Burgerlijk Wetboek Art. 2:175 BW – boek 8

netherlands-coat-arms
previous companies act
next companies act

Verkeersmiddelen
en vervoer

I.
Algemene bepalingen

Titel
1. Algemene bepalingen

Artikel 8:1

1. In
dit wetboek worden onder schepen verstaan alle zaken, geen
luchtvaartuig zijnde, die blijkens hun constructie bestemd zijn om te
drijven en drijven of hebben gedreven.

2.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen zaken, die geen schepen
zijn, voor de toepassing van bepalingen van dit wetboek als schip
worden aangewezen, dan wel bepalingen van dit wetboek niet van
toepassing worden verklaard op zaken, die schepen zijn.

3.
Voortbewegingswerktuigen en andere machinerieën worden
bestanddeel van het schip op het ogenblik dat, na hun inbouw, hun
bevestiging daaraan zodanig is als deze ook na voltooiing van het
schip zal zijn.

4.
Onder scheepstoebehoren worden verstaan de zaken, die, geen
bestanddeel van het schip zijnde, bestemd zijn om het schip duurzaam
te dienen en door hun vorm als zodanig zijn te herkennen, alsmede die
navigatie- en communicatiemiddelen, die zodanig met het schip zijn
verbonden, dat zij daarvan kunnen worden afgescheiden, zonder dat
beschadiging van betekenis aan hen of aan het schip wordt
toegebracht.

5.
Behoudens afwijkende bedingen wordt het scheepstoebehoren tot het
schip gerekend. Een afwijkend beding kan worden ingeschreven in de
openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van Titel 1 van Boek 3.

6.
Voor de toepassing van het derde, het vierde en het vijfde lid van
dit artikel wordt onder schip mede verstaan een schip in aanbouw.

Artikel 8:2

1. In
dit wetboek worden onder zeeschepen verstaan de schepen die als
zeeschip teboekstaan in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2
van titel 1 van Boek 3, en de schepen die niet teboekstaan in die
registers en blijkens hun constructie uitsluitend of in hoofdzaak
voor drijven in zee zijn bestemd.

2.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen schepen, die geen
zeeschepen zijn, voor de toepassing van bepalingen van dit wetboek
als zeeschip worden aangewezen, dan wel bepalingen van dit wetboek
niet van toepassing worden verklaard op schepen, die zeeschepen zijn.

3. In
dit wetboek worden onder zeevissersschepen verstaan zeeschepen, die
blijkens hun constructie uitsluitend of in hoofdzaak voor de
bedrijfsmatige visvangst zijn bestemd.

Artikel 8:3

1. In
dit wetboek worden onder binnenschepen verstaan de schepen die als
binnenschip teboekstaan in de openbare registers, bedoeld in afdeling
2 van titel 1 van Boek 3, en de schepen die niet teboekstaan in die
registers en blijkens hun constructie noch uitsluitend noch in
hoofdzaak voor drijven in zee zijn bestemd.

2.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen schepen, die geen
binnenschepen zijn, voor de toepassing van bepalingen van dit wetboek
als binnenschip worden aangewezen, dan wel bepalingen van dit wetboek
niet van toepassing worden verklaard op schepen, die binnenschepen
zijn.

Artikel 8:3a

1. In
dit wetboek worden onder luchtvaartuigen verstaan toestellen die in
de dampkring kunnen worden gehouden ten gevolge van krachten die de
lucht daarop uitoefent, met uitzondering van toestellen die blijkens
hun constructie bestemd zijn zich te verplaatsen op een luchtkussen,
dat wordt in stand gehouden tussen het toestel en het oppervlak der
aarde.

2.
Het casco, de motoren, de luchtschroeven, de radiotoestellen en alle
andere voorwerpen bestemd voor gebruik in of aan het toestel,
onverschillig of zij daarin of daaraan zijn aangebracht dan wel
tijdelijk ervan zijn gescheiden, zijn bestanddeel van het
luchtvaartuig.

3.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen zaken die geen
luchtvaartuigen zijn, voor de toepassing van bepalingen van dit
wetboek als luchtvaartuig worden aangewezen, dan wel bepalingen van
dit wetboek niet van toepassing worden verklaard op zaken die
luchtvaartuigen zijn.

Artikel 8:3b

In
dit wetboek wordt verstaan onder:

a.
spoorvoertuig: voertuig, bestemd voor het verkeer over spoorwegen;

b.
spoorweginfrastructuur: spoorwegen als bedoeld in artikel 1 onder b
van de Spoorwegwet en daarbij horende spoorweginfrastructuur als
bedoeld in artikel 1 onder c van de Spoorwegwet;

c.
beheerder van de spoorweginfrastructuur: de beheerder bedoeld in
artikel 1 onder h van de Spoorwegwet dan wel, indien die bepaling
niet van toepassing is, degene die de spoorweginfrastructuur ter
beschikking stelt.

d.
spoorwegonderneming: elke spoorwegonderneming als bedoeld in artikel
1 onder f van de Spoorwegwet.

Artikel 8:4

Onder
voorbehoud van artikel 552 worden in dit boek de Dollart, de
Waddenzee, het IJsselmeer, de stromen, de riviermonden en andere zo
nodig voor de toepassing van bepalingen van dit boek bij algemene
maatregel van bestuur aan te wijzen wateren, binnen zo nodig nader
bij algemene maatregel van bestuur te bepalen grenzen, als
binnenwater beschouwd.

Artikel 8:5

In
dit wetboek worden onder opvarenden verstaan alle zich aan boord van
een schip bevindende personen.

Artikel 8:6

In
dit wetboek worden de kapitein en de schipper aangemerkt als lid van
de bemanning.

Artikel 8:7
Vervallen

Artikel 8:8

In
dit wetboek worden onder bagage verstaan de zaken, die een vervoerder
in verband met een door hem gesloten overeenkomst van personenvervoer
op zich neemt te vervoeren met uitzondering van zaken, vervoerd onder
een het vervoer van zaken betreffende overeenkomst.

Artikel 8:9
Vervallen

Artikel 8:10

In
dit wetboek wordt onder reder verstaan de eigenaar van een zeeschip.

Artikel 8:11
Vervallen

Artikel 8:12

In
dit boek leidt strijd met een dwingende wetsbepaling tot ambtshalve
toe te passen nietigheid van de rechtshandeling.

Artikel 8:13

Dit
boek laat onverlet enige voor Nederland van kracht zijnde
internationale overeenkomst of enige wet die de aansprakelijkheid
voor kernschade regelt.

Artikel 8:14
Vervallen

Titel
2. Algemene bepalingen betreffende vervoer

Afdeling
1. Overeenkomst van goederenvervoer

Artikel 8:20

De
overeenkomst van goederenvervoer is de overeenkomst, waarbij de ene
partij (de vervoerder) zich tegenover de andere partij (de afzender)
verbindt zaken te vervoeren.

Artikel 8:21

De
vervoerder is verplicht ten vervoer ontvangen zaken ter bestemming af
te leveren en wel in de staat waarin hij hen heeft ontvangen.

Artikel 8:22

Onverminderd
artikel 21 is de vervoerder verplicht ten vervoer ontvangen zaken
zonder vertraging te vervoeren.

Artikel 8:23

De
vervoerder is niet aansprakelijk voor schade, voor zover deze is
veroorzaakt door een omstandigheid die een zorgvuldig vervoerder niet
heeft kunnen vermijden en voor zover zulk een vervoerder de gevolgen
daarvan niet heeft kunnen verhinderen.

Artikel 8:24

De
afzender is verplicht de vervoerder de schade te vergoeden die deze
lijdt doordat de overeengekomen zaken, door welke oorzaak dan ook,
niet op de overeengekomen plaats en tijd te zijner beschikking zijn.

Artikel 8:25

1.
Alvorens zaken ter beschikking van de vervoerder zijn gesteld, is de
afzender bevoegd de overeenkomst op te zeggen. Hij is verplicht de
vervoerder de schade te vergoeden die deze ten gevolge van de
opzegging lijdt.

2. De
opzegging geschiedt door een mondelinge of schriftelijke kennisgeving
en de overeenkomst eindigt op het ogenblik van ontvangst daarvan.

