengen van een werk van stoffelijke aard, het bewaren van
zaken, het uitgeven van werken of het vervoeren of doen vervoeren van
personen of zaken.

2. De
artikelen 401-412 zijn, onverminderd artikel 413, van toepassing,
tenzij iets anders voortvloeit uit de wet, de inhoud of aard van de
overeenkomst van opdracht of van een andere rechtshandeling, of de
gewoonte.

Artikel 7:401

De
opdrachtnemer moet bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed
opdrachtnemer in acht nemen.

Artikel 7:402

1. De
opdrachtnemer is gehouden gevolg te geven aan tijdig verleende en
verantwoorde aanwijzingen omtrent de uitvoering van de opdracht.

2. De
opdrachtnemer die op redelijke grond niet bereid is de opdracht
volgens de hem gegeven aanwijzingen uit te voeren, kan, zo de
opdrachtgever hem niettemin aan die aanwijzingen houdt, de
overeenkomst opzeggen wegens gewichtige redenen.

Artikel 7:403

1. De
opdrachtnemer moet de opdrachtgever op de hoogte houden van zijn
werkzaamheden ter uitvoering van de opdracht en hem onverwijld in
kennis stellen van de voltooiing van de opdracht, indien de
opdrachtgever daarvan onkundig is.

2. De
opdrachtnemer doet aan de opdrachtgever verantwoording van de wijze
waarop hij zich van de opdracht heeft gekweten. Heeft hij bij de
uitvoering van de opdracht ten laste van de opdrachtgever gelden
uitgegeven of te diens behoeve gelden ontvangen, dan doet hij daarvan
rekening.

Artikel 7:404

Indien
de opdracht is verleend met het oog op een persoon die met de
opdrachtnemer of in zijn dienst een beroep of een bedrijf uitoefent,
is die persoon gehouden de werkzaamheden, nodig voor de uitvoering
van de opdracht, zelf te verrichten, behoudens voor zover uit de
opdracht voortvloeit dat hij deze onder zijn verantwoordelijkheid
door anderen mag laten uitvoeren; alles onverminderd de
aansprakelijkheid van de opdrachtnemer.

Artikel 7:405

1.
Indien de overeenkomst door de opdrachtnemer in de uitoefening van
zijn beroep of bedrijf is aangegaan, is de opdrachtgever hem loon
verschuldigd.

2.
Indien loon is verschuldigd doch de hoogte niet door partijen is
bepaald, is de opdrachtgever het op de gebruikelijke wijze berekende
loon of, bij gebreke daarvan, een redelijk loon verschuldigd.

Artikel 7:406

1.
De opdrachtgever moet aan de opdrachtnemer de onkosten
verbonden aan de uitvoering van de opdracht vergoeden, voor zover
deze niet in het loon zijn begrepen.

2. De
opdrachtgever moet de opdrachtnemer de schade vergoeden die deze
lijdt ten gevolge van de hem niet toe te rekenen verwezenlijking van
een aan de opdracht verbonden bijzonder gevaar. Heeft de
opdrachtnemer in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf gehandeld,
dan geldt de vorige zin slechts, indien dat gevaar de risico’s
welke de uitoefening van dat beroep of bedrijf naar zijn aard
meebrengt, te buiten gaat. Geschiedt de uitvoering van de opdracht
anderszins tegen loon, dan is de eerste zin slechts van toepassing,
indien bij de vaststelling van het loon met het gevaar geen rekening
is gehouden.

Artikel 7:407

1.
Indien twee of meer personen tezamen een opdracht hebben gegeven,
zijn zij hoofdelijk tegenover de opdrachtnemer verbonden.

2.
Indien twee of meer personen tezamen een opdracht hebben ontvangen,
is ieder van hen voor het geheel aansprakelijk ter zake van een
tekortkoming in de nakoming, tenzij de tekortkoming niet aan hem kan
worden toegerekend.

Artikel 7:408

1. De
opdrachtgever kan te allen tijde de overeenkomst opzeggen.

2. De
opdrachtnemer die de overeenkomst is aangegaan in de uitoefening van
een beroep of bedrijf, kan, behoudens gewichtige redenen, de
overeenkomst slechts opzeggen, indien zij voor onbepaalde duur geldt
en niet door volbrenging eindigt.

3.
Een natuurlijk persoon die een opdracht heeft verstrekt anders dan in
de uitoefening van een beroep of bedrijf, is, onverminderd artikel
406, ter zake van een opzegging geen schadevergoeding verschuldigd.

Artikel 7:409

1.
Indien de opdracht met het oog op een bepaalde persoon is verleend,
eindigt zij door zijn dood.

2.
Alsdan zijn diens erfgenamen, indien zij kennis dragen van de
erfopvolging en van de opdracht, verplicht al datgene te doen wat de
omstandigheden in het belang van de wederpartij eisen. Een
overeenkomstige verplichting rust op degenen in wier dienst of met
wie de opdrachtnemer een beroep of bedrijf uitoefende.

Artikel 7:410

1. De
dood van de opdrachtgever doet de opdracht slechts eindigen, indien
dit uit de overeenkomst voortvloeit, en dan eerst vanaf het tijdstip
waarop de opdrachtnemer de dood heeft gekend.

2.
Eindigt de opdracht door de dood van de opdrachtgever, dan is de
opdrachtnemer niettemin verplicht al datgene te doen wat de
omstandigheden in het belang van de wederpartij eisen.

Artikel 7:411

1.
Indien de overeenkomst eindigt voordat de opdracht is volbracht of de
tijd waarvoor zij is verleend, is verstreken, en de verschuldigdheid
van loon afhankelijk is van de volbrenging of van het verstrijken van
die tijd, heeft de opdrachtnemer recht op een naar redelijkheid vast
te stellen deel van het loon. Bij de bepaling hiervan wordt onder
meer rekening gehouden met de reeds door de opdrachtnemer verrichte
werkzaamheden, het voordeel dat de opdrachtgever daarvan heeft, en de
grond waarop de overeenkomst is geëindigd.

2.
In het in lid 1 bedoelde geval heeft de opdrachtnemer slechts recht
op het volle loon, indien het einde van de overeenkomst aan de
opdrachtgever is toe te rekenen en de betaling van het volle loon,
gelet op alle omstandigheden van het geval, redelijk is. Op het
bedrag van het loon worden de besparingen die voor de opdrachtnemer
uit de voortijdige beëindiging voortvloeien, in mindering
gebracht.

Artikel 7:412

Een
rechtsvordering tegen de opdrachtnemer tot afgifte van de stukken die
hij ter zake van de opdracht onder zich heeft gekregen, verjaart door
verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die
waarop zijn bemoeiingen zijn geëindigd.

Artikel 7:413

1.
Van artikel 408 lid 3 kan niet worden afgeweken.

2.
Van de artikelen 408 lid 1 en 411 kan niet worden afgeweken ten
nadele van een opdrachtgever als bedoeld in artikel 408 lid 3.

3.
Van artikel 412 kan slechts op dezelfde voet worden afgeweken als van
de regels inzake de verjaring van rechtsvorderingen die in titel 11
van Boek 3 zijn opgenomen.

Afdeling
2. Lastgeving

Artikel 7:414

1.
Lastgeving is de overeenkomst van opdracht waarbij de ene partij, de
lasthebber, zich jegens de andere partij, de lastgever, verbindt voor
rekening van de lastgever een of meer rechtshandelingen te
verrichten.

2. De
overeenkomst kan de lasthebber verplichten te handelen in eigen naam;
zij kan ook verplichten te handelen in naam van de lastgever.

Artikel 7:415

Indien
een lastgeving met twee of meer lasthebbers is aangegaan, is ieder
van hen bevoegd zelfstandig te handelen.

Artikel 7:416

1.
Een lasthebber kan slechts als wederpartij van de lastgever optreden,
indien de inhoud van de rechtshandeling zo nauwkeurig vaststaat dat
strijd tussen beider belangen is uitgesloten.

2.
Een lasthebber die slechts in eigen naam mag handelen, kan niettemin
als wederpartij van de lastgever optreden, indien de inhoud van de
rechtshandeling zo nauwkeurig vaststaat dat strijd tussen beider
belangen is uitgesloten.

