Burgerlijk Wetboek Art. 2:175 BW – boek 8:13

netherlands-coat-arms
previous companies act

Titel
15. Het luchtvaartuig

Afdeling
1. Rechten op luchtvaartuigen

Artikel 8:1300

In
deze titel wordt verstaan onder:

a.
het Verdrag van Genève: het op 19 juni 1948 te Genève
tot stand gekomen Verdrag betreffende de internationale erkenning van
rechten op luchtvaartuigen (Trb. 1952, 86);

b.
Verdragsstaat: een staat waarvoor het Verdrag van Genève van
kracht is;

c.
verdragsregister: een buiten Nederland gehouden register als bedoeld
in artikel I, eerste lid, onder ii, van het Verdrag van Genève;

d. de
openbare registers: de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van
titel 1 van Boek 3.

Artikel 8:1301

De in
deze afdeling aan de eigenaar opgelegde verplichtingen rusten, indien
het luchtvaartuig toebehoort aan meer personen, aan een vennootschap
onder firma, aan een commanditaire vennootschap of aan een
rechtspersoon, mede op iedere mede-eigenaar, beherende vennoot of
bestuurder.

Artikel 8:1302
Vervallen

Artikel 8:1303

1.
Teboekstelling is slechts mogelijk indien

a.
het luchtvaartuig een Nederlands luchtvaartuig is in de zin van de
Wet luchtvaart, en

b.
het luchtvaartuig ten minste een bij algemene maatregel van bestuur
vastgesteld gewicht heeft.

2.
Teboekstelling is niet mogelijk van een luchtvaartuig dat reeds
teboekstaat in de openbare registers, in een verdragsregister of in
enig soortgelijk buitenlands register.

3. In
afwijking van het tweede lid is teboekstelling van een in een
verdragsregister of in enig soortgelijk register teboekstaand
luchtvaartuig mogelijk, wanneer de eigenaar de eigendom van het
luchtvaartuig heeft verkregen door toewijzing na een executie, welke
in Nederland heeft plaatsgevonden.

4.
De teboekstelling wordt verzocht door de eigenaar van het
luchtvaartuig. Hij moet daarbij ter inschrijving overleggen een door
hem ondertekende verklaring, dat naar zijn beste weten het
luchtvaartuig voor teboekstelling vatbaar is. Deze verklaring behoeft
de goedkeuring van de rechter.

5. De
teboekstelling in de openbare registers heeft geen rechtsgevolg,
wanneer aan de vereisten van de voorgaande leden van dit artikel niet
is voldaan.

6.
Bij het verzoek tot teboekstelling wordt woonplaats gekozen in
Nederland. Deze woonplaats wordt in het verzoek tot teboekstelling
vermeld en kan door een andere in Nederland gelegen woonplaats worden
vervangen.

Artikel 8:1304

1.
De teboekstelling wordt slechts doorgehaald

a. op
verzoek van degene die in de openbare registers als eigenaar vermeld
staat;

b. op
aangifte van de eigenaar of ambtshalve

1°.
als het luchtvaartuig heeft opgehouden als zodanig te bestaan;

2°.
als van het luchtvaartuig gedurende twee maanden na het laatste
vertrek geen tijding is ontvangen, zonder dat dit aan een algemene
storing in de berichtgeving kan worden geweten;

3°.
als het luchtvaartuig niet of niet meer de hoedanigheid van
Nederlands luchtvaartuig heeft;

4°.
als het luchtvaartuig, na een executie in een Verdragsstaat buiten
Nederland, welke plaatsvond overeenkomstig het Verdrag van Genève,
in een verdragsregister teboekstaat.

2.
In de in het eerste lid, onder b, genoemde gevallen is de eigenaar
van het luchtvaartuig tot het doen van aangifte verplicht binnen drie
maanden nadat de reden tot doorhaling zich heeft voorgedaan.

3.
Wanneer ten aanzien van het luchtvaartuig inschrijvingen of
voorlopige aantekeningen ten gunste van derden bestaan, geschiedt,
behalve in het geval, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, onder
4°, doorhaling slechts wanneer geen dezer derden zich daartegen
verzet.

4.
Doorhaling geschiedt slechts na op verzoek van de meest gerede partij
verleende machtiging van de rechter.

Artikel 8:1305

De
enige zakelijke rechten waarvan een in de openbare registers
teboekstaand luchtvaartuig het voorwerp kan zijn, zijn de eigendom,
de hypotheek en de zakelijke rechten, bedoeld in de artikelen 1308 en
1309.

Artikel 8:1306

1.
Een in de openbare registers teboekstaand luchtvaartuig is een
registergoed.

2.
Bij de toepassing van artikel 301 van Boek 3 ter zake van akten die
op de voet van artikel 89, eerste en vierde lid, van Boek 3 zijn
bestemd voor de levering van zodanig luchtvaartuig, kan de in het
eerstgenoemde artikel bedoelde uitspraak van de Nederlandse rechter
niet worden ingeschreven, zolang zij niet in kracht van gewijsde is
gegaan.

Artikel 8:1307

Eigendom
en hypotheek op een teboekstaand luchtvaartuig worden door een
bezitter
te goeder trouw verkregen door een onafgebroken bezit van vijf jaren.

Artikel 8:1308

Op
een teboekstaand luchtvaartuig kan een zakelijk recht worden
gevestigd, bestaande in het recht van de houder van het luchtvaartuig
om na betaling van een zeker bedrag of na vervulling van enige andere
voorwaarde de eigendom daarvan krachtens een door hem reeds gesloten
of nog te sluiten koopovereenkomst te verkrijgen. In de notariële
akte bestemd voor de vestiging van dit recht, wordt duidelijk het aan
dit recht onderworpen luchtvaartuig
vermeld.

Artikel 8:1309

1. Op
een teboekstaand luchtvaartuig kan een zakelijk recht worden
gevestigd, bestaande in het recht van de houder tot gebruik van het
luchtvaartuig uit een huurovereenkomst die voor ten minste zes
maanden is gesloten. In de notariële akte bestemd voor de
vestiging van dit recht, wordt duidelijk het aan dit recht
onderworpen luchtvaartuig vermeld.

2. De
huurovereenkomst geldt als titel voor de vestiging. Indien de
huurovereenkomst in een notariële akte is neergelegd, die aan de
eisen voor een akte van levering voldoet, geldt deze akte als akte
van levering.

3. Op
een huurovereenkomst ter zake van een teboekstaand luchtvaartuig is
artikel 226 van Boek 7 niet van toepassing.

Artikel 8:1310

Onverminderd
het bepaalde in artikel 260, eerste lid, van Boek 3 wordt in de
notariële
akte waarbij hypotheek wordt verleend op een teboekstaand
luchtvaartuig, duidelijk het aan de hypotheek onderworpen
luchtvaartuig vermeld.

Artikel 8:1311

De
door hypotheek gedekte vordering neemt rang na de vorderingen,
genoemd in de artikelen 1315 en 1317, doch vóór alle
andere vorderingen waaraan bij deze of enige andere wet een voorrecht
is toegekend.

Artikel 8:1312

Indien
de vordering rente draagt, strekt de hypotheek mede tot zekerheid
voor de renten der hoofdsom, vervallen gedurende de laatste drie
jaren voorafgaand aan het begin van de uitwinning en gedurende de
loop hiervan. Artikel 263 van Boek 3 is niet van toepassing.

Artikel 8:1313

Op
hypotheek op een aandeel in een teboekstaand luchtvaartuig is artikel
177 van Boek 3 niet van toepassing; de hypotheek blijft na
vervreemding of toedeling van het luchtvaartuig in stand.

Artikel 8:1314

Op
een hypotheek op een teboekstaand luchtvaartuig zijn de artikelen
234, 261, 264, 265, 266 en 268-273 van Boek 3 en de artikelen 544-548
van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet van toepassing.

Afdeling
2. Voorrechten op luchtvaartuigen

Artikel 8:1315

In
geval van uitwinning van een luchtvaartuig dat teboekstaat in de
openbare
registers of in een verdragsregister, worden de kosten van
uitwinning, de kosten van bewaking tijdens deze uitwinning, de kosten
na het beslag gemaakt tot behoud van het luchtvaartuig, daaronder
begrepen de kosten van herstellingen die onontbeerlijk waren voor het
behoud daarvan, alle andere kosten in het belang van de schuldeisers
gemaakt tijdens de executie, alsmede de kosten van de gerechtelijke
rangregeling en verdeling van de opbrengst onder de schuldeisers uit
de opbrengst van de verkoop voldaan boven alle andere vorderingen
waaraan bij deze of enige andere wet een voorrecht is toegekend.