Artikel 8:26

De
afzender is verplicht de vervoerder omtrent de zaken alsmede omtrent
de behandeling daarvan tijdig al die opgaven te doen, waartoe hij in
staat is of behoort te zijn, en waarvan hij weet of behoort te weten,
dat zij voor de vervoerder van belang zijn, tenzij hij mag aannemen
dat de vervoerder deze gegevens kent.

Artikel 8:27

De
afzender is verplicht de vervoerder de schade te vergoeden die deze
lijdt doordat de documenten, die van de zijde van de afzender voor
het vervoer vereist zijn, door welke oorzaak dan ook, niet naar
behoren aanwezig zijn.

Artikel 8:28

1.
Wanneer vóór of bij de aanbieding van de zaken aan de
vervoerder omstandigheden aan de zijde van een der partijen zich
opdoen of naar voren komen, die haar wederpartij bij het sluiten van
de overeenkomst niet behoefde te kennen, doch die, indien zij haar
wel bekend waren geweest, redelijkerwijs voor haar grond hadden
opgeleverd de vervoerovereenkomst niet of op andere voorwaarden aan
te gaan, is deze wederpartij bevoegd de overeenkomst op te zeggen.

2. De
opzegging geschiedt door een mondelinge of schriftelijke kennisgeving
en de overeenkomst eindigt op het ogenblik van ontvangst daarvan.

3.
Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zijn partijen na
opzegging der overeenkomst verplicht elkaar de daardoor geleden
schade te vergoeden.

Artikel 8:29

De
vracht is verschuldigd na aflevering van de zaken ter bestemming.

Artikel 8:30

1. De
vervoerder is gerechtigd afgifte van zaken, die hij in verband met de
vervoerovereenkomst onder zich heeft, te weigeren aan ieder, die uit
anderen hoofde dan de vervoerovereenkomst recht heeft op aflevering
van die zaken, tenzij op de zaken beslag is gelegd en uit de
vervolging van dit beslag een verplichting tot afgifte aan de
beslaglegger voortvloeit.

2.
De vervoerder kan het recht van retentie uitoefenen op zaken, die hij
in verband met de vervoerovereenkomst onder zich heeft, voor hetgeen
hem door de ontvanger verschuldigd is of zal worden terzake van het
vervoer van die zaken. Hij kan dit recht tevens uitoefenen voor
hetgeen bij wijze van rembours op die zaak drukt. Dit retentierecht
vervalt zodra aan de vervoerder is betaald het bedrag waarover geen
geschil bestaat en voldoende zekerheid is gesteld voor de betaling
van die bedragen, waaromtrent wel geschil bestaat of welker hoogte
nog niet kan worden vastgesteld. De vervoerder behoeft echter geen
zekerheid te aanvaarden voor hetgeen bij wijze van rembours op de
zaak drukt.

3. De
in dit artikel aan de vervoerder toegekende rechten komen hem niet
toe jegens een derde, indien hij op het tijdstip dat hij de zaak ten
vervoer ontving, reden had te twijfelen aan de bevoegdheid van de
afzender jegens die derde hem de zaak ten vervoer ter beschikking te
stellen.

Artikel 8:31

Wordt
de vervoerder dan wel de afzender of een ondergeschikte van een
hunner buiten overeenkomst aangesproken, dan zijn de artikelen 361
tot en met 366 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8:32

Deze
afdeling geldt slechts ten aanzien van niet elders in dit boek
geregelde overeenkomsten van goederenvervoer.

Afdeling
2. Overeenkomst van gecombineerd goederenvervoer

Artikel 8:40

De
overeenkomst van gecombineerd goederenvervoer is de overeenkomst van
goederenvervoer, waarbij de vervoerder (gecombineerd vervoerder) zich
bij een en dezelfde overeenkomst tegenover de afzender verbindt dat
het vervoer deels over zee, over binnenwateren, over de weg, over
spoorwegen, door de lucht of door een pijpleiding dan wel door middel
van enige andere vervoerstechniek zal geschieden.

Artikel 8:41

Bij
een overeenkomst van gecombineerd goederenvervoer gelden voor ieder
deel van het vervoer de op dat deel toepasselijke rechtsregelen.

Artikel 8:42

1.
Indien de gecombineerd vervoerder de zaken niet zonder vertraging ter
bestemming aflevert in de staat waarin hij hen heeft ontvangen en
niet is komen vast te staan, waar de omstandigheid, die het verlies,
de beschadiging of de vertraging veroorzaakte, is opgekomen, is hij
voor de daardoor ontstane schade aansprakelijk, tenzij hij bewijst,
dat hij op geen der delen van het vervoer, waar het verlies, de
beschadiging of de vertraging kan zijn opgetreden, daarvoor
aansprakelijk is.

2.
Nietig is ieder beding, waarbij van dit artikel wordt afgeweken.

Artikel 8:43

1.
Indien de gecombineerd vervoerder aansprakelijk is voor schade
ontstaan door beschadiging, geheel of gedeeltelijk verlies,
vertraging of enig ander schadeveroorzakend feit en niet is komen
vast te staan waar de omstandigheid, die hiertoe leidde, is
opgekomen, wordt zijn aansprakelijkheid bepaald volgens de
rechtsregelen die toepasselijk zijn op dat deel of die delen van het
vervoer, waarop deze omstandigheid kan zijn opgekomen en waaruit het
hoogste bedrag aan schade vergoeding voortvloeit.

2.
Nietig is ieder beding, waarbij van dit artikel wordt afgeweken.

Artikel 8:44

1. De
gecombineerd vervoerder kan op verlangen van de afzender, geuit
alvorens zaken te zijner beschikking worden gesteld, terzake van het
vervoer een document (CT-document) opmaken, dat door hem wordt
gedateerd en ondertekend en aan de afzender wordt afgegeven. De
ondertekening kan worden gedrukt of door een stempel dan wel enig
ander kenmerk van oorsprong worden vervangen.

2. Op
het CT-document worden vermeld:

a. de
afzender,

b. de
ten vervoer ontvangen zaken met omschrijving van de algemene aard
daarvan, zoals deze omschrijving gebruikelijk is,

c.
een of meer der volgende gegevens met betrekking tot de onder b
bedoelde zaken:

1°.
aantal,

2°.
gewicht,

3°.
volume,

4°.
merken,

d. de
plaats waar de gecombineerd vervoerder de zaken ten vervoer heeft
ontvangen,

e. de
plaats waarheen de gecombineerd vervoerder op zich neemt de zaken te
vervoeren,

f. de
geadresseerde die, ter keuze van de afzender, wordt aangegeven hetzij
bij name of andere aanduiding, hetzij als order van de afzender of
van een ander, hetzij als toonder. De enkele woorden “aan order”
worden geacht de order van de afzender aan te geven,

g. de
gecombineerd vervoerder,

h.
het aantal exemplaren van het document indien dit in meer dan één
exemplaar is uitgegeven,

i. al
hetgeen overigens afzender en gecombineerd vervoerder gezamenlijk
goeddunkt.

3. De
aanduidingen vermeld in het tweede lid onder a tot en met c worden in
het CT-document opgenomen aan de hand van door de afzender te
verstrekken gegevens, met dien verstande dat de gecombineerd
vervoerder niet verplicht is in het CT-document enig gegeven met
betrekking tot de zaken op te geven of te noemen, waarvan hij
redelijke gronden heeft te vermoeden, dat het niet nauwkeurig de in
werkelijkheid door hem ontvangen zaken weergeeft of tot het toetsen
waarvan hij geen redelijke gelegenheid heeft gehad. De gecombineerd
vervoerder wordt vermoed geen redelijke gelegenheid te hebben gehad
de hoeveelheid en het gewicht van gestorte of gepompte zaken te
toetsen. De afzender staat in voor de juistheid, op het ogenblik van
de inontvangstneming van de zaken, van de door hem verstrekte
gegevens.

4.
Partijen zijn verplicht elkaar de schade te vergoeden die zij lijden
door het ontbreken van in het tweede lid genoemde gegevens.

Artikel 8:45

De
verhandelbare exemplaren van het CT-document, waarin is vermeld
hoeveel van deze exemplaren in het geheel zijn afgegeven, gelden alle
voor één en één voor alle. Niet
verhandelbare exemplaren moeten als zodanig worden aangeduid.