3.
Indien de lastgever een persoon is als bedoeld in artikel 408 lid 3,
is voor een rechtshandeling waarbij de lasthebber als zijn
wederpartij optreedt, op straffe van vernietigbaarheid zijn
schriftelijke toestemming vereist.

4. De
lasthebber die in overeenstemming met de vorige leden als wederpartij
van de lastgever optreedt, behoudt zijn recht op loon.

Artikel 7:417

1.
Een lasthebber mag slechts tevens als lasthebber van de wederpartij
optreden, indien de inhoud van de rechtshandeling zo nauwkeurig
vaststaat dat strijd tussen de belangen van beide lastgevers is
uitgesloten.

2.
Indien de lastgever een persoon is als bedoeld in artikel 408 lid 3,
is voor de geoorloofdheid van een rechtshandeling waarbij de
lasthebber ook als lasthebber van de wederpartij optreedt, zijn
schriftelijke toestemming vereist.

3.
Een lasthebber heeft geen recht op loon jegens een lastgever ten
opzichte van wie hij in strijd met het in de vorige leden bepaalde
handelt, onverminderd zijn gehoudenheid tot vergoeding van de
dientengevolge door die lastgever geleden schade. Van deze bepaling
kan niet ten nadele van een lastgever worden afgeweken.

4.
Indien een der lastgevers een persoon is als bedoeld in artikel 408
lid 3, en de rechtshandeling strekt tot koop of verkoop dan wel huur
of verhuur van een onroerende zaak of een gedeelte daarvan of van een
recht waaraan de zaak is onderworpen, heeft de lasthebber geen recht
op loon jegens de koper of huurder. Van deze bepaling kan niet ten
nadele van de koper of huurder worden afgeweken, tenzij de
rechtshandeling strekt tot huur of verhuur van een tot woonruimte
bestemd gedeelte van een zelfstandige woning.

Artikel 7:418

1.
Heeft, buiten de gevallen bedoeld in de artikelen 416 en 417, een
lasthebber direct of indirect belang bij de totstandkoming van de
rechtshandeling, dan is hij verplicht de lastgever daarvan in kennis
te stellen, tenzij de inhoud van de rechtshandeling zo nauwkeurig
vaststaat dat strijd tussen beider belangen is uitgesloten.

2.
Een lasthebber heeft geen recht op loon jegens een lastgever ten
opzichte van wie hij in strijd met het in lid 1 bepaalde handelt,
onverminderd zijn gehoudenheid tot vergoeding van de dientengevolge
door de lastgever geleden schade. Van deze bepaling kan niet ten
nadele van de lastgever worden afgeweken.

Artikel 7:419

Indien
een lasthebber in eigen naam een overeenkomst heeft gesloten met een
derde die in de nakoming van zijn verplichtingen tekortschiet, is de
derde binnen de grenzen van hetgeen omtrent zijn verplichting tot
schadevergoeding overigens uit de wet voortvloeit, jegens de
lasthebber mede gehouden tot vergoeding van de schade die de
lastgever door de tekortkoming heeft geleden.

Artikel 7:420

1.
Indien een lasthebber die in eigen naam een overeenkomst heeft
gesloten met een derde, zijn verplichtingen jegens de lastgever niet
nakomt, in staat van faillissement geraakt of indien ten aanzien van
hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing
wordt verklaard, kan de lastgever de voor overgang vatbare rechten
van de lasthebber jegens de derde door een schriftelijke verklaring
aan hen beiden op zich doen overgaan, behoudens voor zover zij in de
onderlinge verhouding tussen lastgever en lasthebber aan deze laatste
toekomen.

2.
Dezelfde bevoegdheid heeft de lastgever indien de derde zijn
verplichtingen tegenover de lasthebber niet nakomt, tenzij deze de
lastgever voldoet alsof de derde zijn verplichtingen was nagekomen.

3. De
lasthebber is in de gevallen in dit artikel bedoeld gehouden de naam
van de derde aan de lastgever op diens verzoek mede te delen.

Artikel 7:421

1.
Indien een lasthebber die in eigen naam een overeenkomst heeft
gesloten met een derde, zijn verplichtingen jegens de derde niet
nakomt, in staat van faillissement geraakt of indien ten aanzien van
hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing
wordt verklaard, kan de derde na schriftelijke mededeling aan de
lasthebber en de lastgever zijn rechten uit de overeenkomst tegen de
lastgever uitoefenen, voor zover deze op het tijdstip van de
mededeling op overeenkomstige wijze jegens de lasthebber gehouden is.

2. De
lasthebber is in het geval in dit artikel bedoeld gehouden de naam
van de lastgever aan de derde op diens verzoek mede te delen.

Artikel 7:422

1.
Lastgeving eindigt, behalve door opzegging overeenkomstig artikel
408, door:

a.
de dood, de ondercuratelestelling, het faillissement van de lastgever
of het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de
schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, met dien verstande dat
de dood of de ondercuratelestelling de overeenkomst doet eindigen op
het tijdstip waarop de lasthebber daarvan kennis krijgt;

b. de
dood, de ondercuratelestelling, het faillissement van de lasthebber
of het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de
schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.

2.
Van artikel 408 lid 1 voor zover van toepassing op lastgeving, en van
lid 1 onder a kan niet worden afgeweken. Voor zover de overeenkomst
strekt tot het verrichten van een rechtshandeling in het belang van
de lasthebber of van een derde, kan echter worden bepaald dat zij
niet door de lastgever kan worden opgezegd, of dat zij niet eindigt
door de dood of de ondercuratelestelling van de lastgever. Artikel 74
leden 1, tweede zin, 2 en 4 van Boek 3 is van overeenkomstige
toepassing.

3.
Eindigt de lastgeving door de dood of de ondercuratelestelling van de
lastgever, dan is de lasthebber niettemin verplicht al datgene te
doen wat de omstandigheden in het belang van de wederpartij eisen.

4.
Eindigt de lastgeving door de dood van de lasthebber, dan zijn diens
erfgenamen, indien zij kennis dragen van de erfopvolging en van de
lastgeving, verplicht al datgene te doen wat de omstandigheden in het
belang van de wederpartij eisen. Een overeenkomstige verplichting
rust op degenen in wier dienst of met wie de lasthebber een beroep of
bedrijf uitoefende.

Artikel 7:423

1.
Indien is bedongen dat de lasthebber een aan de lastgever toekomend
recht in eigen naam en met uitsluiting van de lastgever zal
uitoefenen, mist deze de bevoegdheid tot deze uitoefening voor de
duur van de overeenkomst ook jegens derden. De uitsluiting kan niet
worden tegengeworpen aan derden die haar kenden noch behoorden te
kennen.

2.
Indien de lasthebber die de uitsluiting bedong, een rechtspersoon is
die zich ingevolge zijn statuten ten doel stelt de gezamenlijke
belangen van meer lastgevers door de uitoefening van de aan hen
toekomende rechten te behartigen, kan in afwijking van artikel 422
lid 2 worden overeengekomen dat de lastgeving niet zal eindigen door
opzegging door de lastgever op een termijn die minder dan een jaar
bedraagt, noch door diens dood, ondercuratelestelling, faillissement
of het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de
schuldsaneringsregeling natuurlijke personen. Dit beding sluit niet
uit dat de overeenkomst op een termijn van tenminste één
maand kan worden opgezegd door de erfgenamen van de lastgever of, in
geval van diens faillissement of ondercuratelestelling, door de
curator dan wel, indien ten aanzien van de lastgever de
schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is
verklaard, door de bewindvoerder. Wanneer de nalatenschap van de
lastgever ingevolge artikel 13 van Boek 4 wordt verdeeld, komt de
bevoegdheid van de erfgenamen, bedoeld in de vorige zin, toe aan zijn
echtgenoot of geregistreerde partner.

Artikel 7:424

1. De
artikelen 415-423 zijn van overeenkomstige toepassing op andere
overeenkomsten dan lastgeving krachtens welke de ene partij verplicht
of bevoegd is voor rekening van de andere partij rechtshandelingen te
verrichten, voor zover de strekking van de betrokken bepalingen in
verband met de aard van de overeenkomst zich daartegen niet verzet.