Artikel 8:1316

BW.
Artikel 8:292 van Boek 3 en de artikelen 60, tweede lid, eerste zin,
derde lid en vierde lid, en 299b, derde tot en met vijfde lid, van de
Faillissementswet zijn niet van toepassing op luchtvaartuigen die
teboekstaan in de openbare registers of in een verdragsregister.

Artikel 8:1317

1.
Boven alle andere vorderingen waaraan bij deze of enige andere wet
een voorrecht is toegekend zijn, behoudens artikel 1315, op een
luchtvaartuig dat op het tijdstip van het ontstaan van de hierna
genoemde vorderingen teboekstaat in de openbare registers of in een
verdragsregister,
bevoorrecht:

a.
de vorderingen tot betaling van hulploon voor aan het luchtvaartuig
verleende hulp;

b. de
vorderingen tot betaling van buitengewone kosten, noodzakelijk voor
het behoud van het luchtvaartuig.

2.
Het eerste lid geldt slechts indien de hulp of de handeling tot
behoud is beëindigd in Nederland of in een Verdragsstaat welks
wetgeving aan de vorderingen, ontstaan vanwege deze handelingen, een
voorrecht met zaaksgevolg toekent.

3.
Artikel 284 van Boek 3 is niet van toepassing.

Artikel 8:1318

De
bevoorrechte vorderingen, genoemd in artikel 1317, nemen onderling
rang naar de omgekeerde volgorde van de tijdstippen waarop de
gebeurtenissen plaatsvonden, waardoor zij ontstonden.

Artikel 8:1319

De
schuldeiser die een voorrecht heeft op grond van artikel 1317,
vervolgt zijn recht op het luchtvaartuig, in wiens handen dit zich
ook bevinde.

Artikel 8:1320

1. De
krachtens deze afdeling op een luchtvaartuig verleende voorrechten
gaan teniet door verloop van drie maanden, tenzij binnen die termijn
het voorrecht is ingeschreven in de openbare registers of het
verdragsregister waarin het luchtvaartuig teboekstaat, en bovendien
het bedrag der vordering in der minne is vastgesteld dan wel langs
gerechtelijke weg erkenning van het voorrecht en deszelfs omvang is
gevorderd.

2. In
geval van executoriale verkoop gaan de voorrechten mede teniet op het
tijdstip waarop het proces-verbaal van verdeling wordt gesloten.

3. De
in het eerste lid genoemde termijn begint met de aanvang van de dag
volgende op die, waarop de hulpverlening of de handeling tot behoud
waardoor de vordering is ontstaan, is beëindigd.

4.
Voorrechten als bedoeld in artikel 1317 kunnen worden ingeschreven in
de openbare registers. Artikel 24, eerste lid, van Boek 3 is niet van
toepassing.

Afdeling
3. Slotbepaling

Artikel 8:1321

Behoeven
de in deze titel geregelde onderwerpen in het belang van een goede
uitvoering van de wet nadere regeling, dan geschiedt dit bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur, onverminderd de bevoegdheid
tot regeling krachtens de Kadasterwet.

Titel
16. Exploitatie

Afdeling
1. Algemene bepalingen

Artikel 8:1340

Op de
exploitatie van een luchtvaartuig zijn, onverminderd de artikelen
1360, eerste lid, en 1402, eerste lid, de artikelen 361 tot en met
366 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat ook hij van
wiens hulp de vervoerder bij de uitvoering van zijn verbintenis
gebruik maakte, mits hij handelde in de werkzaamheden waartoe hij
werd gebruikt, een beroep kan doen op artikel 365.

Artikel 8:1341

In
deze titel wordt, voor zover het betreft vervoer van personen en
bagage, onder een luchtvaartuig tevens een luchtkussenvoertuig
verstaan.

Artikel 8:1342

In
deze titel wordt onder aangegeven bagage verstaan de bagage die door
of namens de reiziger, voordat hij een luchtreis onderneemt, aan de
vervoerder ten vervoer wordt overhandigd.

Artikel 8:1343

1.
Verwijzingen in een vervoerdocument worden geacht slechts die
bedingen daarin in te voegen, die voor degeen, jegens wie daarop een
beroep wordt gedaan, duidelijk kenbaar zijn.

2.
Een dergelijk beroep is slechts mogelijk voor hem, die op
schriftelijk verlangen van degeen jegens wie dit beroep kan worden
gedaan of wordt gedaan, aan deze onverwijld die bedingen heeft doen
toekomen.

3.
Nietig is ieder beding waarbij van het tweede lid van dit artikel
wordt afgeweken.

Artikel 8:1344

Het
luchtvervoer, achtereenvolgens door verschillende vervoerders te
bewerkstelligen, wordt voor de toepassing van deze titel geacht een
enkel luchtvervoer te vormen, wanneer het door de partijen als een
enkele handeling is beschouwd, onverschillig of het in de vorm van
een enkele overeenkomst dan wel in de vorm van een reeks van
overeenkomsten is gesloten.

Artikel 8:1345

1.
In deze titel wordt, behoudens het bepaalde in het vierde en vijfde
lid van dit artikel, onder de vervoerder mede verstaan
de feitelijke vervoerder, met dien verstande dat de feitelijke
vervoerder slechts onderworpen is aan de bepalingen van deze titel
voor wat betreft het door hem verrichte deel van het vervoer.

2.
Onder feitelijk vervoerder wordt verstaan hij die zonder vervoerder
of opvolgend vervoerder als bedoeld in de artikelen 1350, 1352, 1390,
1392 of 1420 te zijn, doch met diens toestemming, het gehele in deze
titel bedoelde vervoer of een deel daarvan verricht.

3.
De in het tweede lid bedoelde toestemming wordt vermoed te zijn
verleend.

4.
Een eigen handeling of nalaten van de vervoerder of een eigen
handeling of nalaten van degenen van wier hulp hij bij de uitvoering
van zijn verbintenis gebruik maakte, mits gepleegd in de
werkzaamheden waartoe zij werden gebruikt, kan niet leiden tot een
aansprakelijkheid van de feitelijke vervoerder groter dan de in of
krachtens de artikelen 1359, 1399 en 1400 vastgestelde
aansprakelijkheid. Een door de vervoerder aangegaan beding dat zijn
aansprakelijkheid uitbreidt buiten deze titel of waarin deze afstand
doet van enig hem door of krachtens deze titel toegekend recht of
waarbij een bijzonder belang bij de aflevering wordt vastgesteld als
bedoeld in artikel 1359, eerste lid, en 1400, tweede lid, bindt de
feitelijke vervoerder uitsluitend indien hij heeft toegestemd in een
dergelijk beding.

5.
Opdrachten als bedoeld in artikel 1373 hebben slechts uitwerking als
zij tot de vervoerder zijn gericht.

Artikel 8:1346

Afdeling
3 van deze titel is slechts van toepassing voorzover niet Verordening
(EG) nr. 2027/97 van de Raad betreffende de aansprakelijkheid van
luchtvervoerders bij ongevallen, zoals gewijzigd bij Verordening (EG)
nr. 889/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 13 mei 2002
(PbEG L140) van toepassing is.

Artikel 8:1347

De
rekeneenheid, genoemd in deze titel, is het bijzondere
trekkingsrecht, zoals dat is omschreven door het Internationale
Monetaire Fonds. De bedragen in deze titel genoemd worden omgerekend
in euro’s naar de koers van de dag van betaling, danwel, in geval van
een gerechtelijke
procedure, naar die van de dag van de uitspraak. De waarde in euro’s,
uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten, wordt berekend volgens de
waarderingsmethode die door het Internationale Monetaire Fonds op de
dag van omrekening wordt toegepast voor zijn eigen verrichtingen en
transacties.

Afdeling
2. Overeenkomst van goederenvervoer
door de lucht

Artikel 8:1350

1. De
overeenkomst van goederenvervoer in de zin van deze titel is de
overeenkomst van goederenvervoer, al dan niet tijd- of
reisbevrachting zijnde, waarbij de ene partij (de vervoerder) zich
tegenover de andere partij (de afzender) verbindt aan boord van een
luchtvaartuig zaken uitsluitend door de lucht te vervoeren.