Artikel 8:46

1.
Voor het deel van het vervoer, dat overeenkomstig de tussen partijen
gesloten overeenkomst zal plaatsvinden als vervoer over zee of
binnenwateren, wordt het CT-document als cognossement aangemerkt.

2.
Voor het deel van het vervoer, dat overeenkomstig de tussen partijen
gesloten overeenkomst over de weg zal plaatsvinden, wordt het
CT-document als vrachtbrief aangemerkt.

3.
Voor het deel van het vervoer, dat overeenkomstig de tussen partijen
gesloten overeenkomst over spoorwegen of door de lucht zal
plaatsvinden, wordt het CT-document, mits het mede aan de daarvoor
gestelde vereisten voldoet, als voor dergelijk vervoer bestemd
document aangemerkt.

Artikel 8:47

Indien
een overeenkomst van gecombineerd goederenvervoer
is gesloten en bovendien een CT-document is afgegeven, wordt,
behoudens artikel 51 tweede lid, tweede volzin, de rechtsverhouding
tussen de gecombineerd vervoerder en de afzender door de bedingen van
de overeenkomst van gecombineerd goederenvervoer en niet door die van
dit CT-document beheerst. Behoudens het in artikel 51 eerste lid
gestelde vereiste van houderschap van het CT-document, strekt dit hun
dan slechts tot bewijs van de ontvangst der zaken door de
gecombineerd vervoerder.

Artikel 8:48

1.
Het CT-document bewijst, behoudens tegenbewijs, dat de gecombineerd
vervoerder de zaken heeft ontvangen en wel zoals deze daarin zijn
omschreven. Tegenbewijs tegen het CT-document wordt niet toegelaten,
wanneer het is overgedragen aan een derde te goeder trouw.

2.
Indien in het CT-document de clausule: “aard, gewicht, aantal,
volume of merken onbekend” of enige andere clausule van
dergelijke strekking is opgenomen, binden zodanige in het CT-document
voorkomende vermeldingen omtrent de zaken de gecombineerd vervoerder
niet, tenzij bewezen wordt dat hij de aard, het gewicht, het aantal,
het volume of de merken der zaken heeft gekend of had behoren te
kennen.

3.
Een CT-document, dat de uiterlijk zichtbare staat of gesteldheid van
de zaak niet vermeldt, levert, behoudens tegenbewijs dat ook jegens
een derde mogelijk is, een vermoeden op dat de gecombineerd
vervoerder die zaak voor zover uiterlijk zichtbaar in goede staat of
gesteldheid heeft ontvangen.

4.
Een in het CT-document opgenomen waarde-opgave schept, behoudens
tegenbewijs, een vermoeden, doch bindt niet de gecombineerd
vervoerder die haar kan betwisten.

5.
Verwijzingen in het CT-document worden geacht slechts die bedingen
daarin te voegen, die voor degeen, jegens wie daarop een beroep wordt
gedaan, duidelijk kenbaar zijn. Een dergelijk beroep is slechts
mogelijk voor hem, die op schriftelijk verlangen van degeen jegens
wie dit beroep kan worden gedaan of wordt gedaan, aan deze onverwijld
die bedingen heeft doen toekomen.

6.
Dit artikel laat onverlet de bepalingen die aan cognossement of
vrachtbrief een grotere bewijskracht toekennen.

7.
Nietig is ieder beding, waarbij van het vijfde lid van dit artikel
wordt afgeweken.

Artikel 8:49

Een
CT-document aan order wordt geleverd op de wijze als aangegeven in
afdeling 2 van Titel 4 van Boek 3.

Artikel 8:50

Levering
van het CT-document vóór de aflevering van de daarin
vermelde zaken door de vervoerder geldt als levering van die zaken.

Artikel 8:51

1.
Indien een CT-document is afgegeven, heeft uitsluitend de regelmatige
houder daarvan, tenzij hij niet op rechtmatige wijze houder is
geworden, jegens de gecombineerd vervoerder het recht aflevering van
de zaken overeenkomstig de op deze rustende verplichtingen te
vorderen. Onverminderd dit recht op aflevering heeft hij – en hij
alleen – voor zover de gecombineerd vervoerder aansprakelijk is
wegens het niet nakomen van de op hem rustende verplichting zaken
zonder vertraging ter bestemming af te leveren in de staat waarin hij
hen heeft ontvangen, uitsluitend het recht te dier zake
schadevergoeding te vorderen.

2.
Jegens de houder van het CT-document, die niet de afzender was, is de
gecombineerd vervoerder gehouden aan en kan hij een beroep doen op de
bedingen van het CT-document. Jegens iedere houder van het
CT-document kan hij de daaruit duidelijk kenbare rechten tot betaling
geldend maken. Jegens de houder van het CT-document, die ook de
afzender was, kan de gecombineerd vervoerder zich bovendien op de
bedingen van de overeenkomst van gecombineerd goederenvervoer en op
zijn persoonlijke verhouding tot de afzender beroepen.

Artikel 8:52

Van
de houders van verschillende exemplaren van hetzelfde CT-document
heeft hij het beste recht, die houder is van het exemplaar, waarvan
ná de gemeenschappelijke voorman, die houder was van al die
exemplaren, het eerst een ander houder is geworden te goeder trouw en
onder bezwarende titel.

Afdeling
3. Overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen

Artikel 8:60

De
overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen is de overeenkomst,
waarbij de ene partij (de expediteur) zich jegens zijn wederpartij
(de opdrachtgever) verbindt tot het te haren behoeve met een
vervoerder sluiten van een of meer overeenkomsten van vervoer van
door deze wederpartij ter beschikking te stellen zaken, dan wel tot
het te haren behoeve maken van een beding in een of meer zodanige
vervoerovereenkomsten.

Artikel 8:61

1.
Voor zover de expediteur de overeenkomst tot het sluiten waarvan hij
zich verbond, zelf uitvoert, wordt hij zelf aangemerkt als de
vervoerder uit die overeenkomst.

2.
Nietig is ieder beding, waarbij van dit artikel wordt afgeweken.

Artikel 8:62

1.
Indien de zaken niet zonder vertraging ter bestemming worden
afgeleverd in de staat, waarin zij ter beschikking zijn gesteld, is
de expediteur, voor zover hij een vervoerovereenkomst die hij met een
ander zou sluiten, zelf uitvoerde, verplicht zulks onverwijld aan de
opdrachtgever die hem kennis gaf van de schade mede te delen.

2.
Doet de expediteur de in het eerste lid bedoelde mededeling niet, dan
is hij, wanneer hij daardoor niet tijdig als vervoerder is
aangesproken, naast vergoeding van de schade die de opdrachtgever
overigens dientengevolge leed, een schadeloosstelling verschuldigd
gelijk aan de schadevergoeding, die hij zou hebben moeten voldoen,
wanneer hij wel tijdig als vervoerder zou zijn aangesproken.

3.
Nietig is ieder beding, waarbij van dit artikel wordt afgeweken.

Artikel 8:63

1.
Indien de zaken niet zonder vertraging ter bestemming worden
afgeleverd in de staat, waarin zij ter beschikking zijn gesteld, is
de expediteur voor zover hij de vervoerovereenkomst, welke hij met
een ander zou sluiten, niet zelf uitvoerde, verplicht de
opdrachtgever onverwijld te doen weten welke vervoerovereenkomsten
hij ter uitvoering van zijn verbintenis aanging. Hij is tevens
verplicht de opdrachtgever alle documenten en gegevens ter
beschikking te stellen, waarover hij beschikt of die hij
redelijkerwijs kan verschaffen, voor zover deze althans kunnen dienen
tot verhaal van opgekomen schade.