2.
Het vorige lid is niet van toepassing op overeenkomsten tot het
vervoeren of doen vervoeren van personen of zaken.

Afdeling
3. Bemiddelingsovereenkomst

Artikel 7:425

De
bemiddelingsovereenkomst is de overeenkomst van opdracht
waarbij de ene partij, de opdrachtnemer, zich tegenover de andere
partij, de opdrachtgever, verbindt tegen loon als tussenpersoon
werkzaam te zijn bij het tot stand brengen van een of meer
overeenkomsten tussen de opdrachtgever en derden.

Artikel 7:426

1. De
tussenpersoon heeft recht op loon zodra door zijn bemiddeling de
overeenkomst tussen de opdrachtgever en de derde is tot stand
gekomen.

2.
Indien het recht op loon afhankelijk is gesteld van de uitvoering van
de bemiddelde overeenkomst en deze overeenkomst niet wordt
uitgevoerd, is de opdrachtgever het loon ook verschuldigd, tenzij de
niet-uitvoering niet aan hem kan worden toegerekend.

Artikel 7:427

De
artikelen 417 en 418 zijn van overeenkomstige toepassing op
overeenkomsten waarbij de ene partij jegens de andere partij
verplicht of bevoegd is als tussenpersoon werkzaam te zijn als
bedoeld in artikel 425, met dien verstande dat met een tussenpersoon
die tevens werkzaam is voor de wederpartij, gelijkgesteld is een
tussenpersoon die zelf als wederpartij optreedt.

Afdeling
4. Agentuurovereenkomst

Artikel 7:428

1. De
agentuurovereenkomst is een overeenkomst waarbij de ene partij, de
principaal, aan de andere partij, de handelsagent, opdraagt, en deze
zich verbindt, voor een bepaalde of een onbepaalde tijd en tegen
beloning bij de totstandkoming van overeenkomsten bemiddeling te
verlenen, en deze eventueel op naam en voor rekening van de
principaal te sluiten zonder aan deze ondergeschikt te zijn.

2. De
bepalingen van deze afdeling zijn niet van toepassing op
agentuurovereenkomsten waarop de de Wet op het financieel toezicht
van toepassing is.

3.
Ieder der partijen is verplicht de wederpartij op haar verzoek een
ondertekend geschrift te verschaffen dat de dan geldende inhoud van
de agentuurovereenkomst weergeeft.

Artikel 7:429

1. De
handelsagent kan zich voor verplichtingen die voor derden uit een
door hem bemiddelde of afgesloten overeenkomst voortvloeien,
uitsluitend schriftelijk aansprakelijk stellen.

2.
Tenzij schriftelijk anders is overeengekomen, is de handelsagent
krachtens een beding van delcredere slechts aansprakelijk voor de
gegoedheid van de derde.

3.
Hij kan zich niet aansprakelijk stellen tot een hoger bedrag dan de
overeengekomen provisie, tenzij het beding betrekking heeft op een
bepaalde overeenkomst of op overeenkomsten die hij zelf in naam van
de principaal sluit.

4.
Indien er een kennelijke wanverhouding is tussen het risico dat de
handelsagent op zich heeft genomen, en de bedongen provisie, kan de
rechter het bedrag waarvoor de handelsagent aansprakelijk is,
matigen, voor zover dit bedrag de provisie te boven gaat. De rechter
houdt met alle omstandigheden rekening, in het bijzonder met de wijze
waarop de handelsagent de belangen van de principaal heeft behartigd.

Artikel 7:430

1. De
principaal moet alles doen wat in de gegeven omstandigheden van zijn
kant nodig is om de handelsagent in staat te stellen zijn
werkzaamheden te verrichten.

2.
Hij moet aan de handelsagent het nodige documentatiemateriaal ter
beschikking stellen over de goederen en diensten waarvoor de
handelsagent bemiddelt, en hem alle inlichtingen verschaffen die
nodig zijn voor de uitvoering van de agentuurovereenkomst.

3.
Hij is verplicht de handelsagent onverwijld te waarschuwen, indien
hij voorziet dat in een uitgesproken geringere mate dan de
handelsagent mocht verwachten, overeenkomsten zullen of mogen worden
afgesloten.

4.
Hij moet de handelsagent binnen een redelijke termijn op de hoogte
stellen van zijn aanvaarding of weigering of de niet-uitvoering van
een door de handelsagent aangebrachte overeenkomst.

Artikel 7:431

1. De
handelsagent heeft recht op provisie voor de overeenkomsten die
tijdens de duur der agentuurovereenkomst zijn tot stand gekomen:

a.
indien de overeenkomst door zijn tussenkomst is tot stand gekomen;

b.
indien de overeenkomst is tot stand gekomen met iemand die hij reeds
vroeger voor een dergelijke overeenkomst had aangebracht;

c.
indien de overeenkomst is afgesloten met iemand die behoort tot de
klantenkring die, of gevestigd is in het gebied dat aan de
handelsagent is toegewezen, tenzij uitdrukkelijk is overeengekomen
dat de handelsagent ten aanzien van die klantenkring of in dat gebied
niet het alleenrecht heeft.

2. De
handelsagent heeft recht op provisie voor de voorbereiding van na het
einde van de agentuurovereenkomst tot stand gekomen overeenkomsten:

a.
indien deze hoofdzakelijk aan de tijdens de duur van de
agentuurovereenkomst door hem verrichte werkzaamheden zijn te danken
en binnen een redelijke termijn na de beëindiging van die
overeenkomst zijn afgesloten, of

b.
indien hij of de principaal, overeenkomstig de voorwaarden bepaald in
het eerste lid, de bestelling van de derde heeft ontvangen voor de
beëindiging van de agentuurovereenkomst.

3. De
handelsagent heeft geen recht op provisie, indien deze krachtens het
tweede lid is verschuldigd aan zijn voorganger, tenzij uit de
omstandigheden voortvloeit dat het billijk is de provisie tussen hen
beiden te verdelen.

Artikel 7:432

1.
Indien de rol van de handelsagent zich heeft beperkt tot het verlenen
van bemiddeling bij de totstandkoming van de overeenkomst, wordt de
order die hij aan zijn principaal heeft doen toekomen, voor wat
betreft het recht op provisie krachtens artikel 426 geacht te zijn
aanvaard, tenzij de principaal de handelsagent binnen de redelijke
termijn, bedoeld in artikel 430 lid 4, mededeelt dat hij de order
weigert of een voorbehoud maakt. Bij gebreke van een in de
agentuurovereenkomst bepaalde termijn bedraagt de termijn een maand
vanaf het tijdstip waarop hem de order is medegedeeld.

2.
Het beding dat het recht op provisie doet afhangen van de uitvoering
van de overeenkomst, dient uitdrukkelijk te worden gemaakt.

3.
Indien het beding, bedoeld in het tweede lid, is gemaakt, ontstaat
het recht op provisie uiterlijk wanneer de derde zijn deel van de
overeenkomst heeft uitgevoerd, of dit had moeten doen, indien de
principaal zijn deel van de transactie had uitgevoerd.

Artikel 7:433

1. De
principaal is verplicht na afloop van iedere maand aan de
handelsagent een schriftelijke opgave te verstrekken van de over die
maand verschuldigde provisie, onder vermelding van de gegevens waarop
de berekening berust; deze opgave moet worden verstrekt voor het
einde van de volgende maand. Partijen kunnen schriftelijk
overeenkomen dat de opgave twee- of driemaandelijks wordt verstrekt.

2. De
handelsagent is bevoegd van de principaal inzage te verlangen van de
nodige bewijsstukken, echter zonder afgifte te kunnen verlangen. Hij
kan zich op zijn kosten doen bijstaan door een deskundige, aanvaard
door de principaal of, bij afwijzing, benoemd door de
voorzieningenrechter van de bevoegde rechtbank op verzoek van de
handelsagent.