2.
Deze afdeling is niet van toepassing op overeenkomsten tot het
vervoeren van postzendingen door of in opdracht van de houder van de
concessie bedoeld in de Postwet of onder een internationale
postovereenkomst. Onder voorbehoud van artikel 1395 is deze afdeling
niet van toepassing op overeenkomsten tot het vervoer van bagage.

Artikel 8:1351

1.
Vervoer door de lucht omvat de tijd dat de zaken zich onder de hoede
van de vervoerder bevinden.

2.
Het vervoer door de lucht omvat niet enig vervoer te land, ter zee of
op de binnenwateren, bewerkstelligd buiten een luchthaven. Wanneer
zodanig vervoer echter plaats heeft ter uitvoering van de
luchtvervoerovereenkomst in verband met het inladen, de aflevering of
de overlading, wordt schade vermoed het gevolg te zijn van een
voorval tijdens het luchtvervoer. Wanneer een vervoerder, zonder
toestemming van de afzender, het vervoer dat tussen de partijen is
overeengekomen als luchtvervoer geheel of gedeeltelijk vervangt door
een andere wijze van vervoer, wordt deze andere wijze van vervoer
geacht deel uit te maken van het tijdvak van het luchtvervoer.

Artikel 8:1352

Tijd-
of reisbevrachting in de zin van deze afdeling is de overeenkomst van
goederenvervoer,
waarbij de vervoerder (de vervrachter) zich verbindt tot vervoer aan
boord van een luchtvaartuig, dat hij daartoe, anders dan bij een
overeenkomst waarbij de ene partij zich verbindt een luchtvaartuig
ter beschikking te stellen van haar wederpartij zonder daarover nog
enige zeggenschap te houden, geheel of gedeeltelijk en al dan niet op
tijdbasis (tijdbevrachting of reisbevrachting) ter beschikking stelt
van de afzender (de bevrachter).

Artikel 8:1353

1. De
vervoerder is verplicht ten vervoer ontvangen zaken ter bestemming af
te leveren en wel in de staat waarin hij deze heeft ontvangen.

2. De
vervoerder is niet aansprakelijk, voorzover hij bewijst dat de schade
uitsluitend het gevolg is van één of meer van de
volgende omstandigheden:

a. de
aard of een eigen gebrek van de zaken;

b.
gebrekkige verpakking van de zaken door een ander dan de vervoerder
of degenen, van wier hulp hij bij de uitvoering van zijn verbintenis
gebruik maakte;

c.
een oorlogshandeling of een gewapend conflict;

d.
een overheidsdaad verricht in verband met de invoer, uitvoer of
doorvoer van de zaken.

Artikel 8:1354

1. De
vervoerder is verplicht ten vervoer ontvangen zaken zonder vertraging
te vervoeren.

2.
De vervoerder is niet aansprakelijk voor schade voortvloeiend uit
vertraging, indien hij en degenen van wier hulp hij bij de uitvoering
van zijn verbintenis gebruik maakte, alle maatregelen hebben genomen,
die redelijkerwijs gevergd konden worden om de schade te vermijden of
het hem en hun onmogelijk was die maatregelen te nemen.

Artikel 8:1355

1.
Indien de vervoerder bewijst dat schuld of nalatigheid van de persoon
die schadevergoeding vordert of van de persoon
aan wie hij zijn rechten ontleent, de schade heeft veroorzaakt of
daartoe heeft bijgedragen, is de vervoerder geheel of gedeeltelijk
ontheven van zijn aansprakelijkheid jegens die persoon voorzover die
schuld of nalatigheid de schade heeft veroorzaakt of daartoe heeft
bijgedragen.

2.
Dit artikel is van toepassing op alle aansprakelijkheidsbepalingen in
deze afdeling.

Artikel 8:1356

Elk
beding, strekkende om de vervoerder te ontheffen van zijn
aansprakelijkheid
uit hoofde van deze afdeling of om een lagere grens van
aansprakelijkheid vast te stellen dan die welke krachtens deze
afdeling is bepaald, is nietig, doch de nietigheid van dit beding
heeft niet de nietigheid ten gevolge van de overeenkomst die
onderworpen blijft aan deze titel.

Artikel 8:1357

1.
Voor zover de vervoerder aansprakelijk is wegens niet nakomen van de
op hem uit hoofde van artikel 1353 of artikel 1354 rustende
verplichtingen, heeft de afzender geen ander recht dan betaling te
vorderen van een bedrag, dat wordt berekend met inachtneming van de
waarde welke zaken als de ten vervoer ontvangene zouden hebben gehad
zoals, ten tijde waarop en ter plaatse waar, zij zijn afgeleverd of
zij hadden moeten zijn afgeleverd.

2.
De in het eerste lid genoemde waarde wordt berekend naar de koers op
de goederenbeurs of, wanneer er geen dergelijke koers is, naar de
gangbare marktwaarde of, wanneer ook deze ontbreekt, naar de normale
waarde van zaken van dezelfde aard en hoedanigheid.

Artikel 8:1358

Indien
met betrekking tot een zaak een schadevergoeding uit hoofde van
artikel 1377 is verschuldigd, wordt deze aangemerkt als een
waardevermindering van die zaak.

Artikel 8:1359

1.
Bij het luchtvervoer van zaken is de aansprakelijkheid van de
vervoerder in geval van vernieling, verlies, beschadiging of
vertraging beperkt tot een bedrag van zeventien rekeneenheden per
kilogram, zulks behoudens bijzondere verklaring omtrent belang bij de
aflevering, gedaan door de afzender bij de afgifte van de zaken aan
de vervoerder en tegen betaling van een mogelijkerwijs verhoogd
tarief. In dat geval is de vervoerder verplicht te betalen tot het
bedrag van de opgegeven som, tenzij hij bewijst dat deze het
werkelijk
belang van de afzender bij de aflevering te boven gaat.

2.
Bij vernieling, verlies, beschadiging of vertraging van een gedeelte
van de zaken of van enig daarin opgenomen voorwerp wordt ter bepaling
van de aansprakelijkheidsgrens van de vervoerder alleen in aanmerking
genomen het totale gewicht van het betrokken collo of van de
betrokken colli. Indien evenwel de vernieling, het verlies, de
beschadiging of de vertraging van een gedeelte van de zaken of van
enig daarin opgenomen voorwerp, de waarde van andere colli, gedekt
door dezelfde luchtvrachtbrief of hetzelfde ontvangstbewijs of als
die niet zijn uitgegeven, door dezelfde gegevens zoals die zijn
vastgelegd in een ander middel bedoeld in artikel 1365, tweede lid,
beïnvloedt, wordt het totale gewicht van deze colli in
aanmerking genomen ter bepaling van de aansprakelijkheidsgrens.

3.
Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op een
eventuele aansprakelijkheid van de vervoerder voor de kosten van het
geding met de partij tegen wie hij zich op deze bepalingen kan
beroepen, inclusief rente, tenzij de vervoerder schriftelijk hetzij
binnen een termijn van zes maanden na de datum van het voorval
waardoor de schade werd veroorzaakt, hetzij vóór de
aanvang van het proces, wanneer dit na die termijn is aanhangig
gemaakt, een bedrag aan de eiser heeft aangeboden even groot als of
groter dan het bedrag van de toegewezen schadevergoeding met
uitsluiting van genoemde kosten van het geding.

Artikel 8:1360

1.
Indien een geding op grond van schade als bedoeld in deze afdeling
aanhangig
wordt gemaakt tegen een persoon van wiens hulp de vervoerder bij de
uitvoering van zijn verbintenis gebruik maakte, zal deze, indien hij
bewijst dat hij heeft gehandeld in de werkzaamheden waartoe hij werd
gebruikt, zich kunnen beroepen op de aansprakelijkheidsgrens waarop
de vervoerder zich krachtens artikel 1359 kan beroepen.

2.
Het totale bedrag van de schadevergoeding, welke in dat geval van de
vervoerder en de in het eerste lid bedoelde persoon kan worden
verkregen, mag de in artikel 1359 vermelde grens niet overschrijden.