2. De
opdrachtgever verkrijgt jegens degeen, met wie de expediteur heeft
gehandeld, van het ogenblik af, waarop hij de expediteur duidelijk
kenbaar maakt, dat hij hen wil uitoefenen, de rechten en
bevoegdheden, die hem zouden zijn toegekomen, wanneer hij zelf als
afzender de overeenkomst zou hebben gesloten. Hij kan ter zake in
rechte optreden, wanneer hij overlegt een door de expediteur – of in
geval van diens faillissement door diens curator – af te geven
verklaring, dat tussen hem en de expediteur ten aanzien van de zaken
een overeenkomst tot het doen vervoeren daarvan werd gesloten. Indien
ten aanzien van de expediteur de schuldsaneringsregeling natuurlijke
personen van toepassing is, geeft de bewindvoerder de verklaring af,
tenzij de overeenkomst tot het doen vervoeren tot stand is gekomen na
de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

3.
Komt de expediteur een verplichting als in het eerste lid bedoeld
niet na, dan is hij, naast vergoeding van de schade die de
opdrachtgever overigens dientengevolge leed, een schadeloosstelling
verschuldigd gelijk aan de schadevergoeding die de opdrachtgever van
hem had kunnen verkrijgen, wanneer hij de overeenkomst die hij sloot,
zelf had uitgevoerd, verminderd met de schadevergoeding die de
opdrachtgever mogelijkerwijs van de vervoerder verkreeg.

4.
Nietig is ieder beding, waarbij van dit artikel wordt afgeweken.

Artikel 8:64

De
opdrachtgever is verplicht de expediteur de schade te vergoeden die
deze lijdt doordat de overeengekomen zaken, door welke oorzaak dan
ook, niet op de overeengekomen plaats en tijd ter beschikking zijn.

Artikel 8:65

1.
Alvorens zaken ter beschikking zijn gesteld, is de opdrachtgever
bevoegd de overeenkomst op te zeggen. Hij is verplicht de expediteur
de schade te vergoeden die deze ten gevolge van de opzegging lijdt.

2. De
opzegging geschiedt door schriftelijke kennisgeving en de
overeenkomst eindigt op het ogenblik van ontvangst daarvan.

Artikel 8:66

1. De
opdrachtgever is verplicht de expediteur omtrent de zaken alsmede
omtrent de behandeling daarvan tijdig al die opgaven te doen, waartoe
hij in staat is of behoort te zijn, en waarvan hij weet of behoort te
weten, dat zij voor de expediteur van belang zijn, tenzij hij mag
aannemen, dat de expediteur deze gegevens kent.

2. De
expediteur is niet gehouden, doch wel gerechtigd, te onderzoeken of
de hem gedane opgaven juist en volledig zijn.

Artikel 8:67

De
opdrachtgever is verplicht de expediteur de schade te vergoeden die
deze lijdt doordat de documenten, die van de zijde van de
opdrachtgever voor het uitvoeren van de opdracht vereist zijn, door
welke oorzaak dan ook, niet naar behoren aanwezig zijn.

Artikel 8:68

1.
Wanneer vóór of bij de terbeschikkingstelling van de
zaken omstandigheden aan de zijde van een der partijen zich opdoen of
naar voren komen, die haar wederpartij bij het sluiten van de
overeenkomst niet behoefde te kennen, doch die, indien zij haar wel
bekend waren geweest, redelijkerwijs voor haar grond hadden
opgeleverd de overeenkomst niet of op andere voorwaarden aan te gaan,
is deze wederpartij bevoegd de overeenkomst op te zeggen.

2. De
opzegging geschiedt door schriftelijke kennisgeving en de
overeenkomst eindigt op het ogenblik van ontvangst daarvan.

3.
Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zijn partijen na
opzegging der overeenkomst verplicht elkaar de daardoor geleden
schade te vergoeden.

Artikel 8:69

1. De
expediteur is gerechtigd afgifte van zaken of documenten, die hij in
verband met de overeenkomst onder zich heeft, te weigeren aan ieder,
die uit anderen hoofde dan de overeenkomst tot doen vervoeren recht
heeft op aflevering daarvan, tenzij daarop beslag is gelegd en uit de
vervolging van dit beslag een verplichting tot afgifte aan de
beslaglegger voortvloeit.

2.
De expediteur kan het recht van retentie uitoefenen op zaken of
documenten, die hij in verband met de overeenkomst onder zich heeft,
voor hetgeen hem terzake van de overeenkomst door zijn opdrachtgever
verschuldigd is of zal worden. Hij kan dit recht tevens uitoefenen
voor hetgeen bij wijze van rembours op de zaak drukt. Dit
retentierecht vervalt zodra aan de expediteur is betaald het bedrag
waarover geen geschil bestaat en voldoende zekerheid is gesteld voor
de betaling van die bedragen, waaromtrent wel geschil bestaat of
welker hoogte nog niet kan worden vastgesteld. De expediteur behoeft
echter geen zekerheid te aanvaarden voor hetgeen bij wijze van
rembours op de zaak drukt.

3. De
in dit artikel aan de expediteur toegekende rechten komen hem niet
toe jegens een derde, indien hij op het tijdstip dat hij de zaak of
het document onder zich kreeg, reden had te twijfelen aan de
bevoegdheid van de opdrachtgever jegens die derde hem die zaak of dat
document ter beschikking te stellen.

Artikel 8:70

Indien
een overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen niet naar
behoren wordt uitgevoerd, dan wel een zaak niet zonder vertraging ter
bestemming wordt afgeleverd in de staat, waarin zij ter beschikking
is gesteld, is de expediteur, die te dier zake door zijn wederpartij
buiten overeenkomst wordt aangesproken, jegens deze niet verder
aansprakelijk dan hij dit zou zijn op grond van de door hen gesloten
overeenkomst tot het doen vervoeren van die zaak.

Artikel 8:71

Indien
een overeenkomst tot het doen vervoeren van goederen niet naar
behoren wordt uitgevoerd, dan wel een zaak niet zonder vertraging ter
bestemming wordt afgeleverd in de staat, waarin zij ter beschikking
is gesteld, is de expediteur, die te dier zake buiten overeenkomst
wordt aangesproken, behoudens de artikelen 361 tot en met 366,
artikel 880 en artikel 1081, niet verder aansprakelijk dan hij dit
zou zijn tegenover zijn opdrachtgever.

Artikel 8:72

Indien
een vordering, als genoemd in het vorige artikel, buiten overeenkomst
wordt ingesteld tegen een ondergeschikte van de expediteur, dan is
deze ondergeschikte, mits hij de schade veroorzaakte in de
werkzaamheden, waartoe hij werd gebruikt, niet verder aansprakelijk
dan een dergelijke expediteur, die hem tot deze werkzaamheden
gebruikte, dit op grond van het vorige artikel zou zijn.

Artikel 8:73

Het
totaal van de bedragen, verhaalbaar op de expediteur, al dan niet
gezamenlijk met het bedrag, verhaalbaar op de wederpartij van degene
die de vordering instelt, en hun ondergeschikten mag, behoudens in
geval van schade ontstaan uit eigen handeling of nalaten van de
aangesprokene, geschied hetzij met het opzet die schade te
veroorzaken, hetzij roekeloos en met de wetenschap dat die schade er
waarschijnlijk uit zou voortvloeien, niet overtreffen het totaal, dat
op grond van de door hen ingeroepen overeenkomst is verschuldigd.

Afdeling
4. Overeenkomst van personenvervoer

Artikel 8:80

1. De
overeenkomst van personenvervoer is de overeenkomst, waarbij de ene
partij (de vervoerder) zich tegenover de andere partij verbindt een
of meer personen (reizigers) te vervoeren.

2. De
overeenkomst van personenvervoer als omschreven in artikel 100 is
geen overeenkomst van personenvervoer in de zin van deze afdeling.

Artikel 8:81

De
vervoerder is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door dood of
letsel in verband met het vervoer aan de reiziger overkomen.

Artikel 8:82

1. De
vervoerder is niet aansprakelijk voor schade ontstaan door dood of
letsel, voor zover deze dood of dit letsel is veroorzaakt door een
omstandigheid die een zorgvuldig vervoerder niet heeft kunnen
vermijden en voor zover zulk een vervoerder de gevolgen daarvan niet
heeft kunnen verhinderen.

2. De
vervoerder kan niet om zich van zijn aansprakelijkheid voor schade
door dood of letsel van de reiziger veroorzaakt te ontheffen, beroep
doen op de gebrekkigheid of het slecht functioneren van het
vervoermiddel of van het materiaal waarvan hij zich voor het vervoer
bedient.

Artikel 8:83

Indien
de vervoerder bewijst, dat schuld of nalatigheid van de reiziger
schade heeft veroorzaakt of daartoe heeft bijgedragen, kan de
aansprakelijkheid van de vervoerder daarvoor geheel of gedeeltelijk
worden opgeheven.