3.
Echter kunnen partijen schriftelijk overeenkomen dat de inzage van de
bewijsstukken zal geschieden aan een derde; indien deze zijn taak
niet vervult, zal de voorzieningenrechter van de rechtbank een
plaatsvervanger aanwijzen.

4.
De overlegging van de bewijsstukken door de principaal geschiedt
onder verplichting tot geheimhouding door de handelsagent
en in de vorige leden vermelde personen. Deze laatsten zijn echter
niet verplicht tot geheimhouding tegenover de handelsagent voor zover
het betreft een in het eerste lid bedoeld gegeven.

Artikel 7:434

De
provisie wordt uiterlijk opeisbaar op het tijdstip waarop de
schriftelijke opgave, bedoeld in artikel 433, moet worden verstrekt.

Artikel 7:435

1. De
handelsagent heeft recht op een beloning, indien hij bereid is zijn
verplichtingen uit de agentuurovereenkomst na te komen of deze reeds
heeft nagekomen, doch de principaal van de diensten van de
handelsagent geen gebruik heeft gemaakt of in aanzienlijk geringere
mate gebruik heeft gemaakt dan deze als normaal mocht verwachten,
tenzij de gedraging van de principaal voortvloeit uit omstandigheden
welke redelijkerwijs niet voor zijn rekening komen.

2.
Bij de bepaling van deze beloning wordt rekening gehouden met het
bedrag van de in de voorafgaande tijd verdiende provisie en met alle
andere ter zake in acht te nemen factoren, zoals de onkosten die de
handelsagent zich door het niet verrichten van werkzaamheden
bespaart.

Artikel 7:436

Een
agentuurovereenkomst die na het verstrijken van de termijn waarvoor
zij is aangegaan, door beide partijen wordt voortgezet, bindt
partijen voor onbepaalde tijd op dezelfde voorwaarden.

Artikel 7:437

1.
Indien de agentuurovereenkomst is aangegaan voor een onbepaalde tijd
of voor een bepaalde tijd met recht van tussentijdse opzegging, is
ieder der partijen bevoegd haar te doen eindigen met inachtneming van
de overeengekomen opzeggingstermijn. Bij gebreke van een overeenkomst
dienaangaande zal de opzeggingstermijn vier maanden bedragen,
vermeerderd met een maand na drie jaren looptijd van de overeenkomst
en met twee maanden na zes jaren.

2. De
termijn van opzegging kan niet korter zijn dan een maand in het
eerste jaar van de overeenkomst, twee maanden in het tweede jaar en
drie maanden in de volgende jaren. Indien partijen langere termijnen
overeenkomen, mogen deze voor de principaal niet korter zijn dan voor
de handelsagent.

3.
Opzegging behoort plaats te vinden tegen het einde van een
kalendermaand.

Artikel 7:438

1. De
agentuurovereenkomst eindigt door het overlijden van de handelsagent.

2. In
geval van overlijden van de principaal zijn zowel zijn erfgenamen als
de handelsagent bevoegd, mits binnen negen maanden na het overlijden,
de overeenkomst te doen eindigen met een opzeggingstermijn van vier
maanden. Wanneer de nalatenschap van de principaal ingevolge artikel
13 van Boek 4 wordt verdeeld, komt de bevoegdheid van de erfgenamen,
bedoeld in de vorige zin, toe aan zijn echtgenoot of geregistreerde
partner.

Artikel 7:439

1. De
partij die de overeenkomst beëindigt zonder eerbiediging van
haar duur of zonder inachtneming van de wettelijke of overeengekomen
opzeggingstermijn en zonder dat de wederpartij daarin toestemt, is
schadeplichtig, tenzij zij de overeenkomst doet eindigen om een
dringende, aan de wederpartij onverwijld medegedeelde reden.

2.
Dringende redenen zijn omstandigheden van zodanige aard dat van de
partij die de overeenkomst doet eindigen, redelijkerwijs niet gevergd
kan worden de overeenkomst, zelfs tijdelijk, in stand te laten.

3.
Indien de beëindiging van de overeenkomst wegens een dringende
reden gegrond is op omstandigheden waarvoor de wederpartij een
verwijt treft, is laatstgenoemde schadeplichtig.

4.
Een beding waardoor aan een der partijen de beslissing wordt
overgelaten of er een dringende reden aanwezig is, is nietig.

Artikel 7:440

1.
Ieder der beide partijen is bevoegd de kantonrechter te verzoeken de
agentuurovereenkomst te ontbinden op grond van:

a.
omstandigheden die een dringende reden opleveren in de zin van
artikel 439 lid 2;

b.
verandering in de omstandigheden welke van dien aard is, dat de
billijkheid eist dat aan de overeenkomst dadelijk of na korte tijd
een einde wordt gemaakt.

2.
Spreekt de rechter de ontbinding uit op grond van een omstandigheid
als bedoeld in het eerste lid onder a en kan van deze omstandigheid
de verweerder een verwijt worden gemaakt, dan is deze schadeplichtig.

3.
Spreekt de rechter de ontbinding uit op grond van hetgeen is bepaald
in het eerste lid onder b, dan kan hij aan een der partijen een
vergoeding toekennen. Hij kan bepalen dat deze in termijnen wordt
betaald.

4.
Het vijfde, zesde, zevende, negende, tiende en elfde lid van artikel
685 van Boek 7 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7:441

1. De
partij die, krachtens artikel 439 of artikel 440 lid 2,
schadeplichtig is, is aan de wederpartij een som verschuldigd gelijk
aan de beloning over de tijd dat de agentuurovereenkomst bij
regelmatige beëindiging had behoren voort te duren. Voor de
vaststelling van deze som wordt rekening gehouden met de in de
voorafgaande tijd verdiende provisie en met alle andere ter zake in
acht te nemen factoren.

2. De
rechter is bevoegd deze som te verminderen, indien zij hem met het
oog op de omstandigheden te hoog voorkomt.

3. De
benadeelde partij kan, in plaats van de schadeloosstelling in de
voorafgaande leden bedoeld, volledige vergoeding van haar schade
vorderen, onder gehoudenheid de omvang daarvan te bewijzen.

Artikel 7:442

1.
Ongeacht het recht om schadevergoeding te vorderen, heeft de
handelsagent bij het einde van de agentuurovereenkomst recht op een
vergoeding, klantenvergoeding, voor zover:

a.
hij de principaal nieuwe klanten heeft aangebracht of de
overeenkomsten met de bestaande klanten aanmerkelijk heeft uitgebreid
en de overeenkomsten met deze klanten de principaal nog aanzienlijke
voordelen opleveren, en

b. de
betaling van deze vergoeding billijk is, gelet op alle
omstandigheden, in het bijzonder op de verloren provisie uit de
overeenkomsten met deze klanten.

2.
Het bedrag van de vergoeding is niet hoger dan dat van de beloning
van één jaar, berekend naar het gemiddelde van de
laatste vijf jaren of, indien de overeenkomst korter heeft geduurd,
naar het gemiddelde van de gehele duur daarvan.

3.
Het recht op vergoeding vervalt, indien de handelsagent de principaal
niet uiterlijk een jaar na het einde van de overeenkomst heeft
medegedeeld dat hij vergoeding verlangt.

4. De
vergoeding is niet verschuldigd, indien de overeenkomst is beëindigd:

a.
door de principaal onder omstandigheden die de handelsagent ingevolge
artikel 439 lid 3 schadeplichtig maken;

b.
door de handelsagent, tenzij deze beëindiging wordt
gerechtvaardigd door omstandigheden die de principaal kunnen worden
toegerekend, of wordt gerechtvaardigd door leeftijd, invaliditeit of
ziekte van de handelsagent, op grond waarvan redelijkerwijs niet meer
van hem kan worden gevergd dat hij zijn werkzaamheden voortzet;

c.
door de handelsagent die, overeenkomstig een afspraak met de
principaal, zijn rechten en verplichtingen uit hoofde van de
agentuurovereenkomst aan een derde overdraagt.

Artikel 7:443

1.
Een beding dat de handelsagent beperkt in zijn vrijheid om na het
einde van de agentuurovereenkomst werkzaam te zijn, is slechts geldig
voor zover:

a.
het op schrift is gesteld, en

b.
betrekking heeft op het soort goederen of diensten waarvan hij de
vertegenwoordiging had, en op het gebied, of de klantenkring en het
gebied, aan hem toevertrouwd.