Artikel 8:1361

De
afzender is verplicht de vervoerder de schade te vergoeden die deze
lijdt doordat de overeengekomen zaken, door welke oorzaak dan ook,
niet op de overeengekomen
plaats en tijd te zijner beschikking zijn.

Artikel 8:1362

1.
Alvorens zaken ter beschikking van de vervoerder zijn gesteld, is de
afzender bevoegd de overeenkomst op te zeggen.

2.
Zijn bij het verstrijken van de tijd, waarbinnen de zaken ter
beschikking van de vervoerder moeten zijn gesteld, door welke oorzaak
dan ook, in het geheel geen zaken ter beschikking van de vervoerder,
dan is deze, zonder dat enige ingebrekestelling is vereist, bevoegd
de overeenkomst op te zeggen.

3.
Zijn bij het verstrijken van de in het tweede lid bedoelde tijd, door
welke oorzaak dan ook, de overeengekomen zaken slechts gedeeltelijk
ter beschikking van de vervoerder dan is deze, zonder dat enige
ingebrekestelling is vereist, bevoegd de overeenkomst op te zeggen
dan wel de reis te aanvaarden.

4.
De opzegging geschiedt door een kennisgeving, waarvan de ontvangst
duidelijk aantoonbaar is en de overeenkomst eindigt op het ogenblik
van de ontvangst daarvan doch wat betreft gedeeltelijk ter
beschikking gestelde zaken niet vóór het einde der
vervoerperiode daarvan.

5. De
afzender is verplicht de vervoerder de schade te vergoeden die deze
lijdt tengevolge van de opzegging of van de aanvaarding van de reis.

6.
Dit artikel is niet van toepassing ingeval van tijdbevrachting.

Artikel 8:1363

1.
Wanneer vóór of bij de aanbieding van de zaken aan de
vervoerder omstandigheden aan de zijde van een van de partijen zich
opdoen of naar voren komen, die haar wederpartij bij het sluiten van
de overeenkomst niet behoefde te kennen, maar die, indien zij haar
wel bekend waren geweest, redelijkerwijs voor haar grond hadden
opgeleverd de vervoerovereenkomst niet of op andere voorwaarden aan
te gaan, is deze wederpartij bevoegd de overeenkomst op te zeggen.

2.
De opzegging geschiedt door een kennisgeving, waarvan de ontvangst
duidelijk aantoonbaar is en de overeenkomst eindigt op het ogenblik
van ontvangst daarvan.

3.
Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zijn partijen na
opzegging van de overeenkomst verplicht elkaar de daardoor geleden
schade te vergoeden.

Artikel 8:1364

De
afzender is verplicht de vervoerder de buitengewone schade te
vergoeden, die materiaal dat hij deze ter beschikking stelde of zaken
die deze ten vervoer ontving, dan wel de behandeling daarvan, de
vervoerder berokkenden, behalve voor zover deze schade is veroorzaakt
door een omstandigheid die voor rekening van de vervoerder komt; voor
rekening van de vervoerder komen die omstandigheden, die in geval van
beschadiging van door hem vervoerde zaken voor zijn rekening komen.

Artikel 8:1365

1.
Bij het vervoer van zaken moet een luchtvrachtbrief worden
uitgereikt, die in elk geval een aanduiding van het gewicht van de
zending dient te bevatten.

2.
De uitreiking van een luchtvrachtbrief kan worden vervangen door het
gebruik van ieder ander middel waardoor de gegevens betreffende het
te verrichten vervoer worden vastgelegd. Indien van zodanig ander
middel gebruik wordt gemaakt, reikt de vervoerder aan de afzender, op
diens verzoek, een ontvangstbewijs uit dat identificatie van de
zending mogelijk maakt en toegang geeft tot de door die andere
middelen vastgelegde gegevens.

3.
Indien nodig voor de vervulling van de formaliteiten van douane,
politie en andere overheidsinstanties, kan van de afzender worden
verlangd dat hij een document uitreikt dat de aard van de zaken
aanduidt. Deze bepaling schept voor de vervoerder geen enkele
verplichting, verbintenis of daaruit voortvloeiende
aansprakelijkheid.

4.
Het eerste lid geldt niet tussen partijen bij een bevrachting.

Artikel 8:1366

1.
De luchtvrachtbrief wordt door de afzender opgemaakt in drie
oorspronkelijke
exemplaren.

2.
Het eerste exemplaar bevat de vermelding «voor de vervoerder»;
het wordt getekend door de afzender. Het tweede exemplaar bevat de
vermelding «voor de afzender»; het wordt getekend door de
afzender en de vervoerder. Het derde exemplaar wordt getekend door de
vervoerder en door hem, na ontvangst van de zaken, aan de afzender
overhandigd.

3. De
handtekening van de vervoerder en die van de afzender kunnen worden
gedrukt of vervangen door een stempel dan wel langs electronische weg
worden gezet.

4.
Indien, op verzoek van de afzender, de vervoerder de luchtvrachtbrief
opmaakt, wordt hij vermoed te handelen namens de afzender.

5. De
artikelen 56, tweede lid, 75, eerste lid, en 186, eerste lid, van
Boek 2 zijn niet van toepassing.

Artikel 8:1367

Wanneer
er verscheidene colli zijn:

a.
heeft de vervoerder het recht van de afzender te verlangen dat hij
aparte luchtvrachtbrieven opmaakt;

b.
heeft de afzender het recht van de vervoerder te verlangen dat hij
aparte ontvangstbewijzen uitreikt, wanneer gebruik wordt gemaakt van
de in artikel 1365, tweede lid, bedoelde middelen.

Artikel 8:1368

Niet-inachtneming
van de artikelen 1365 tot en met 1367 doet niet af aan het bestaan of
de geldigheid van de vervoerovereenkomst, die desondanks onderworpen
zal zijn aan de bepalingen van deze titel met inbegrip van die
betreffende de beperking van de aansprakelijkheid.

Artikel 8:1369

1. De
afzender staat in voor de juistheid van de bijzonderheden en
verklaringen betreffende de zaken die door of namens hem in de
luchtvrachtbrief zijn opgenomen of die door of namens hem aan de
vervoerder zijn verstrekt voor opneming in het ontvangstbewijs of in
de gegevens vastgelegd door de andere middelen bedoeld in artikel
1365, tweede lid. De vorige zin is eveneens van toepassing in het
geval waarin de namens de afzender handelende persoon tevens namens
de vervoerder handelt.

2. De
afzender is aansprakelijk voor alle schade die door de vervoerder of
door enige andere persoon jegens wie de vervoerder aansprakelijk is,
wordt geleden als gevolg van de onnauwkeurigheid, onjuistheid of
onvolledigheid van de bijzonderheden en verklaringen die door of
namens de afzender zijn verstrekt.

3.
Behoudens het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel is
de vervoerder aansprakelijk voor alle schade die door de afzender of
door enige andere persoon jegens wie de afzender aansprakelijk is,
wordt geleden als gevolg van de onnauwkeurigheid, onjuistheid of
onvolledigheid van de bijzonderheden en verklaringen die door of
namens de vervoerder zijn opgenomen in het ontvangstbewijs of in de
gegevens vastgelegd door de andere middelen bedoeld in artikel 1365,
tweede lid.

Artikel 8:1370

1. De
afzender is verplicht de vervoerder omtrent de zaken alsmede omtrent
de behandeling daarvan tijdig al die opgaven te doen, waartoe hij in
staat is of behoort te zijn en waarvan hij weet of behoort te weten
dat zij voor de vervoerder van belang zijn, tenzij hij mag aannemen
dat de vervoerder die gegevens kent.

2. De
afzender is verplicht de inlichtingen en de documenten te verschaffen
die vóór de aflevering van de zaken aan de
geadresseerde nodig zijn om aan de formaliteiten inzake douane,
politie of andere overheidsinstanties te voldoen. De afzender is
jegens de vervoerder aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is
van het ontbreken, de onvolledigheid of de onnauwkeurigheid van die
inlichtingen en documenten, behoudens in geval de schade is
veroorzaakt door schuld van de vervoerder of van degenen van wier
hulp hij bij de uitvoering van zijn verbintenis gebruik maakte.

3. De
vervoerder is verplicht redelijke zorg aan te wenden dat de
documenten, die in zijn handen zijn gesteld, niet verloren gaan of
onjuist worden behandeld. Een door hem terzake verschuldigde
schadevergoeding zal die, verschuldigd uit hoofde van de artikelen
1357, 1358 en 1359 in geval van verlies van de zaken, niet
overschrijden.