Artikel 8:84

Nietig
is ieder voor het aan de reiziger overkomen voorval gemaakt beding
waarbij de ingevolge artikel 81 op de vervoerder drukkende
aansprakelijkheid of bewijslast wordt verminderd op andere wijze dan
in deze afdeling is voorzien.

Artikel 8:85

1. In
geval van aan de reiziger overkomen letsel en van de dood van de
reiziger zijn de artikelen 107 en 108 van Boek 6 niet van toepassing
op de vorderingen die de vervoerder als wederpartij van een andere
vervoerder tegen deze laatste instelt.

2. De
aansprakelijkheid van de vervoerder is in geval van dood of letsel
van de reiziger beperkt tot een bij of krachtens algemene maatregel
van bestuur te bepalen bedrag of bedragen.

Artikel 8:86

De
wederpartij van de vervoerder is verplicht deze de schade te
vergoeden die hij lijdt doordat de reiziger, door welke oorzaak dan
ook, niet tijdig ten vervoer aanwezig is.

Artikel 8:87

De
wederpartij van de vervoerder is verplicht deze de schade te
vergoeden die hij lijdt doordat de documenten met betrekking tot de
reiziger, die van haar zijde voor het vervoer vereist zijn, door
welke oorzaak dan ook, niet naar behoren aanwezig zijn.

Artikel 8:88

1.
Wanneer vóór of tijdens het vervoer omstandigheden aan
de zijde van de wederpartij van de vervoerder of de reiziger zich
opdoen of naar voren komen, die de vervoerder bij het sluiten van de
overeenkomst niet behoefde te kennen, doch die, indien zij hem wel
bekend waren geweest, redelijkerwijs voor hem grond hadden opgeleverd
de vervoerovereenkomst niet of op andere voorwaarden aan te gaan, is
de vervoerder bevoegd de overeenkomst op te zeggen en de reiziger uit
het vervoermiddel te verwijderen.

2. De
opzegging geschiedt door een mondelinge of schriftelijke kennisgeving
aan de wederpartij van de vervoerder of aan de reiziger en de
overeenkomst eindigt op het ogenblik van ontvangst van de eerst
ontvangen kennisgeving.

3.
Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zijn partijen na
opzegging der overeenkomst verplicht elkaar de daardoor geleden
schade te vergoeden.

Artikel 8:89

1.
Wanneer vóór of tijdens het vervoer omstandigheden aan
de zijde van de vervoerder zich opdoen of naar voren komen, die diens
wederpartij bij het sluiten van de overeenkomst niet behoefde te
kennen, doch die, indien zij haar wel bekend waren geweest,
redelijkerwijs voor haar grond hadden opgeleverd de
vervoerovereenkomst niet of op andere voorwaarden aan te gaan, is
deze wederpartij van de vervoerder bevoegd de overeenkomst op te
zeggen.

2. De
opzegging geschiedt door een mondelinge of schriftelijke kennisgeving
en de overeenkomst eindigt op het ogenblik van ontvangst daarvan.

3.
Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zijn partijen na
opzegging der overeenkomst verplicht elkaar de daardoor geleden
schade te vergoeden.

Artikel 8:90

1. De
wederpartij van de vervoerder is steeds bevoegd de overeenkomst op te
zeggen. Zij is verplicht de vervoerder de schade te vergoeden, die
deze ten gevolge van de opzegging lijdt.

2.
Zij kan dit recht niet uitoefenen, wanneer daardoor de reis van het
vervoermiddel zou worden vertraagd.

3. De
opzegging geschiedt door een mondelinge of schriftelijke kennisgeving
en de overeenkomst eindigt op het ogenblik van ontvangst daarvan.

Artikel 8:91

Wordt
de vervoerder, zijn wederpartij, de reiziger of een ondergeschikte
van een hunner buiten overeenkomst aangesproken, dan zijn de
artikelen 361 tot en met 366 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8:92

Deze
afdeling geldt slechts ten aanzien van niet elders in dit boek
geregelde overeenkomsten van personenvervoer.

Afdeling
5. Overeenkomst tot binnenlands openbaar personenvervoer

Artikel 8:100

1. De
overeenkomst van personenvervoer in de zin van deze afdeling is de
overeenkomst van personenvervoer, waarbij de ene partij (de
vervoerder) zich tegenover de andere partij verbindt aan boord van
een vervoermiddel, geen luchtvaartuig noch luchtkussenvoertuig
zijnde, een of meer personen (reizigers) en al dan niet hun
handbagage binnen Nederland hetzij over spoorwegen hetzij op andere
wijze en dan volgens een voor een ieder kenbaar schema van
reismogelijkheden (dienstregeling) te vervoeren. Tijd- of
reisbevrachting is, voor zover het niet betreft vervoer over
spoorwegen, geen overeenkomst van personenvervoer in de zin van deze
afdeling.

2.
Als vervoerder in de zin van deze afdeling wordt tevens beschouwd de
instantie die op een mogelijkerwijs afgegeven vervoerbewijs is
vermeld. Wordt enig vervoerbewijs afgegeven dan zijn de artikelen 56,
tweede lid, 75, eerste lid en 186, eerste lid van boek 2 niet van
toepassing.

3. In
deze afdeling wordt onder handbagage verstaan de bagage met inbegrip
van levende dieren, die de reiziger als gemakkelijk mee te voeren,
draagbare dan wel met de hand verrijdbare zaken op of bij zich heeft.

4.
Bij algemene maatregel van bestuur, die voor ieder vervoermiddel
onderling verschillende bepalingen kan bevatten, kunnen zaken, die
geen handbagage zijn, voor de toepassing van bepalingen van deze
afdeling als handbagage worden aangewezen, dan wel bepalingen van
deze afdeling niet van toepassing worden verklaard op zaken, die
handbagage zijn.

Artikel 8:101

1.
Indien een of meer vervoerders zich bij een en dezelfde overeenkomst
verbinden tot vervoer met onderling al dan niet van aard
verschillende vervoermiddelen, gelden voor ieder deel van het vervoer
de op dat deel toepasselijke rechtsregelen.

2.
Indien een voertuig dat voor het vervoer wordt gebezigd aan boord van
een schip wordt vervoerd, gelden voor dat deel van het vervoer de op
het vervoer te water toepasselijke rechtsregelen, met dien verstande
echter dat de vervoerder zich niet kan beroepen op lichamelijke of
geestelijke tekortkomingen van de bestuurder van het voertuig die in
de tijd, dat de reiziger aan boord daarvan was, tot schade leidden.

3.
Bij de overeenkomst waarbij de ene partij zich bij een en dezelfde
overeenkomst tegenover de andere partij verbindt deels tot het
vervoer van personen als bedoeld in artikel 100, deels tot ander
vervoer, gelden voor ieder deel van het vervoer de op dat deel
toepasselijke rechtsregelen.

Artikel 8:102

1.
Vervoer van personen omvat uitsluitend de tijd dat de reiziger aan
boord van het vervoermiddel is, daarin instapt of daaruit uitstapt.

2.
Vervoer van personen per schip omvat bovendien de tijd dat de
reiziger te water wordt vervoerd tussen wal en schip of tussen schip
en wal, indien de prijs hiervan in de vracht is inbegrepen of het
voor dit hulpvervoer gebezigde schip door de vervoerder ter
beschikking van de reiziger is gesteld. Het omvat echter niet de tijd
dat de reiziger verblijft op een ponton, een steiger, een veerstoep
of enig ander schip, dat ligt tussen de wal en het schip aan boord
waarvan hij vervoerd zal worden of werd, in een stationsgebouw, op
een kade of enige andere haveninstallatie.

Artikel 8:103

1.
Vervoer van handbagage omvat uitsluitend de tijd dat deze aan boord
van het vervoermiddel is, daarin wordt ingeladen of daaruit wordt
uitgeladen, alsmede de tijd dat zij onder de hoede van de vervoerder
is.