2.
Zodanig beding is slechts geldig gedurende ten hoogste twee jaren na
het einde van de overeenkomst.

3.
Aan zodanig beding kan de principaal geen rechten ontlenen, indien de
overeenkomst is geëindigd:

a.
doordat hij haar zonder toestemming van de handelsagent heeft
beëindigd zonder inachtneming van de wettelijke of
overeengekomen termijn en zonder een dringende aan de handelsagent
onverwijld medegedeelde reden;

b.
doordat de handelsagent de overeenkomst heeft beëindigd vanwege
een dringende, onverwijld aan de principaal medegedeelde reden
waarvoor laatstgenoemde een verwijt treft;

c.
door een rechterlijke uitspraak, gegrond op omstandigheden ter zake
waarvan de principaal een verwijt treft.

4. De
rechter kan, indien de handelsagent dat vraagt, zulk een beding
geheel of gedeeltelijk teniet doen op grond dat, in verhouding tot
het te beschermen belang van de principaal, de handelsagent door het
beding onbillijk wordt benadeeld.

Artikel 7:444

Rechtsvorderingen
gegrond op de artikelen 439 en 440 verjaren door verloop van één
jaar na het feit dat de vordering deed ontstaan.

Artikel 7:445

1.
Partijen kunnen niet afwijken van de artikelen 401, 402, 403 en 426
lid 2 noch van de artikelen 428 lid 3, 429, 430, 431 lid 2, 432 lid
2, 433, 437 lid 2, 439, 440, 441, 443 en 444.

2.
Evenmin kan ten nadele van de handelsagent worden afgeweken van de
artikelen 432 lid 3, 434 en, vóór het einde van de
overeenkomst, van artikel 442.

Afdeling
5. De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling

Artikel 7:446

1. De
overeenkomst inzake geneeskundige behandeling – in deze afdeling
verder aangeduid als de behandelingsovereenkomst – is de overeenkomst
waarbij een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, de
hulpverlener, zich in de uitoefening van een geneeskundig beroep of
bedrijf tegenover een ander, de opdrachtgever, verbindt tot het
verrichten van handelingen op het gebied van de geneeskunst,
rechtstreeks betrekking hebbende op de persoon van de opdrachtgever
of van een bepaalde derde. Degene op wiens persoon de handelingen
rechtstreeks betrekking hebben wordt verder aangeduid als de patiënt.

2.
Onder handelingen op het gebied van de geneeskunst worden verstaan:

a.
alle verrichtingen – het onderzoeken en het geven van raad daaronder
begrepen – rechtstreeks betrekking hebbende op een persoon en ertoe
strekkende hem van een ziekte te genezen, hem voor het ontstaan van
een ziekte te behoeden of zijn gezondheidstoestand te beoordelen, dan
wel deze verloskundige bijstand te verlenen;

b.
andere dan de onder a bedoelde handelingen, rechtstreeks betrekking
hebbende op een persoon, die worden verricht door een arts of
tandarts in die hoedanigheid.

3.
Tot de handelingen, bedoeld in lid 1, worden mede gerekend het in het
kader daarvan verplegen en verzorgen van de patiënt en het
overigens rechtstreeks ten behoeve van de patiënt voorzien in de
materiële omstandigheden waaronder die handelingen kunnen worden
verricht.

4.
Onder handelingen als bedoeld in lid 1 zijn niet begrepen handelingen
op het gebied van de artsenijbereidkunst in de zin van de Wet op de
Geneesmiddelenvoorziening, indien deze worden verricht door een
gevestigde apotheker in de zin van die wet.

5.
Geen behandelingsovereenkomst is aanwezig, indien het betreft
handelingen ter beoordeling van de gezondheidstoestand of medische
begeleiding van een persoon, verricht in opdracht van een ander dan
die persoon in verband met de vaststelling van aanspraken of
verplichtingen, de toelating tot een verzekering of voorziening, of
de beoordeling van de geschiktheid voor een opleiding, een
arbeidsverhouding of de uitvoering van bepaalde werkzaamheden.

Artikel 7:447

1.
Een minderjarige die de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, is
bekwaam tot het aangaan van een behandelingsovereenkomst ten behoeve
van zichzelf, alsmede tot het verrichten van rechtshandelingen die
met de overeenkomst onmiddellijk verband houden.

2. De
minderjarige is aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende
verbintenissen, onverminderd de verplichting van zijn ouders tot
voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding.

3. In
op die behandelingsovereenkomst betrekking hebbende aangelegenheden
is de minderjarige bekwaam in en buiten rechte op te treden.

Artikel 7:448

1. De
hulpverlener licht de patiënt op duidelijke wijze, en
desgevraagd schriftelijk in over het voorgenomen onderzoek en de
voorgestelde behandeling en over de ontwikkelingen omtrent het
onderzoek, de behandeling en de gezondheidstoestand van de patiënt.
De hulpverlener licht een patiënt die de leeftijd van twaalf
jaren nog niet heeft bereikt op zodanige wijze in als past bij zijn
bevattingsvermogen.

2.
Bij het uitvoeren van de in lid 1 neergelegde verplichting laat de
hulpverlener zich leiden door hetgeen de patiënt redelijkerwijze
dient te weten ten aanzien van:

a. de
aard en het doel van het onderzoek of de behandeling die hij
noodzakelijk acht en van de uit te voeren verrichtingen;

b. de
te verwachten gevolgen en risico’s daarvan voor de gezondheid
van de patiënt;

c.
andere methoden van onderzoek of behandeling die in aanmerking komen;

d. de
staat van en de vooruitzichten met betrekking tot diens gezondheid
voor wat betreft het terrein van het onderzoek of de behandeling.

3.
De hulpverlener mag de patiënt bedoelde inlichtingen slechts
onthouden voor zover het verstrekken ervan kennelijk ernstig nadeel
voor de patiënt zou opleveren. Indien
het belang van de patiënt dit vereist, dient de hulpverlener de
desbetreffende inlichtingen aan een ander dan de patiënt te
verstrekken. De
inlichtingen worden de patiënt alsnog gegeven, zodra bedoeld
nadeel niet meer te duchten is. De hulpverlener maakt geen gebruik
van zijn in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid dan nadat hij
daarover een andere hulpverlener heeft geraadpleegd.

Artikel 7:449

Indien
de patiënt te kennen heeft gegeven geen inlichtingen te willen
ontvangen, blijft het verstrekken daarvan achterwege, behoudens voor
zover het belang dat de patiënt daarbij heeft niet opweegt tegen
het nadeel dat daaruit voor hemzelf of anderen kan voortvloeien.

Artikel 7:450

1.
Voor verrichtingen ter uitvoering van een behandelingsovereenkomst
is de toestemming van de patiënt vereist.

2.
Indien de patiënt minderjarig is en de leeftijd van twaalf maar
nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, is tevens de
toestemming van de ouders die het gezag over hem uitoefenen of van
zijn voogd vereist. De verrichting kan evenwel zonder de toestemming
van de ouders of de voogd worden uitgevoerd, indien zij kennelijk
nodig is teneinde ernstig nadeel voor de patiënt te voorkomen,
alsmede indien de patiënt ook na de weigering van de
toestemming, de verrichting weloverwogen blijft wensen.

3. In
het geval waarin een patiënt van zestien jaren of ouder niet in
staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn
belangen ter zake, worden door de hulpverlener en een persoon als
bedoeld in de leden 2 of 3 van artikel 465, de kennelijke opvattingen
van de patiënt, geuit in schriftelijke vorm toen deze tot
bedoelde redelijke waardering nog in staat was en inhoudende een
weigering van toestemming als bedoeld in lid 1, opgevolgd. De
hulpverlener kan hiervan afwijken indien hij daartoe gegronde redenen
aanwezig acht.

Artikel 7:451

Op
verzoek van de patiënt legt de hulpverlener in ieder geval
schriftelijk vast voor welke verrichtingen van ingrijpende aard deze
toestemming heeft gegeven.