4. De
vervoerder is niet gehouden te onderzoeken of de hem gedane opgaven
en de hem verschafte inlichtingen en documenten juist of voldoende
zijn.

5.
Is bij het verstrijken van de tijd, waarbinnen de zaken ter
beschikking van de vervoerder moeten zijn gesteld, door welke oorzaak
dan ook, niet of slechts gedeeltelijk voldaan aan de in het eerste
lid bedoelde verplichting van de afzender of zijn bij het verstrijken
van de tijd waarbinnen de in het tweede lid bedoelde documenten en
inlichtingen aanwezig moeten zijn, deze, door welke oorzaak dan ook,
niet naar behoren aanwezig, dan zijn, behalve in geval van
tijdbevrachting, het tweede, derde, vierde en vijfde lid van artikel
1362 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8:1371

1. De
luchtvrachtbrief of het ontvangstbewijs strekt, behoudens
tegenbewijs, tot bewijs van het sluiten van de overeenkomst, van de
ontvangst van de zaken en van de vervoervoorwaarden die erin worden
vermeld.

2.
Opgaven in de luchtvrachtbrief of het ontvangstbewijs betreffende het
gewicht, de afmetingen en de verpakking van de zaken, als ook die
betreffende het aantal colli, hebben kracht van bewijs behoudens
tegenbewijs; die betreffende de hoeveelheid, de omvang en de toestand
van de zaken strekken tegenover de vervoerder slechts tot bewijs,
voor zover zij door deze juist zijn bevonden in tegenwoordigheid van
de afzender en dit juist bevinden is vastgesteld in de
luchtvrachtbrief of het ontvangstbewijs of indien het betreft opgaven
omtrent de uiterlijke staat van de zaken.

Artikel 8:1372

De
artikelen 1365, eerste, tweede en vierde lid, 1366 en 1367 zijn niet
van toepassing op het vervoer, dat in bijzondere omstandigheden
buiten elke normale uitoefening van het luchtvaartbedrijf plaats
heeft.

Artikel 8:1373

1.
Onder voorwaarde dat hij al de uit de vervoerovereenkomst
voortvloeiende verplichtingen nakomt, heeft de afzender het recht
over de zaken te beschikken hetzij door deze op de luchthaven van
vertrek of van bestemming terug te nemen, hetzij door deze tijdens de
reis bij een landing op te houden, hetzij door deze op de plaats van
bestemming of tijdens de reis te doen afleveren aan een ander dan de
oorspronkelijk aangewezen geadresseerde, hetzij door terugzending te
vragen naar de luchthaven van vertrek, voor zover de uitoefening van
dat recht geen nadeel toebrengt
aan de vervoerder of aan de andere afzenders en met de verplichting
de daaruit voortvloeiende kosten te vergoeden.

2.
Indien uitvoering van de opdrachten van de afzender onmogelijk is,
moet de vervoerder hem daarvan onmiddellijk in kennis stellen.

3.
Indien de vervoerder de opdrachten van de afzender inzake de
beschikking over de zaken uitvoert zonder overlegging te vorderen van
het aan deze uitgereikte exemplaar van de luchtvrachtbrief of het
ontvangstbewijs, is hij, behoudens zijn recht van verhaal op de
afzender, aansprakelijk voor de schade die daardoor veroorzaakt mocht
worden aan de regelmatige houder van de luchtvrachtbrief of van het
ontvangstbewijs.

4.
Het recht van de afzender eindigt op het moment waarop dat van de
geadresseerde overeenkomstig artikel 1374 begint. Indien evenwel de
geadresseerde de zaken weigert, of indien hij niet kan worden
bereikt, herkrijgt de afzender zijn beschikkingsrecht.

Artikel 8:1374

1.
Tenzij de afzender het hem ingevolge artikel 1373 toekomende recht
heeft uitgeoefend,
heeft de geadresseerde het recht onmiddellijk na aankomst van de
zaken op de plaats van bestemming van de vervoerder aflevering van de
zaken te vorderen tegen betaling van de verschuldigde bedragen en
onder naleving van de vervoervoorwaarden.

2.
Tenzij anders is bedongen, moet de vervoerder de geadresseerde
onmiddellijk in kennis stellen van de aankomst van de zaken.

3.
Indien het verlies van de zaken door de vervoerder wordt erkend, of
indien de zaken na afloop van een termijn van zeven kalenderdagen,
nadat zij hadden moeten aankomen, niet zijn aangekomen, is de
geadresseerde gerechtigd de rechten die uit de overeenkomst
voortvloeien, jegens de vervoerder geldend te maken.

Artikel 8:1375

De
afzender en de geadresseerde kunnen alle rechten doen gelden die hun
onderscheidenlijk in de artikelen 1373 en 1374 zijn toegekend, ieder
op zijn eigen naam, onverschillig of zij handelen in hun eigen belang
of dat van een ander, onder voorwaarde dat zij de door de
vervoerovereenkomst
opgelegde verplichtingen nakomen.

Artikel 8:1376

1. De
artikelen 1373, 1374 en 1375 laten de verhouding tussen de afzender
en de geadresseerde onderling en de verhouding van derden, die hun
rechten ontlenen aan de afzender of de geadresseerde, onverlet.

2.
Van de in het eerste lid genoemde artikelen kan alleen worden
afgeweken door een uitdrukkelijke bepaling in de luchtvrachtbrief of
in het ontvangstbewijs.

Artikel 8:1377

Onverminderd
afdeling 1 van Titel 4 van Boek 6 zijn de afzender en de
geadresseerde hoofdelijk verbonden de vervoerder de schade te
vergoeden, geleden doordat deze zich als zaakwaarnemer inliet met de
behartiging van de belangen van een rechthebbende op ten vervoer
ontvangen zaken.

Artikel 8:1378

1. De
vervoerder is gerechtigd afgifte van zaken, die hij in verband met de
vervoerovereenkomst onder zich heeft, te weigeren aan ieder, die uit
anderen hoofde dan de vervoerovereenkomst recht heeft op aflevering
van die zaken, tenzij op de zaken beslag is gelegd en uit de
vervolging van dit beslag een verplichting tot afgifte aan de
beslaglegger voortvloeit.

2.
Het in het eerste lid aan de vervoerder toegekende recht komt hem
niet toe jegens een derde, indien hij op het tijdstip dat hij de zaak
ten vervoer ontving, reden had te twijfelen aan de bevoegdheid van de
afzender jegens die derde hem de zaak ten vervoer ter beschikking te
stellen.

Artikel 8:1379

1.
Voor zover hij die jegens de vervoerder recht heeft op aflevering van
vervoerde zaken niet opkomt, weigert deze te ontvangen of deze niet
met de vereiste spoed in ontvangst neemt, voor zover op zaken beslag
is gelegd, alsmede indien de vervoerder gegronde redenen heeft aan te
nemen dat hij die als gerechtigde opkomt desalniettemin niet tot de
aflevering gerechtigd is, is de vervoerder gerechtigd deze zaken voor
rekening en gevaar van de rechthebbende bij een derde op te slaan in
een daarvoor geschikte bewaarplaats. Op zijn verzoek kan de rechter
bepalen dat hij deze zaken onder zichzelf kan houden of andere
maatregelen daarvoor kan treffen.

2.
De derde-bewaarnemer en de ontvanger zijn jegens elkaar verbonden,
als ware de omtrent de bewaring gesloten overeenkomst mede tussen hen
aangegaan. De bewaarnemer is echter niet gerechtigd tot afgifte dan
na schriftelijke toestemming daartoe van hem, die de zaken in
bewaring gaf.

3.
De vervoerder is verplicht voor rekening van de rechthebbende de
afzender en tevens de ontvanger zo spoedig mogelijk door een
kennisgeving, waarvan de ontvangst duidelijk aantoonbaar is, in
kennis te stellen van de opslag en van de aanleiding daartoe.

Artikel 8:1380

1. In
geval van toepassing van artikel 1379 kan de vervoerder, de
bewaarnemer dan wel hij, die jegens de vervoerder recht heeft op de
aflevering, op zijn verzoek door de rechter worden gemachtigd de
zaken geheel of gedeeltelijk op de door deze te bepalen wijze te
verkopen.