2.
Vervoer van handbagage per schip omvat bovendien de tijd dat de
handbagage te water wordt vervoerd tusen wal en schip of tussen schip
en wal, indien de prijs hiervan in de vracht is inbegrepen of het
voor dit hulpvervoer gebezigde schip door de vervoerder ter
beschikking van de reiziger is gesteld. Het omvat echter niet de tijd
dat de handbagage zich bevindt op een ponton, een steiger, een
veerstoep of enig ander schip, dat ligt tussen de wal en het schip
aan boord waarvan zij vervoerd zal worden of werd, in een
stationsgebouw, op een kade of enige andere haveninstallatie, tenzij
zij zich daar onder de hoede van de vervoerder bevindt.

Artikel 8:104
Vervallen

Artikel 8:105

1. De
vervoerder is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door dood of
letsel van de reiziger ten gevolge van een ongeval dat in verband met
en tijdens het vervoer aan de reiziger is overkomen.

2. In
afwijking van het eerste lid is de vervoerder niet aansprakelijk,
voor zover het ongeval is veroorzaakt door een omstandigheid die een
zorgvuldig vervoerder niet heeft kunnen vermijden en voor zover zulk
een vervoerder de gevolgen daarvan niet heeft kunnen verhinderen.

3.
Lichamelijke of geestelijke tekortkomingen van de bestuurder van het
voertuig alsmede gebrekkigheid of slecht functioneren van het
vervoermiddel of van het materiaal, waarvan hij zich voor het vervoer
bedient, worden aangemerkt als een omstandigheid die een zorgvuldig
vervoerder heeft kunnen vermijden en waarvan zulk een vervoerder de
gevolgen heeft kunnen verhinderen. Onder materiaal wordt niet
begrepen een ander vervoermiddel aan boord waarvan het vervoermiddel
zich bevindt.

4.
Bij de toepassing van het tweede lid wordt slechts dan rekening
gehouden met een gedraging van een derde, indien geen andere
omstandigheid, die mede tot het ongeval leidde, voor rekening van de
vervoerder is.

5. In
geval van vervoer over spoorwegen worden de beheerders van de
spoorweginfrastructuur waarop het vervoer wordt verricht, beschouwd
als personen van wier diensten de vervoerder bij de uitvoering van
het vervoer gebruik maakt, en wordt die infrastructuur beschouwd als
materiaal waarvan de vervoerder zich bij het vervoer bedient.

Artikel 8:106

1. De
vervoerder is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door geheel of
gedeeltelijk verlies dan wel beschadiging van handbagage of van een
als bagage ten vervoer aangenomen voertuig of schip en de zaken aan
boord daarvan, voor zover dit verlies of deze beschadiging is
ontstaan tijdens het vervoer en is veroorzaakt

a.
door een aan de reiziger overkomen ongeval dat voor rekening van de
vervoerder komt, of

b.
door een omstandigheid die een zorgvuldig vervoerder heeft kunnen
vermijden of waarvan zulk een vervoerder de gevolgen heeft kunnen
verhinderen.

2.
Lichamelijke of geestelijke tekortkomingen van de bestuurder van het
voertuig alsmede gebrekkigheid of slecht functioneren van het
vervoermiddel of van het materiaal waarvan hij zich voor het vervoer
bedient, worden aangemerkt als een omstandigheid die een zorgvuldig
vervoerder heeft kunnen vermijden en waarvan zulk een vervoerder de
gevolgen heeft kunnen verhinderen. Onder materiaal wordt niet
begrepen een ander vervoermiddel aan boord waarvan het vervoermiddel
zich bevindt.

3.
Bij de toepassing van het eerste lid wordt slechts dan rekening
gehouden met een gedraging van een derde, indien geen andere
omstandigheid die mede tot het voorval leidde voor rekening van de
vervoerder is.

4. In
geval van vervoer over spoorwegen worden de beheerders van de
spoorweginfrastructuur waarop het vervoer wordt verricht, beschouwd
als personen van wier diensten de vervoerder bij de uitvoering van
het vervoer gebruik maakt, en wordt die infrastructuur beschouwd als
materiaal waarvan de vervoerder zich voor het vervoer bedient.

5.
Dit artikel laat de artikelen 545 en 1006 onverlet.

Artikel 8:107

De
vervoerder is terzake van door de reiziger aan boord van het
vervoermiddel gebrachte zaken, die hij, indien hij hun aard of
gesteldheid had gekend, niet aan boord van het vervoermiddel zou
hebben toegelaten en waarvoor hij geen bewijs van ontvangst heeft
afgegeven, geen enkele schadevergoeding verschuldigd indien de
reiziger wist of behoorde te weten dat de vervoerder de zaken niet
ten vervoer zou hebben toegelaten; de reiziger is alsdan
aansprakelijk voor alle kosten en schaden voor de vervoerder
voortvloeiend uit de aanbieding ten vervoer of uit het vervoer zelf.

Artikel 8:108

De
vervoerder is niet aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt door
vertraging, door welke oorzaak dan ook vóór, tijdens of
na het vervoer opgetreden, dan wel is veroorzaakt door welke
afwijking van de dienstregeling dan ook.

Artikel 8:109

1.
Indien de vervoerder bewijst, dat schuld of nalatigheid van de
reiziger schade heeft veroorzaakt of daartoe heeft bijgedragen, kan
de aansprakelijkheid van de vervoerder daarvoor geheel of
gedeeltelijk worden opgeheven.

2.
Indien personen van wier hulp de vervoerder bij de uitvoering van
zijn verbintenis gebruik maakt, op verzoek van de reiziger diensten
bewijzen, waartoe de vervoerder niet is verplicht, worden zij
aangemerkt als te handelen in opdracht van de reiziger aan wie zij
deze diensten bewijzen.

Artikel 8:110

1. De
in deze afdeling bedoelde aansprakelijkheid van de vervoerder is
beperkt tot bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te
bepalen bedrag of bedragen.

2.
Dit artikel laat de titels 7 en 12 van dit boek onverlet.

Artikel 8:111

1. De
vervoerder kan zich niet beroepen op enige beperking van zijn
aansprakelijkheid, voor zover de schade is ontstaan uit zijn eigen
handeling of nalaten, geschied hetzij met het opzet die schade te
veroorzaken, hetzij roekeloos en met de wetenschap dat die schade er
waarschijnlijk uit zou voortvloeien.

2.
Nietig is ieder beding, waarbij van dit artikel wordt afgeweken.

Artikel 8:112

Nietig
is ieder vóór het aan de reiziger overkomen ongeval, of
vóór het verlies of de beschadiging van handbagage of
van als bagage ten vervoer aangenomen vaartuig of schip en de zaken
aan boord daarvan, gemaakt beding, waarbij de ingevolge de artikelen
105 en 106 op de vervoerder drukkende aansprakelijkheid of bewijslast
wordt verminderd op andere wijze dan in deze afdeling is voorzien.

Artikel 8:113

1. In
geval van verlies of beschadiging van handbagage wordt de vordering
tot schadevergoeding gewaardeerd naar de omstandigheden.

2. In
geval van aan de reiziger overkomen letsel en van de dood van de
reiziger zijn de artikelen 107 en 108 van Boek 6 niet van toepassing
op de vorderingen die de vervoerder als wederpartij van een andere
vervoerder tegen deze laatste instelt.

Artikel 8:114

1.
Onverminderd artikel 107 en onverminderd artikel 179 van Boek 6 is de
reiziger aansprakelijk voor schade veroorzaakt door zijn handeling of
nalaten, dan wel door zijn handbagage of een als bagage aangenomen
voertuig of schip en de zaken aan boord daarvan.

2. In
afwijking van het eerste lid is de reiziger niet aansprakelijk, voor
zover de schade is veroorzaakt door een omstandigheid die een
zorgvuldig reiziger niet heeft kunnen vermijden en voor zover zulk
een reiziger de gevolgen daarvan niet heeft kunnen verhinderen.

3. De
hoedanigheid of een gebrek van zijn handbagage, of een als bagage
aangenomen vaartuig of schip en de zaken aan boord daarvan, wordt
aangemerkt als een omstandigheid die een zorgvuldig reiziger heeft
kunnen vermijden en waarvan zulk een reiziger de gevolgen heeft
kunnen verhinderen.

4.
De schade wordt aangemerkt het door de vervoerder naar zijn redelijk
oordeel vast te stellen bedrag te belopen, doch indien de vervoerder
meent dat de schade meer dan € 227 beloopt moet hij zulks
bewijzen.