Artikel 7:452

De
patiënt geeft de hulpverlener naar beste weten de inlichtingen
en de medewerking die deze redelijkerwijs voor het uitvoeren van de
overeenkomst behoeft.

Artikel 7:453

De
hulpverlener moet bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed
hulpverlener in acht nemen en handelt daarbij in overeenstemming met
de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor
hulpverleners geldende professionele standaard.

Artikel 7:454

1. De
hulpverlener richt een dossier in met betrekking tot de behandeling
van de patiënt. Hij houdt in het dossier aantekening van de
gegevens omtrent de gezondheid van de patiënt en de te diens
aanzien uitgevoerde verrichtingen en neemt andere stukken, bevattende
zodanige gegevens, daarin op, een en ander voor zover dit voor een
goede hulpverlening aan hem noodzakelijk is.

2. De
hulpverlener voegt desgevraagd een door de patiënt afgegeven
verklaring met betrekking tot de in het dossier opgenomen stukken aan
het dossier toe.

3.
Onverminderd het bepaalde in artikel 455, bewaart de hulpverlener de
bescheiden, bedoeld in de vorige leden, gedurende vijftien jaren, te
rekenen vanaf het tijdstip waarop zij zijn vervaardigd, of zoveel
langer als redelijkerwijs uit de zorg van een goed hulpverlener
voortvloeit.

Artikel 7:455

1. De
hulpverlener vernietigt de door hem bewaarde bescheiden, bedoeld in
artikel 454, binnen drie maanden na een daartoe strekkend verzoek van
de patiënt.

2.
Lid 1 geldt niet voor zover het verzoek bescheiden betreft waarvan
redelijkerwijs aannemelijk is dat de bewaring van aanmerkelijk belang
is voor een ander dan de patiënt, alsmede voor zover het
bepaalde bij of krachtens de wet zich tegen vernietiging verzet.

Artikel 7:456

De
hulpverlener verstrekt aan de patiënt desgevraagd zo spoedig
mogelijk inzage in en afschrift van de bescheiden, bedoeld in artikel
454. De verstrekking blijft achterwege voor zover dit noodzakelijk is
in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van
een ander. De hulpverlener mag voor de verstrekking van het afschrift
een redelijke vergoeding in rekening brengen.

Artikel 7:457

1.
Onverminderd het in artikel 448 lid 3, tweede volzin, bepaalde draagt
de hulpverlener zorg, dat aan anderen dan de patiënt geen
inlichtingen over de patiënt dan wel inzage in of afschrift van
de bescheiden, bedoeld in artikel 454, worden verstrekt dan met
toestemming van de patiënt. Indien verstrekking plaatsvindt,
geschiedt deze slechts voor zover daardoor de persoonlijke
levenssfeer van een ander niet wordt geschaad. De verstrekking kan
geschieden zonder inachtneming van de beperkingen, bedoeld in de
voorgaande volzinnen, indien het bij of krachtens de wet bepaalde
daartoe verplicht.

2.
Onder anderen dan de patiënt zijn niet begrepen degenen die
rechtstreeks betrokken zijn bij de uitvoering van de
behandelingsovereenkomst en degene die optreedt als vervanger van de
hulpverlener, voor zover de verstrekking noodzakelijk is voor de door
hen in dat kader te verrichten werkzaamheden.

3.
Daaronder zijn evenmin begrepen degenen wier toestemming ter zake van
de uitvoering van de behandelingsovereenkomst op grond van de
artikelen 450 en 465 is vereist. Indien de hulpverlener door
inlichtingen over de patiënt dan wel inzage in of afschrift van
de bescheiden te verstrekken niet geacht kan worden de zorg van een
goed hulpverlener in acht te nemen, laat hij zulks achterwege.

Artikel 7:458

1. In
afwijking van het bepaalde in artikel 457 lid 1 kunnen zonder
toestemming van de patiënt ten behoeve van statistiek of
wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de volksgezondheid aan
een ander desgevraagd inlichtingen over de patiënt of inzage in
de bescheiden, bedoeld in artikel 454, worden verstrekt indien:

a.
het vragen van toestemming in redelijkheid niet mogelijk is en met
betrekking tot de uitvoering van het onderzoek is voorzien in
zodanige waarborgen, dat de persoonlijke levenssfeer van de patiënt
niet onevenredig wordt geschaad, of

b.
het vragen van toestemming, gelet op de aard en het doel van het
onderzoek, in redelijkheid niet kan worden verlangd en de
hulpverlener zorg heeft gedragen dat de gegevens in zodanige vorm
worden verstrekt dat herleiding tot individuele natuurlijke personen
redelijkerwijs wordt voorkomen.

2.
Verstrekking overeenkomstig lid 1 is slechts mogelijk indien:

a.
het onderzoek een algemeen belang dient,

b.
het onderzoek niet zonder de desbetreffende gegevens kan worden
uitgevoerd, en

c.
voor zover de betrokken patiënt tegen een verstrekking niet
uitdrukkelijk bezwaar heeft gemaakt.

3.
Bij een verstrekking overeenkomstig lid 1 wordt daarvan aantekening
gehouden in het dossier.

Artikel 7:459

1. De
hulpverlener voert verrichtingen in het kader van de
behandelingsovereenkomst uit buiten de waarneming van anderen dan de
patiënt, tenzij de patiënt ermee heeft ingestemd dat de
verrichtingen kunnen worden waargenomen door anderen.

2.
Onder anderen dan de patiënt zijn niet begrepen degenen van wie
beroepshalve de medewerking bij de uitvoering van de verrichting
noodzakelijk is.

3.
Daaronder zijn evenmin begrepen degenen wier toestemming ter zake van
de verrichting op grond van de artikelen 450 en 465 is vereist.
Indien de hulpverlener door verrichtingen te doen waarnemen niet
geacht kan worden de zorg van een goed hulpverlener in acht te nemen,
laat hij zulks niet toe.

Artikel 7:460

De
hulpverlener kan, behoudens gewichtige redenen, de
behandelingsovereenkomst niet opzeggen.

Artikel 7:461

De
opdrachtgever is de hulpverlener loon verschuldigd, behoudens voor
zover deze voor zijn werkzaamheden loon ontvangt op grond van het bij
of krachtens de wet bepaalde dan wel uit de overeenkomst anders
voortvloeit.

Artikel 7:462

1.
Indien ter uitvoering van een behandelingsovereenkomst verrichtingen
plaatsvinden in een ziekenhuis dat bij die overeenkomst geen partij
is, is het ziekenhuis voor een tekortkoming daarbij mede
aansprakelijk, als ware het zelf bij de overeenkomst partij.

2.
Onder ziekenhuis als bedoeld in lid 1 worden verstaan een krachtens
artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen als ziekenhuis,
verpleeginrichting of zwakzinnigeninrichting toegelaten instelling of
afdeling daarvan, een academisch ziekenhuis alsmede een
abortuskliniek in de zin van de Wet afbreking zwangerschap.

Artikel 7:463

De
aansprakelijkheid van een hulpverlener of, in het geval bedoeld in
artikel 462, van het ziekenhuis, kan niet worden beperkt of
uitgesloten.

Artikel 7:464

1.
Indien in de uitoefening van een geneeskundig beroep of bedrijf
anders dan krachtens een behandelingsovereenkomst handelingen op het
gebied van de geneeskunst worden verricht, zijn deze afdeling alsmede
de artikelen 404, 405 lid 2 en 406 van afdeling 1 van deze titel van
overeenkomstige toepassing voor zover de aard van de rechtsbetrekking
zich daartegen niet verzet.

2.
Betreft het handelingen als omschreven in artikel 446 lid 5, dan:

a.
worden de in artikel 454 bedoelde bescheiden slechts bewaard zolang
dat noodzakelijk is in verband met het doel van het onderzoek, tenzij
het bepaalde bij of krachtens de wet zich tegen vernietiging verzet;

b.
wordt de persoon op wie het onderzoek betrekking heeft in de
gelegenheid gesteld mee te delen of hij de uitslag en de
gevolgtrekking van het onderzoek wenst te vernemen. Indien die wens
is geuit en de handelingen niet worden verricht in verband met een
tot stand gekomen arbeidsverhouding of burgerrechtelijke verzekering
dan wel een opleiding waartoe de betrokkene reeds is toegelaten,
wordt bedoelde persoon tevens in de gelegenheid gesteld mee te delen
of hij van de uitslag en de gevolgtrekking als eerste kennis wenst te
nemen teneinde te kunnen beslissen of daarvan mededeling aan anderen
wordt gedaan.