2.
De bewaarnemer is verplicht de vervoerder zo spoedig mogelijk van de
voorgenomen verkoop op de hoogte te stellen; de vervoerder heeft deze
verplichting jegens de afzender en jegens degene die jegens hem recht
heeft op de aflevering van de zaken.

3. De
opbrengst van het verkochte wordt in de consignatiekas gestort voor
zover zij niet strekt tot voldoening van de kosten van opslag en
verkoop alsmede, binnen de grenzen der redelijkheid, van de gemaakte
kosten. Tenzij op de zaken beslag is gelegd voor een geldvordering,
moet aan de vervoerder uit het in bewaring te stellen bedrag worden
voldaan hetgeen hem verschuldigd is terzake van het vervoer; voor
zover deze vorderingen nog niet vaststaan, zal de opbrengst of een
gedeelte daarvan op door de rechter te bepalen wijze tot zekerheid
voor deze vorderingen strekken.

4. De
in de consignatiekas gestorte opbrengst treedt in de plaats van de
zaken.

Artikel 8:1381

De
kosten van sortering van de zaken, voor zover nodig voor de juiste
aflevering, zijn voor rekening van de vervoerder.

Artikel 8:1382

In
geval van aanneming door de geadresseerde van de zaken zonder protest
wordt vermoed dat deze in goede staat en in overeenstemming met het
vervoerdocument of met de gegevens vastgelegd door de andere middelen
bedoeld in artikel 1365, tweede lid, zijn afgeleverd.

Afdeling
3. Overeenkomst van personenvervoer
door de lucht

Artikel 8:1390

De
overeenkomst van personenvervoer in de zin van deze titel is de
overeenkomst van personenvervoer, al dan niet tijd- of
reisbevrachting zijnde, waarbij de ene partij (de vervoerder) zich
tegenover de andere partij verbindt aan boord van een luchtvaartuig
een of meer personen (reizigers) en al dan niet hun bagage
uitsluitend door de lucht te vervoeren.

Artikel 8:1391

Het
tijdperk van het luchtvervoer van personen en hun niet aangegeven
bagage omvat de tijd, dat de reiziger zich aan boord van het
luchtvaartuig bevindt, alsmede de tijd van enige handeling verband
houdend met het aan boord gaan en het verlaten van het luchtvaartuig.

Artikel 8:1392

Tijd-
of reisbevrachting in de zin van deze afdeling is de overeenkomst van
personenvervoer,
waarbij de vervoerder (de vervrachter) zich verbindt tot vervoer aan
boord van een luchtvaartuig dat hij daartoe, anders dan bij een
overeenkomst waarbij de ene partij zich verbindt een luchtvaartuig
ter beschikking te stellen van haar wederpartij zonder daarover nog
enige zeggenschap te houden, in zijn geheel en al dan niet op
tijdbasis (tijdbevrachting of reisbevrachting) ter beschikking stelt
van zijn wederpartij (de bevrachter).

Artikel 8:1393

De
vervoerder is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door dood of
letsel van de reiziger, indien het ongeval dat de schade
veroorzaakte, plaats vond tijdens de in artikel 1391 omschreven
periode.

Artikel 8:1394

1.
De vervoerder is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door
vernieling, verlies of beschadiging van aangegeven bagage
indien het voorval dat de schade veroorzaakte, plaats vond tijdens de
in artikel 1351 omschreven periode. De vervoerder is evenwel niet
aansprakelijk voorzover de schade voortvloeide uit de aard of het
eigen gebrek van de bagage.

2.
De vervoerder is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door
vernieling, verlies of beschadiging van niet aangegeven bagage,
daaronder begrepen persoonlijke bezittingen, indien de schade
voortvloeide uit zijn schuld of die van degenen van wier hulp hij bij
de uitvoering van zijn verbintenis gebruik maakte.

Artikel 8:1395

1.
Onverminderd deze afdeling zijn op het vervoer van aangegeven bagage
de artikelen
1351, 1357, 1358, 1370, 1377, 1378, 1379 en 1380 van overeenkomstige
toepassing.

2.
Partijen hebben de vrijheid af te wijken van in het eerste lid op hun
onderlinge verhouding toepasselijk verklaarde bepalingen.

Artikel 8:1396

1. De
vervoerder is aansprakelijk voor schade voortvloeiende uit vertraging
in het luchtvervoer.

2.
De vervoerder is niet aansprakelijk voor schade voorvloeiend uit
vertraging, indien hij en degenen van wier hulp hij bij de uitvoering
van zijn verbintenis gebruik maakte alle maatregelen hebben genomen,
die redelijkerwijs gevergd konden worden om de schade te vermijden of
het hem en hun onmogelijk was die maatregelen te nemen.

Artikel 8:1397

1.
Indien de vervoerder bewijst dat schuld of nalatigheid van de persoon
die schadevergoeding vordert of van de persoon
aan wie hij zijn rechten ontleent, de schade heeft veroorzaakt of
daartoe heeft bijgedragen, is de vervoerder geheel of gedeeltelijk
ontheven van zijn aansprakelijkheid jegens die persoon voorzover die
schuld of nalatigheid de schade heeft veroorzaakt of daartoe heeft
bijgedragen.

2.
Indien schadevergoeding wordt gevorderd wegens dood of letsel van een
reiziger door een ander dan die reiziger, is de vervoerder eveneens
geheel of gedeeltelijk ontheven van zijn aansprakelijkheid voorzover
hij bewijst dat de schuld of nalatigheid van die reiziger de schade
heeft veroorzaakt of daartoe heeft bijgedragen.

3.
Dit artikel is van toepassing op alle aansprakelijkheidsbepalingen in
deze afdeling, daaronder begrepen artikel 1399, eerste lid.

Artikel 8:1398

1.
Elk beding strekkende om de vervoerder te ontheffen van zijn
aansprakelijkheid
uit hoofde van deze afdeling of om een lagere grens van
aansprakelijkheid vast te stellen dan die, welke krachtens deze
afdeling is bepaald, is nietig, doch de nietigheid van dit beding
heeft niet de nietigheid ten gevolge van de overeenkomst, die
onderworpen blijft aan deze titel.

2.
Deze bepaling laat artikel 1395, tweede lid, onverlet.

Artikel 8:1399

1.
Voor schade bedoeld in artikel 1393 die een bedrag van 100 000
rekeneenheden
per reiziger niet te boven gaat, kan de vervoerder zijn
aansprakelijkheid niet beperken of uitsluiten.

2. De
vervoerder is niet aansprakelijk voor schade bedoeld in artikel 1393
voorzover deze een bedrag van 100 000 rekeneenheden per reiziger te
boven gaat, indien hij bewijst dat:

a.
de schade niet te wijten was aan de schuld of nalatigheid van hem of
van degenen van wier hulp hij bij de uitvoering van zijn verbintenis
gebruik maakte; of

b. de
schade uitsluitend te wijten was aan de schuld of nalatigheid van een
derde.

3.
Artikel 1359, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8:1400

1. In
geval van schade veroorzaakt door vertraging als bedoeld in artikel
1396 bij het vervoer van reizigers, is de aansprakelijkheid van de
vervoerder beperkt tot 4150 rekeneenheden per reiziger.

2.
Bij het vervoer van bagage is de aansprakelijkheid van de vervoerder
in geval van vernieling, verlies, beschadiging of vertraging beperkt
tot 1000 rekeneenheden per reiziger zulks behoudens bijzondere
verklaring omtrent belang bij de aflevering gedaan door de reiziger
bij de afgifte van de aangegeven bagage aan de vervoerder en tegen
betaling van een mogelijkerwijs verhoogd tarief. In dat geval is de
vervoerder verplicht te betalen tot het bedrag van de opgegeven som,
tenzij hij bewijst dat deze het werkelijk belang van de reiziger bij
de aflevering te boven gaat.

3.
Artikel 1359, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8:1401

De
in artikel 1400 vermelde aansprakelijkheidsgrenzen zijn niet van
toepassing, indien wordt bewezen dat de schade het gevolg is van een
eigen handeling of nalaten van de vervoerder of van enige persoon van
wiens hulp hij bij de uitvoering van zijn verbintenis gebruik maakte,
welke plaats vond hetzij met het opzet schade te veroorzaken, hetzij
roekeloos en met de wetenschap, dat schade er waarschijnlijk
uit zou voortvloeien; in geval van een eigen handeling of nalaten van
een persoon als hiervoor bedoeld moet tevens worden bewezen dat deze
handelde in de uitoefening van de werkzaamheden waartoe hij werd
gebruikt.