Artikel 8:115

Behoeft
deze afdeling in het belang van een goede uitvoering ervan nadere
regeling, dan geschiedt dit bij algemene maatregel van bestuur.

Artikel 8:116

Wordt
de vervoerder, zijn
wederpartij, de reiziger of een ondergeschikte van een dezer buiten
overeenkomst aangesproken, dan zijn de artikelen 361 tot en met 366
en 1081 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8:116a

De
beheerder van de spoorweginfrastructuur en een andere
spoorwegonderneming die dezelfde spoorweginfrastructuur gebruikt,
kunnen zich beroepen op de artikelen 365 en 366 op dezelfde voet als
de daar bedoelde ondergeschikten dit kunnen.

Afdeling
6. Overeenkomst van gecombineerd vervoer van personen

Artikel 8:120

De
overeenkomst van gecombineerd vervoer van personen is de overeenkomst
van personenvervoer, waarbij de vervoerder (gecombineerd vervoerder)
zich bij een en dezelfde overeenkomst verbindt dat het vervoer deels
over zee, over binnenwateren, over de weg, over spoorwegen, door de
lucht dan wel door middel van enige andere vervoerstechniek zal
geschieden.

Artikel 8:121

Bij
een overeenkomst van gecombineerd vervoer van personen gelden voor
ieder deel van het vervoer de op dat deel toepasselijke
rechtsregelen.

II.
Zeerecht

Titel
3. Het zeeschip en de zaken aan boord daarvan

Afdeling
1. Rederij van het zeeschip

Artikel 8:160

1.
Indien een zeeschip blijkens de openbare registers bedoeld in
afdeling 2 van Titel 1 van Boek 3 aan twee of meer personen
gezamenlijk toebehoort, bestaat tussen hen een rederij. Wanneer de
eigenaren van het schip onder een gemeenschappelijke naam optreden
bestaat slechts een rederij, indien zulks uitdrukkelijk bij akte is
overeengekomen en deze akte in die registers is ingeschreven.

2. De
rederij is geen rechtspersoon.

Artikel 8:161

Iedere
mede-eigenaar is van rechtswege lid der rederij. Wanneer een lid
ophoudt eigenaar te zijn, eindigt zijn lidmaatschap van rechtswege.

Artikel 8:162

De
leden der rederij moeten zich jegens elkander gedragen naar hetgeen
door de redelijkheid en de billijkheid wordt gevorderd.

Artikel 8:163

In
iedere rederij kan een boekhouder worden aangesteld. Een vennootschap
is tot boekhouder benoembaar.

Artikel 8:164

De
boekhouder kan slechts met toestemming van de leden der rederij
overgaan tot enige buitengewone herstelling van het schip of tot
benoeming of ontslag van een kapitein.

Artikel 8:165

De
boekhouder geeft aan ieder lid der rederij op diens verlangen kennis
en opening van alle aangelegenheden de rederij betreffende en inzage
van alle boeken, brieven en documenten, op zijn beheer betrekking
hebbende.

Artikel 8:166

De
boekhouder is verplicht, zo dikwijls een terzake mogelijk bestaand
gebruik dit medebrengt, doch in ieder geval telkens na verloop van
een jaar en bij het einde van zijn beheer, binnen zes maanden aan de
leden der rederij rekening en verantwoording te doen van zijn beheer
met overlegging van alle bewijsstukken daarop betrekking hebbende.
Hij is verplicht aan ieder van hen uit te keren wat hem toekomt.

Artikel 8:167

Ieder
lid der rederij is verplicht de rekening en verantwoording van de
boekhouder binnen drie maanden op te nemen en te sluiten.

Artikel 8:168

De
goedkeuring der rekening en verantwoording door de meerderheid van de
leden der rederij bindt slechts hen, die daartoe hebben medegewerkt,
behoudens dat zij ook een lid dat aan de rekening en verantwoording
niet heeft medegewerkt bindt, wanneer dit lid nalaat de rekening en
verantwoording in rechte te betwisten binnen één jaar,
nadat hij daarvan heeft kunnen kennis nemen en nadat de goedkeuring
door de meerderheid hem schriftelijk is medegedeeld.

Artikel 8:169

De
betrekking van de boekhouder eindigt, indien over hem een
provisionele bewindvoerder is benoemd, hij onder curatele is gesteld,
terzake van krankzinnigheid in een gesticht is geplaatst, in staat
van faillissement is verklaard of indien ten aanzien van hem de
schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is
verklaard.

Artikel 8:170

1. Is
de boekhouder lid der rederij, dan heeft hij, indien de leden zijn
betrekking doen eindigen of hem een dringende reden hebben gegeven op
grond waarvan hij zijnerzijds de betrekking doet eindigen, het recht
te verlangen, dat zijn aandeel door de overige leden wordt
overgenomen tegen zodanige prijs als deskundigen het op het tijdstip,
waarop hij de overneming verlangt, waard zullen achten. Hij heeft dit
recht niet, indien hij aan de leden der rederij een dringende reden
heeft gegeven op grond waarvan zij de betrekking doen eindigen.

2.
Hij moet van zijn verlangen tot overneming kennis geven aan de leden
der rederij binnen een maand, nadat zijn betrekking is geëindigd.
Wanneer aan zijn verlangen niet binnen een maand is voldaan of
wanneer niet binnen twee weken na het overnemen van zijn aandeel de
daarvoor bepaalde prijs aan hem is voldaan, kan de rechter op een
binnen twee maanden door de boekhouder gedaan verzoek bevelen dat het
schip wordt verkocht. De wijze van verkoop wordt door de rechter
bepaald.

3.
Door ieder van hen die tot de overneming verplicht zijn, wordt van
het overgenomen aandeel een gedeelte verkregen, evenredig aan zijn
aandeel in het schip.

Artikel 8:171

1.
Alle besluiten, de aangelegenheden der rederij betreffende, worden
genomen bij meerderheid van stemmen van de leden der rederij.

2.
Het kleinste aandeel geeft één stem; ieder groter
aandeel zoveel stemmen als het aantal malen, dat in dit aandeel het
kleinste begrepen is.

3.
Besluiten tot

a.
aanstelling van een boekhouder die geen lid is van de rederij,

b.
uitbreiding van de bevoegdheid van de boekhouder buiten de grenzen
getrokken door artikel 178 eerste lid,

c.
het sluiten, voor meer dan zes maanden, van een rompbevrachting, een
tijdbevrachting of een overeenkomst, als genoemd in artikel 531 of
artikel 991,

d.
ontbinding der rederij tijdens de loop van een overeenkomst tot
vervoer, van een overeenkomst waarbij het schip ter beschikking van
een ander is gesteld, of van een ter visvangst ondernomen reis,

vereisen
eenstemmigheid.

Artikel 8:172

Op
rederijen van zeevissersschepen is artikel 171 derde lid, onder a
niet van toepassing.

Artikel 8:173

Indien
tengevolge van staking der stemmen de exploitatie van het schip wordt
belet, kan de rechter op een binnen twee maanden door een lid der
rederij gedaan verzoek bevelen dat het schip wordt verkocht. De wijze
van verkoop wordt door de rechter bepaald.

Artikel 8:174

1.
Indien is besloten omtrent enige buitengewone herstelling van het
schip, omtrent benoeming of ontslag van de kapitein, dan wel omtrent
het aangaan van een vervoerovereenkomst waarbij het schip ter
beschikking van een ander wordt gesteld, kan ieder lid der rederij,
dat tot het besluit niet heeft medegewerkt of daartegen heeft
gestemd, verlangen dat zij die vóór het besluit hebben
gestemd, zijn aandeel overnemen tegen zodanige prijs, als deskundigen
het op het tijdstip, waarop hij de overneming verlangt, waard zullen
achten. Hij moet van zijn verlangen tot overneming kennisgeven aan de
boekhouder of, indien er geen boekhouder is, aan hen, die
voorstemden, binnen een maand nadat het besluit te zijner kennis is
gebracht. Wanneer aan zijn verlangen niet binnen een maand is voldaan
of wanneer niet binnen twee weken na het overnemen van zijn aandeel
de daarvoor bepaalde prijs aan hem is voldaan, kan de rechter op een
binnen twee maanden door het lid der rederij gedaan verzoek bevelen
dat het schip wordt verkocht. De wijze van verkoop wordt door de
rechter bepaald.