Artikel 7:465

1. De
verplichtingen die voor de hulpverlener uit deze afdeling jegens de
patiënt voortvloeien worden, indien de patiënt de leeftijd
van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, door de hulpverlener
nagekomen jegens de ouders die het gezag over de patiënt
uitoefenen dan wel jegens zijn voogd.

2.
Hetzelfde geldt indien de patiënt de leeftijd van twaalf jaren
heeft bereikt, maar niet in staat kan worden geacht tot een redelijke
waardering van zijn belangen ter zake, tenzij zodanige patiënt
meerderjarig is en onder curatele staat of ten behoeve van hem het
mentorschap is ingesteld, in welke gevallen nakoming jegens de
curator of de mentor geschiedt.

3.
Indien een meerderjarige patiënt die niet in staat kan worden
geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, niet
onder curatele staat of ten behoeve van hem niet het mentorschap is
ingesteld, worden de verplichtingen die voor de hulpverlener uit deze
afdeling jegens de patiënt voortvloeien, door de hulpverlener
nagekomen jegens de persoon die daartoe door de patiënt
schriftelijk is gemachtigd in zijn plaats op te treden. Ontbreekt
zodanige persoon, of treedt deze niet op, dan worden de
verplichtingen nagekomen jegens de echtgenoot, de geregistreerde
partner of andere levensgezel van de patiënt, tenzij deze
persoon dat niet wenst, dan wel, indien ook zodanige persoon
ontbreekt, jegens een ouder, kind, broer of zus van de patiënt,
tenzij deze persoon dat niet wenst.

4. De
hulpverlener komt zijn verplichtingen na jegens de in de leden 1 en 2
bedoelde wettelijke vertegenwoordigers van de patiënt en de in
lid 3 bedoelde personen, tenzij die nakoming niet verenigbaar is met
de zorg van een goed hulpverlener.

5. De
persoon jegens wie de hulpverlener krachtens de leden 2 of 3 gehouden
is de uit deze afdeling jegens de patiënt voortvloeiende
verplichtingen na te komen, betracht de zorg van een goed
vertegenwoordiger. Deze persoon is gehouden de patiënt zoveel
mogelijk bij de vervulling van zijn taak te betrekken.

6.
Verzet de patiënt zich tegen een verrichting van ingrijpende
aard waarvoor een persoon als bedoeld in de leden 2 of 3 toestemming
heeft gegeven, dan kan de verrichting slechts worden uitgevoerd
indien zij kennelijk nodig is teneinde ernstig nadeel voor de patiënt
te voorkomen.

Artikel 7:466

1. Is
op grond van artikel 465 voor het uitvoeren van een verrichting
uitsluitend de toestemming van een daar bedoelde persoon in plaats
van die van de patiënt vereist, dan kan tot de verrichting
zonder die toestemming worden overgegaan indien de tijd voor het
vragen van die toestemming ontbreekt aangezien onverwijlde uitvoering
van de verrichting kennelijk nodig is teneinde ernstig nadeel voor de
patiënt te voorkomen.

2.
Een volgens de artikelen 450 en 465 vereiste toestemming mag worden
verondersteld te zijn gegeven, indien de desbetreffende verrichting
niet van ingrijpende aard is.

Artikel 7:467

1.
Van het lichaam afgescheiden anonieme stoffen en delen kunnen worden
gebruikt voor medisch statistisch of ander medisch wetenschappelijk
onderzoek voor zover de patiënt van wie het lichaamsmateriaal
afkomstig is, geen bezwaar heeft gemaakt tegen zodanig onderzoek en
het onderzoek met de vereiste zorgvuldigheid wordt verricht.

2.
Onder onderzoek met van het lichaam afgescheiden anonieme stoffen en
delen wordt verstaan onderzoek waarbij is gewaarborgd dat het bij het
onderzoek te gebruiken lichaamsmateriaal en de daaruit te verkrijgen
gegevens niet tot de persoon herleidbaar zijn.

Artikel 7:468

Van
de bepalingen van deze afdeling en van de artikelen 404, 405 lid 2 en
406 kan niet ten nadele van de patiënt worden afgeweken.

Titel
7A. Reisovereenkomst

Artikel 7:500

1. In
deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a.
reisorganisator: degene die, in de uitoefening van zijn bedrijf, op
eigen naam aan het publiek of aan een groep personen van te voren
georganiseerde reizen aanbiedt;

b.
reisovereenkomst: de overeenkomst waarbij een reisorganisator zich
jegens zijn wederpartij verbindt tot het verschaffen van een door hem
aangeboden van te voren georganiseerde reis die een overnachting of
een periode van meer dan 24 uren omvat alsmede ten minste twee van de
volgende diensten:

1°.
vervoer,

2°.
verblijf,

3°.
een andere niet met vervoer of verblijf verband houdende,
toeristische dienst die een significant deel van de reis uitmaakt;

c.
reiziger:

1°.
de wederpartij van de reisorganisator,

2°.
degene te wiens behoeve de reis is bedongen en die dat beding heeft
aanvaard, of

3°.
degene aan wie overeenkomstig artikel 506 de rechtsverhouding tot de
reisorganisator is overgedragen.

2.
Degene die in de uitoefening van zijn bedrijf als tussenpersoon
optreedt van een niet in Nederland gevestigde reisorganisator, wordt
jegens zijn wederpartij als reisorganisator aangemerkt.

Artikel 7:501

1.
Indien de reisorganisator een algemeen verkrijgbare prospectus of
andere publikatie uitgeeft, vermeldt hij daarin de reissom en de
andere bij algemene maatregel van bestuur bepaalde gegevens.

2.
Vóór het sluiten van de reisovereenkomst deelt de
reisorganisator de wederpartij schriftelijk of op andere
begrijpelijke en toegankelijke wijze de in het eerste lid bedoelde
gegevens mee, voor zover die gegevens aan de wederpartij nog niet
bekend zijn door verstrekking van de algemeen verkrijgbare prospectus
of andere publikatie.

3.
Het tweede lid is niet van toepassing indien de reisovereenkomst
minder dan 72 uren voor de aanvang van de reis wordt gesloten.

Artikel 7:502

1. De
reisorganisator verschaft de wederpartij na het sluiten van de
overeenkomst onverwijld een afschrift van de voorwaarden, voor zover
deze niet reeds in de overgelegde bescheiden besloten liggen.

2.
Vóór de aanvang van de reis deelt de reisorganisator de
wederpartij of degene aan wie overeenkomstig artikel 506 de
rechtsverhouding tot de reisorganisator is overgedragen schriftelijk
of op andere begrijpelijke en toegankelijke wijze de bij algemene
maatregel van bestuur bepaalde gegevens mee.

Artikel 7:503

1. De
reiziger kan de reisovereenkomst te allen tijde met onmiddellijke
ingang opzeggen.

2.
Indien de reiziger opzegt wegens een aan hem toe te rekenen
omstandigheid, vergoedt de reiziger de reisorganisator de schade die
deze tengevolge van de opzegging lijdt. De schadevergoeding bedraagt
ten hoogste eenmaal de reissom.

3.
Indien de reiziger opzegt wegens een niet aan hem toe te rekenen
omstandigheid, heeft hij recht op teruggave of kwijtschelding van de
reissom of, indien de reis reeds ten dele is genoten, een evenredig
deel daarvan.

Artikel 7:504

1.
Onverminderd artikel 505, vierde lid, kan de reisorganisator de
reisovereenkomst slechts opzeggen wegens gewichtige, de reiziger
onverwijld meegedeelde omstandigheden.