Artikel 8:1402

1.
Indien een geding op grond van schade als bedoeld in deze afdeling
aanhangig
wordt gemaakt tegen een persoon van wiens hulp de vervoerder bij de
uitvoering van zijn verbintenis gebruik maakte, zal deze, indien hij
bewijst dat hij in de werkzaamheden waartoe hij werd gebruikt heeft
gehandeld, zich kunnen beroepen op de aansprakelijkheidsgrenzen
waarop de vervoerder zich krachtens de artikelen 1399 en 1400 kan
beroepen.

2.
Het totale bedrag van de schadevergoeding, welke in dat geval van de
vervoerder en de in het eerste lid bedoelde persoon kan worden
verkregen, mag de in artikel 1399 en artikel 1400 vermelde grenzen
niet overschrijden.

3.
Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing indien wordt
bewezen dat de schade het gevolg is van een eigen handeling of
nalaten van de in het eerste lid bedoelde persoon, welke plaats vond
hetzij met het opzet schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en met
de wetenschap dat schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien.

Artikel 8:1403

In
geval van aan de reiziger overkomen letsel en van de dood van de
reiziger zijn de artikelen 107 en 108 van Boek 6 niet van toepassing
op de vorderingen die de vervoerder als wederpartij van een andere
vervoerder tegen deze laatste instelt.

Artikel 8:1404

De
wederpartij van de vervoerder is verplicht deze de schade te
vergoeden die hij lijdt doordat de reiziger, door welke oorzaak dan
ook, niet tijdig ten vervoer aanwezig is.

Artikel 8:1405

De
wederpartij van de vervoerder is verplicht deze de schade te
vergoeden die hij lijdt doordat de documenten met betrekking
tot de reiziger, die van haar zijde voor het vervoer vereist zijn,
door welke oorzaak dan ook, niet naar behoren aanwezig zijn.

Artikel 8:1406

1.
Onverminderd artikel 179 van Boek 6 is de reiziger verplicht de
vervoerder de schade te vergoeden, die hij of zijn bagage heeft
berokkend en zulks door het blote feit, dat de gebeurtenis, die de
schade veroorzaakte, plaats vond gedurende de in artikel 1391
omschreven periode, of wat betreft aangegeven bagage de in artikel
1351 omschreven periode.

2.
De schade wordt aangemerkt het door de vervoerder naar zijn redelijk
oordeel vast te stellen bedrag te belopen, maar indien de vervoerder
meent dat de schade meer dan 227 euro beloopt, moet hij zulks
bewijzen.

Artikel 8:1407

1.
Wanneer vóór of tijdens het vervoer omstandigheden aan
de zijde van de wederpartij
van de vervoerder of de reiziger zich opdoen of naar voren komen, die
de vervoerder bij het sluiten van de overeenkomst niet behoefde te
kennen, maar die, indien zij hem wel bekend waren geweest,
redelijkerwijs voor hem grond hadden opgeleverd de
vervoerovereenkomst niet of op andere voorwaarden aan te gaan, is de
vervoerder bevoegd de overeenkomst op te zeggen en de reiziger uit
het luchtvaartuig te verwijderen.

2.
De opzegging geschiedt door een kennisgeving aan de wederpartij van
de vervoerder of aan de reiziger en de overeenkomst eindigt op het
ogenblik van ontvangst van de eerst ontvangen kennisgeving.

3.
Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zijn partijen na
opzegging van de overeenkomst verplicht elkaar de daardoor geleden
schade te vergoeden.

Artikel 8:1408

1.
Wanneer vóór of tijdens het vervoer omstandigheden aan
de zijde van de vervoerder
zich opdoen of naar voren komen, die diens wederpartij bij het
sluiten van de overeenkomst niet behoefde te kennen, maar die, indien
zij haar wel bekend waren geweest, redelijkerwijs voor haar grond
hadden opgeleverd de vervoerovereenkomst niet of op andere
voorwaarden aan te gaan, is deze wederpartij van de vervoerder
bevoegd de overeenkomst op te zeggen.

2. De
opzegging geschiedt door een kennisgeving en de overeenkomst eindigt
op het ogenblik van ontvangst daarvan.

3.
Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid zijn partijen na
opzegging der overeenkomst verplicht elkaar de daardoor geleden
schade te vergoeden.

Artikel 8:1409

Wanneer
de reiziger na het verlaten van het luchtvaartuig niet tijdig
terugkeert, kan de vervoerder de overeenkomst beschouwen als op dat
tijdstip te zijn geëindigd.

Artikel 8:1410

1. De
wederpartij van de vervoerder is steeds bevoegd de overeenkomst op te
zeggen. Zij is verplicht de vervoerder de schade te vergoeden die
deze ten gevolge van de opzegging lijdt.

2.
Zij kan dit recht niet uitoefenen, wanneer daardoor de reis van het
luchtvaartuig zou worden vertraagd.

3. De
opzegging geschiedt door een kennisgeving en de overeenkomst eindigt
op het ogenblik van ontvangst daarvan.

Artikel 8:1411

1.
Bij het vervoer van reizigers moet een individueel of collectief
vervoersdocument
worden uitgereikt.

2.
De uitreiking van het in het eerste lid bedoelde vervoersdocument kan
worden vervangen door het gebruik van ieder ander middel waardoor de
gegevens betreffende de reis worden vastgelegd. Indien van zodanig
ander middel gebruik wordt gemaakt, biedt de vervoerder aan de aldus
vastgelegde gegevens in schriftelijke vorm aan de reiziger uit te
reiken.

3. De
vervoerder reikt aan de reiziger een identificatielabel uit voor elk
stuk aangegeven bagage.

4.
Aan de reiziger wordt een schriftelijke mededeling verstrekt
inhoudende dat wanneer deze titel van toepassing is hij de
aansprakelijkheid van de vervoerders regelt en kan beperken ter zake
van dood of letsel en in geval van vernieling, verlies of
beschadiging van bagage, alsmede in geval van vertraging.

5.
Niet-inachtneming van het bepaalde in de voorgaande leden doet niet
af aan het bestaan of de geldigheid van de vervoerovereenkomst, die
desondanks onderworpen zal zijn aan de bepalingen van deze titel met
inbegrip van die betreffende de beperking van de aansprakelijkheid.

6.
Het eerste lid geldt niet tussen partijen bij een bevrachting.

7. De
artikelen 56, tweede lid, 75, eerste lid, en 186, eerste lid, van
Boek 2 zijn niet van toepassing.

8.
Dit artikel is niet van toepassing op het vervoer dat in bijzondere
omstandigheden buiten elke normale uitoefening van het
luchtvaartbedrijf plaats vindt.

Artikel 8:1412

De
reiziger heeft het recht onmiddellijk na aankomst ter plaatse van
zijn bestemming
van de vervoerder te vorderen hem de bagage af te leveren.

Artikel 8:1413

Onverminderd
afdeling 1 van Titel 4 van Boek 6 is de wederpartij van de vervoerder
verplicht de vervoerder de schade te vergoeden, geleden doordat deze
zich als zaakwaarnemer inliet met de behartiging
van de belangen van de reiziger met betrekking tot diens bagage.

Artikel 8:1414

In
geval van aanneming door de reiziger van de aangegeven bagage zonder
protest wordt vermoed dat deze in goede staat en in overeenstemming
met de gegevens vastgelegd door de andere middelen
bedoeld in artikel 1411, tweede lid, is afgeleverd.

Afdeling
4. Opvolgend vervoer

Artikel 8:1420

1.
In de gevallen dat het vervoer wordt beheerst door artikel 1344 en
dat het bewerkstelligd
moet worden achtereenvolgens door verschillende vervoerders, is elke
vervoerder die reizigers, bagage of andere zaken aanneemt onderworpen
aan de in deze titel gegeven bepalingen; hij wordt aangemerkt als één
der partijen die de vervoerovereenkomst hebben gesloten voor zover
die overeenkomst betrekking heeft op het deel van het vervoer, dat
onder zijn toezicht is bewerkstelligd.