2.
Door ieder van hen die tot de overneming verplicht zijn, wordt van
het overgenomen aandeel een gedeelte verkregen, evenredig aan zijn
aandeel in het schip.

Artikel 8:175
Vervallen

Artikel 8:176

De
leden der rederij moeten naar evenredigheid van hun aandeel bijdragen
tot de uitgaven der rederij, waartoe bevoegdelijk is besloten.

Artikel 8:177

De
leden der rederij delen in de winst en het verlies naar evenredigheid
van hun aandeel in het schip.

Artikel 8:178

1. Is
een boekhouder aangesteld, dan is hij, onverminderd artikel 360
eerste lid en met uitsluiting van ieder lid der rederij, in alles wat
de normale exploitatie van het schip medebrengt, bevoegd voor de
rederij met derden te handelen en de rederij te vertegenwoordigen.

2.
Indien de rederij in het handelsregister is ingeschreven kunnen
beperkingen van de bevoegdheid van de boekhouder aan derden, die
daarvan onkundig waren, niet worden tegengeworpen, tenzij deze
beperkingen uit dat register blijken. Is de rederij niet in het
handelsregister ingeschreven, dan kunnen beperkingen van de
bevoegdheid van de boekhouder aan derden slechts worden
tegengeworpen, wanneer hun die bekend waren.

3. De
boekhouder heeft alle verplichtingen na te komen, die de wet de reder
oplegt.

Artikel 8:179

Indien
de rederij in het handelsregister is ingeschreven, kunnen de
aanstelling van een boekhouder of het eindigen van diens betrekking
aan derden, die daarvan onkundig waren, niet worden tegengeworpen zo
lang niet inschrijving daarvan in het handelsregister heeft plaats
gehad. Is de rederij niet in het handelsregister ingeschreven dan
kunnen de aanstelling van een boekhouder of het eindigen van diens
betrekking aan derden slechts worden tegengeworpen wanneer dit hun
bekend was.

Artikel 8:180

1.
Indien er geen boekhouder is, alsmede in geval van ontstentenis of
belet van de boekhouder, wordt de rederij vertegenwoordigd en kan
voor haar worden gehandeld door een of meer harer leden, mits alleen
of tezamen eigenaars zijnde van meer dan de helft van het schip.

2. In
de gevallen genoemd in het eerste lid kunnen handelingen, die geen
uitstel kunnen lijden, zo nodig door ieder lid zelfstandig worden
verricht en is ieder lid bevoegd ten behoeve van de rederij verjaring
te stuiten.

Artikel 8:181

Voor
de verbintenissen van de rederij zijn haar leden aansprakelijk, ieder
naar evenredigheid van zijn aandeel in het schip.

Artikel 8:182

De
rederij wordt niet ontbonden door de dood van een harer leden noch
door diens faillissement, het van toepassing verklaren van de
schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, plaatsing ter zake van
krankzinnigheid in een gesticht of plaatsing onder curatele.

Artikel 8:183

Het
lidmaatschap der rederij kan niet worden opgezegd; evenmin kan een
lid van het lidmaatschap der rederij worden vervallen verklaard.

Artikel 8:184

Indien
tot ontbinding der rederij is besloten, moet het schip worden
verkocht. Indien binnen twee maanden na het besluit het schip nog
niet is verkocht, kan de rechter op een binnen twee maanden door een
lid der rederij gedaan verzoek, bevelen tot deze verkoop over te
gaan. De wijze van verkoop wordt door de rechter bepaald. Een besluit
tot verkoop of een ingevolge artikel 170, artikel 173 of artikel 174
gegeven bevel tot verkoop van het schip staat gelijk met een besluit
tot ontbinding der rederij.

Artikel 8:185

1. Na
ontbinding blijft de rederij bestaan voor zover dit tot haar
vereffening nodig is.

2. De
boekhouder, zo die er is, is met de vereffening belast.

Artikel 8:186

Nietig
is ieder beding, waarbij wordt afgeweken van de artikelen 161-163,
169, 170 eerste en tweede lid, 178 derde lid, 180, 182 en 183.

Afdeling
2. Rechten op zeeschepen

Artikel 8:190

1. In
de afdelingen 2 tot en met 5 van titel 3 worden onder schepen mede
verstaan schepen in aanbouw. Onder reder wordt mede verstaan de
eigenaar van een zeeschip in aanbouw.

2.
Indien een schip in aanbouw een schip in de zin van artikel 1 is
geworden, ontstaat daardoor niet een nieuw schip.

Artikel 8:191

In
deze afdeling wordt onder de openbare registers verstaan de openbare
registers, bedoeld in afdeling 2 van Titel 1 van Boek 3.

Artikel 8:192

De in
deze afdeling aan de reder opgelegde verplichtingen rusten, indien
het schip toebehoort aan meer personen, aan een vennootschap onder
firma, aan een commanditaire vennootschap of aan een rechtspersoon,
mede op iedere mede-eigenaar, beherende vennoot of bestuurder.

Artikel 8:193
Vervallen

Artikel 8:194

1.
Teboekstelling is slechts mogelijk


van een in aanbouw zijnd zeeschip: indien het in Nederland in aanbouw
is;


van een afgebouwd zeeschip: indien het een Nederlands schip is in de
zin van artikel 311 van het Wetboek van Koophandel


dan wel ingeval het een zeevissersschip is: indien het is
ingeschreven in een krachtens artikel 3 der Visserijwet 1963
aangehouden register.

2.
Teboekstelling is niet mogelijk van een zeeschip dat reeds
teboekstaat in de openbare registers, hetzij als zeeschip hetzij als
binnenschip, of in enig soortgelijk buitenlands register.

3. In
afwijking van het tweede lid is teboekstelling van een zeeschip dat
in een buitenlands register teboekstaat mogelijk, wanneer dit schip,
nadat de teboekstelling ervan in dat register is doorgehaald, een
Nederlands schip in de zin van artikel 311 van het Wetboek van
Koophandel zal zijn of wanneer dit schip als zeevissersschip is
ingeschreven in een krachtens artikel 3 der Visserijwet 1963
aangehouden register. Deze teboekstelling heeft evenwel slechts
rechtsgevolg, wanneer zij binnen 30 dagen is gevolgd door aantekening
in de openbare registers, dat de teboekstelling in het buitenlandse
register is doorgehaald, of wanneer, ingeval de bewaarder van een
buitenlands register ondanks daartoe schriftelijk tot hem gericht
verzoek doorhaling weigert, van dit verzoek en van het feit dat er
geen gevolg aan is gegeven, aantekening in de openbare registers is
geschied.

4. De
teboekstelling wordt verzocht door de reder van het zeeschip. Hij
moet daarbij ter inschrijving overleggen een door hem ondertekende
verklaring, dat naar zijn beste weten het schip voor teboekstelling
als zeeschip vatbaar is. Indien het een verzoek tot teboekstelling
als zeeschip in aanbouw betreft, gaat deze verklaring vergezeld van
een bewijs dat het schip in Nederland in aanbouw is. Indien het een
verzoek tot teboekstelling als zeeschip, niet zijnde een zeeschip in
aanbouw of een zeevissersschip, betreft, gaat deze verklaring
vergezeld van een door of namens Onze Minister van Verkeer en
Waterstaat afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 311a, eerste
lid, van het Wetboek van Koophandel. Indien het een verzoek tot
teboekstelling als zeevissersschip betreft, gaat deze verklaring
vergezeld van een bewijs dat het schip is ingeschreven in een
krachtens artikel 3 van de Visserijwet 1963 aangehouden register.

5. De
teboekstelling in de openbare registers heeft geen rechtsgevolg,
wanneer aan de vereisten van de voorgaande leden van dit artikel niet
is voldaan.

6.
Bij het verzoek tot teboekstelling wordt woonplaats gekozen in
Nederland. Deze woonplaats wordt in het verzoek tot teboekstelling
vermeld en kan door een andere in Nederland gelegen woonplaats worden
vervangen.

Artikel 8:195

1. De
teboekstelling wordt slechts doorgehaald

a. op
v

Close Menu
×
×

Basket