2.
Indien de reisorganisator opzegt wegens een niet aan de reiziger toe
te rekenen omstandigheid, biedt hij deze een andere reis van gelijke
of betere kwaliteit aan. Onverminderd het derde lid heeft de reiziger
die dat aanbod niet aanvaardt, recht op teruggave of kwijtschelding
van de reissom of, indien de reis reeds ten dele is genoten, een
evenredig deel daarvan.

3. In
geval van opzegging vergoedt de reisorganisator de reiziger de door
deze geleden vermogensschade en een bedrag voor het derven van
reisgenot, tenzij

a.
hij de overeenkomst opzegt omdat het aantal aanmeldingen kleiner is
dan het vereiste minimumaantal en de reiziger binnen de in de
overeenkomst aangegeven termijn schriftelijk van de opzegging in
kennis is gesteld, of

b.
de opzegging het gevolg is van overmacht, waaronder overboeken niet
is begrepen. Onder overmacht worden in deze titel verstaan abnormale
en onvoorzienbare omstandigheden die onafhankelijk zijn van de wil
van degene die zich erop beroept en waarvan de gevolgen ondanks alle
voorzorgsmaatregelen niet konden worden vermeden.

Artikel 7:505

1. De
reisorganisator kan bedingen dat hij de reisovereenkomst op een
wezenlijk punt mag wijzigen wegens gewichtige, de reiziger onverwijld
medegedeelde omstandigheden. De reiziger kan de wijziging afwijzen.

2.
Behoudens lid 1 kan de reisorganisator bedingen dat hij de
reisovereenkomst mag wijzigen wegens gewichtige, de reiziger
onverwijld meegedeelde omstandigheden. De reiziger kan de wijziging
slechts afwijzen indien zij hem tot nadeel van meer dan geringe
betekenis strekt.

3. De
reisorganisator kan bedingen dat hij tot twintig dagen voor de
aanvang van de reis de reissom mag verhogen in verband met
wijzigingen in de vervoerkosten met inbegrip van brandstofkosten, de
verschuldigde heffingen of de toepasselijke wisselkoersen. Bij
toepassing van dit beding geeft de reisorganisator aan op welke wijze
de verhoging is berekend. De reiziger kan de verhoging afwijzen.

4. Na
een afwijzing als in de voorgaande leden bedoeld, kan de
reisorganisator de reisovereenkomst opzeggen. De reiziger heeft recht
op teruggave of kwijtschelding van de reissom of, indien de reis
reeds ten dele is genoten, een evenredig deel daarvan. Indien de
reisorganisator opzegt na een afwijzing door de reiziger als bedoeld
in de leden 1 en 2 is bovendien artikel 504, derde lid, van
overeenkomstige toepassing.

Artikel 7:506

1.
Tijdig voor de aanvang van de reis kan de reiziger zijn
rechtsverhouding tot de reisorganisator overdragen aan een derde die
aan alle voorwaarden van de reisovereenkomst voldoet. Een termijn van
zeven dagen voor de aanvang van de reis wordt geacht in ieder geval
tijdig te zijn.

2.
De overdracht vindt plaats door een daarop gerichte overeenkomst met
de derde en schriftelijke mededeling daarvan door de overdragende
reiziger aan de reisorganisator. De
overdragende reiziger en de derde zijn hoofdelijk verbonden tot
betaling van de reissom en de kosten in verband met de overdracht.

Artikel 7:507

1. De
reisorganisator is verplicht tot uitvoering van de reisovereenkomst
overeenkomstig de verwachtingen die de reiziger op grond van de
reisovereenkomst redelijkerwijs mocht hebben.

2.
Indien de reis niet verloopt overeenkomstig de verwachtingen die de
reiziger op grond van de reisovereenkomst redelijkerwijs mocht
hebben, is de reisorganisator verplicht de schade te vergoeden,
tenzij de tekortkoming in de nakoming niet aan hem is toe te rekenen
noch aan de persoon van wiens hulp hij bij de uitvoering van de
overeenkomst gebruik maakt, omdat:

a. de
tekortkoming in de uitvoering van de reisovereenkomst is toe te
rekenen aan de reiziger;

b. de
tekortkoming in de uitvoering van de reisovereenkomst die niet te
voorzien was of kon worden opgeheven, is toe te rekenen aan een derde
die niet bij de levering van de in de reis begrepen diensten is
betrokken; of

c. de
tekortkoming in de uitvoering van de overeenkomst is te wijten aan
overmacht als bedoeld in artikel 504 lid 3 onder b dan wel aan een
gebeurtenis die de organisator of degene van wiens hulp hij bij de
uitvoering van de reisovereenkomst gebruik maakt, met inachtneming
van alle mogelijke zorgvuldigheid niet kon voorzien of verhelpen.

3. De
reisorganisator is naar gelang van de omstandigheden verplicht de
reiziger hulp en bijstand te verlenen, indien de reis niet verloopt
overeenkomstig de verwachtingen die deze op grond van de
reisovereenkomst redelijkerwijs mocht hebben. Indien de oorzaak
daarvan aan de reiziger moet worden toegerekend, is de
reisorganisator tot verlening van hulp en bijstand slechts verplicht
voor zover dat redelijkerwijs van hem gevergd kan worden. De kosten
voor de verleende hulp en bijstand komen in dat geval voor rekening
van de reiziger. De kosten voor de verleende hulp en bijstand komen
voor rekening van de reisorganisator, indien de tekortkoming in de
nakoming aan hem of aan de persoon van wiens hulp hij bij de
uitvoering van de overeenkomst gebruik maakt, overeenkomstig het
tweede lid is toe te rekenen.

Artikel 7:508

1.
Tenzij het tweede lid van dit artikel van toepassing is, kan de
reisorganisator zijn aansprakelijkheid voor schade, veroorzaakt door
dood of letsel van de reiziger, niet uitsluiten of beperken.

2.
Indien op een in de reisovereenkomst begrepen dienst een verdrag van
toepassing is, kan de reisorganisator zich beroepen op een
uitsluiting of beperking van aansprakelijkheid die dat verdrag aan
een dienstverlener als zodanig toekent of toestaat.

Artikel 7:509

1. De
reisorganisator kan zijn aansprakelijkheid voor schade die uit zijn
eigen handelen of nalaten ontstaat niet beperken of uitsluiten,
indien dat handelen of nalaten geschiedt met het opzet de schade te
veroorzaken of het handelen of nalaten roekeloos geschiedt en met de
wetenschap dat de schade daaruit waarschijnlijk zou voortvloeien.

2.
Voor zover de reisorganisator niet zelf de in de reisovereenkomst
begrepen diensten verleent, kan hij zijn aansprakelijkheid voor
andere dan de in artikel 508 bedoelde schade beperken tot driemaal de
reissom.

Artikel 7:510

Een
tekortkoming in de nakoming van een verbintenis die hem kan worden
toegerekend, verplicht de reisorganisator mede tot vergoeding van
ander nadeel dan vermogensschade, voor zover door die tekortkoming
derving van reisgenot is veroorzaakt.

Artikel 7:511

De
vergoeding voor derving van reisgenot als bedoeld in de artikelen
504, derde lid, en 510 bedraagt ten hoogste eenmaal de reissom.

Artikel 7:512

1. De
reisorganisator neemt de maatregelen die nodig zijn om te verzekeren
dat, wanneer hij wegens financieel onvermogen zijn verplichtingen
jegens de reiziger niet of niet verder kan nakomen, wordt
zorggedragen hetzij voor overneming van zijn verplichtingen door een
ander hetzij voor terugbetaling van de reissom of, indien de reis
reeds ten dele is genoten, een evenredig deel daarvan. Indien de
reiziger reeds op de plaats van bestemming is aangekomen dient, voor
zover de reisovereenkomst dat vervoer omvat, in ieder geval te worden
zorggedragen voor de terugreis.

2. De
reisorganisator maakt de in het eerste lid bedoelde maatregelen
openbaar door deze te vermelden in de algemeen verkrijgbare
prospectus of andere publikatie, bedoeld in artikel 501, of op andere
begrijpelijke en toegankelijke wijze.

Artikel 7:513

Van
het bij of krachtens deze titel bepaalde kan ten nadele van de
reiziger n

Close Menu
×
×

Basket