2.
In geval van zodanig vervoer hebben de reiziger of enige andere
persoon die een van deze afgeleid recht heeft op schadevergoeding
enkel verhaal op de vervoerder, die het vervoer heeft bewerkstelligd
gedurende hetwelk het ongeval of de vertraging plaats vond, behalve
in het geval dat de eerste vervoerder bij uitdrukkelijk beding de
aansprakelijkheid voor het gehele vervoer op zich heeft genomen.

3.
Indien het bagage en andere zaken betreft kan de reiziger
respectievelijk de afzender de eerste vervoerder aanspreken; de
reiziger of de geadresseerde die het recht op afgifte heeft of de
reiziger heeft verhaal tegen de laatste vervoerder; zij kunnen
daarenboven de vervoerder aanspreken die het vervoer heeft
bewerkstelligd gedurende hetwelk de vernieling, het verlies, de
beschadiging of de vertraging plaats had. Deze vervoerders zijn
hoofdelijk aansprakelijk tegenover de reiziger, de afzender en de
geadresseerde.

VI.
Vervoer langs spoorstaven

Titel
18. Overeenkomst van goederenvervoer
over spoorwegen

Afdeling
1. Algemene bepalingen

Artikel 8:1550

1.
De overeenkomst van goederenvervoer in de zin van deze titel is de
overeenkomst van goederenvervoer, waarbij de ene partij (de
vervoerder) zich tegenover de andere partij (de afzender) verbindt
tot het vervoer van zaken uitsluitend over spoorwegen. Partijen
kunnen bedingen dat de onderhavige titel van toepassing is op het
vervoer over de weg of binnenwateren
dat in aanvulling op het vervoer over spoorwegen plaats vindt.

2.
Deze titel is niet van toepassing op overeenkomsten tot het vervoer
van postzendingen door of in opdracht van de houder van een
concessie, bedoeld in de Postwet of onder een internationale
postovereenkomst.

3.
Deze titel is niet van toepassing op overeenkomsten tot het vervoer
van bagage.

Artikel 8:1551

Voor
de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

a. de
vervoerder: de contractuele vervoerder met wie de afzender de
vervoerovereenkomst heeft gesloten, of een opvolgende vervoerder, die
op grond van de vervoerovereenkomst aansprakelijk is;

b.
ondervervoerder: een vervoerder die niet de vervoerovereenkomst heeft
gesloten met de afzender, maar aan wie de onder a bedoelde vervoerder
de uitvoering van het vervoer over spoorwegen, geheel of
gedeeltelijk, heeft toevertrouwd;

c.
intermodale transporteenheid: containers, wissellaadbakken, opleggers
of andere soortgelijke bij intermodaal vervoer gebruikte
laadeenheden.

d.
VSG: Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen.

Artikel 8:1552

De
wetsbepalingen omtrent huur, bewaarneming en bruikleen zijn niet van
toepassing op terbeschikkingstelling van een spoorvoertuig ten einde
door middel daarvan zaken te vervoeren in dier voege dat degene die
het spoorvoertuig ter beschikking stelt, verplicht is voor de
voortbeweging daarvan zorg te dragen.

Artikel 8:1553

Elk
beding dat middellijk of onmiddellijk afwijkt van het in deze titel
en in artikel 1727 bepaalde is nietig, tenzij de vervoerovereenkomst
niet onder bezwarende titel is gesloten. De nietigheid van dergelijke
bedingen heeft niet de nietigheid van de overige bedingen van de
vervoerovereenkomst tot gevolg. Niettemin kan een vervoerder een
zwaardere aansprakelijkheid en zwaardere verplichtingen
op zich nemen dan uit deze titel voortvloeien.

Afdeling
2. Sluiting en uitvoering van de vervoerovereenkomst

Artikel 8:1554

1. Op
grond van de vervoerovereenkomst is de vervoerder verplicht de zaken
naar de plaats van bestemming te vervoeren en ze daar aan de
geadresseerde af te leveren.

2.
De vervoerovereenkomst moet worden vastgelegd in een vrachtbrief. Het
ontbreken, de onregelmatigheid of het verlies van de vrachtbrief tast
evenwel noch het bestaan, noch de geldigheid van de
vervoerovereenkomst aan, die onderworpen blijft aan deze titel.

3. De
vrachtbrief wordt door de afzender en de vervoerder ondertekend. De
handtekening kan vervangen worden door een stempel of elke andere
daartoe geëigende methode.

4. De
vervoerder moet de aanneming ten vervoer op de vrachtbrief op de
geëigende wijze bevestigen en de afzender het
vrachtbriefduplicaat overhandigen.

5. De
vrachtbrief heeft niet de betekenis van een cognossement.

6.
Voor iedere zending moet een vrachtbrief worden opgemaakt. Behoudens
indien anders is overeengekomen tussen de afzender en de vervoerder,
kan een vrachtbrief slechts betrekking hebben op de lading van één
spoorwagen.

7. De
vrachtbrief, met inbegrip van de duplicaat-vrachtbrief, kan ook
worden opgesteld in de vorm van elektronische registratie van
gegevens, die kunnen worden omgezet in leesbare lettertekens. De voor
de registratie en verwerking van de gegevens gebruikte procedures
moeten uit functioneel oogpunt gelijkwaardig zijn, in het bijzonder
wat betreft de bewijskracht van de vrachtbrief, die door deze
elektronische gegevens wordt gevormd.

Artikel 8:1555

1. De
vrachtbrief moet de volgende aanduidingen bevatten:

a. de
plaats en datum van het opmaken ervan;

b. de
naam en het adres van de afzender;

c. de
naam en het adres van de vervoerder die de vervoerovereenkomst
gesloten heeft;

d. de
naam en het adres van degene aan wie de zaken daadwerkelijk ten
vervoer werden afgegeven, indien dit niet de in c vermelde vervoerder
is;

e. de
plaats en datum waarop de zaken in ontvangst werden genomen;

f. de
plaats van de aflevering;

g. de
naam en het adres van de geadresseerde;

h. de
omschrijving van de aard der zaken en de verpakkingswijze, en voor
gevaarlijke zaken hun omschrijving in de VSG voorgeschreven voor het
internationale spoorwegvervoer van gevaarlijke zaken;

i.
het aantal colli en de voor identificatie van stukgoedzendingen
vereiste bijzondere merktekens en nummers;

j.
het wagennummer, in geval van vervoer van volledige wagenlading;

k.
het nummer van het op eigen wielen rollend spoorvoertuig dat als te
vervoeren zaak ten vervoer wordt aangeboden;

l.
bovendien, bij intermodale laadeenheden, de categorie, het nummer of
de voor hun identificatie vereiste andere kenmerken;

m. de
brutomassa of de op andere wijze uitgedrukte hoeveelheid der zaken;

n.
een nauwkeurige lijst van de door overheidsinstanties voorgeschreven
bescheiden die bij de vrachtbrief zijn gevoegd of ter beschikking van
de vervoerder zijn gesteld bij een nader omschreven instantie of bij
een in de overeenkomst vermelde instelling;

o. de
op het vervoer betrekking hebbende kosten (vrachtprijs, bijkomende
kosten en andere kosten die vanaf het sluiten van de overeenkomst tot
aan de aflevering ontstaan) voorzover zij door de geadresseerde
moeten worden betaald of bij een andere aanduiding dat de kosten
verschuldigd zijn door de geadresseerde.

2. In
voorkomend geval moet de vrachtbrief bovendien de volgende
aanduidingen bevatten:

a. In
geval van vervoer door opvolgende vervoerders: de tot aflevering der
zaken verplichte vervoerder, voorzover die met zijn instemming is
ingeschreven op de vrachtbrief;

b. de
kosten die de afzender voor zijn rekening neemt;

c.
het bedrag van het bij de aflevering van de zaken te innen rembours;

d. de
aangegeven waarde der zaken en het bedrag van het bijzonder belang
bij de aflevering;

e.
de overeengekomen afleveringstermijn;

f. de
lijst van aan de vervoerder overhandigde bescheiden, niet opgesomd in
lid 1, onder n;

g. de
vermeldingen door de afzender van het aantal en de beschrijving van
de door hem op de wagen aangebrachte verzegelingen.

3. In
de vrachtbrief kunnen de partijen bij de vervoerovereenkomst andere
aanduidingen opnemen die zij nuttig achten.

Artikel 8:1556

Close Menu
×
×

Basket